Eerst de cel in en dan zien we wel

Schuld? Direct boeten. Het kabinet wil veroordeelden straffen vóór hun hoger beroep dient. Deze, en meer afspraken uit het regeerakkoord roepen bij juristen vragen op.

De één heeft veel vraagtekens in de kantlijn van het regeerakkoord gezet. De ander heeft een lijstje van onderwerpen om ‘kritisch te volgen’. En omdat juristen én hoogleraren graag genuanceerd willen zijn, zeggen ze volledigheidshalve dat „het kabinet veel nog moet uitwerken”.

Maar tegelijk maken ze zich zorgen. Ze vinden de afspraken in de justitieparagraaf van het regeerakkoord „spannend”, „verontrustend” of „zorgelijk”. Ze leggen „druk op de rechtspositie van de verdachte”.

Met stip op één van de lijst juridische zorgen staat de afspraak straffen meteen uit te voeren. Dat geldt voor delicten waarop meer dan twee jaar staat of, als er slachtoffers zijn, bij meer dan één jaar cel. Oók als de veroordeelde hoger beroep aantekent, en daarmee weer verdachte wordt.

Het kabinet handelt, als minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) doorzet, in strijd met het onschuldbeginsel, vindt de meerderheid van de tien hoogleraren en advocaten die deze krant sprak. „Flagrant in strijd met internationale verdragen”, zegt Bart Nooitgedagt, voorzitter van de vereniging van strafrechtadvocaten. „Deze belofte is juridisch niet haalbaar.”

Jan Loorbach, landelijk deken van de Orde van Advocaten: „Met het invoeren van deze maatregel schend je een van de basale uitgangspunten van onze rechtsstaat: je bent pas schuldig als dat in laatste instantie is beslist. Als de Staat iemands vrijheid heeft afgenomen, en dat blijkt achteraf onterecht, dan is er iets onherroepelijk fout gegaan. Dat valt niet met geld goed te maken.”

De wens straffen al uit te voeren vóórdat een hoger beroep is geweest, is terug te voeren op een rapport van de Algemene Rekenkamer. Die meldde dit voorjaar dat in één jaar tijd 16 procent van de veroordeelden z’n straf had ontlopen: 2.460 mensen zaten de opgelegde celstraf niet uit omdat ze ‘uit het zicht raakten’ tussen vonnis en uitvoering ervan. Zo’n hoog percentage past niet bij het beleid van de VVD-bewindslieden, gericht op aanpakken en straffen.

Ybo Buruma, hoogleraar straf- en strafprocesrecht en raadsheer van de Hoge Raad, snapt het idee achter die onmiddellijke tenuitvoerlegging wel. Natuurlijk is er de onschuldpresumptie, zegt hij; de veroordeelde kan in hoger beroep worden vrijgesproken. „Maar ik kan me indenken dat het kabinet de 16 procent die ‘kwijtraakt’ zwaarder laat wegen. Dat de Staat meer schadevergoeding zal moeten betalen aan mensen die alsnog worden vrijgesproken, is de prijs die zij er kennelijk voor overhebben.”

In die opvatting kunnen de meeste anderen zich niet vinden. Hoger beroep bestaat juist om te kijken of de lagere rechter zijn werk goed heeft gedaan, zeggen de critici. Dus kun je onder geen beding al straffen voor de uitspraak in het beroep.

Chrisje Brants, hoogleraar strafrecht: „De uitspraak in hoger beroep niet afwachten gaat in tegen de uitgangspunten van het Nederlands strafrecht.” En Loorbach: „Natuurlijk zie ik ook dat het soms onwenselijk lang duurt tot veroordeelden hun straf krijgen. Maar dit middel is erger dan de kwaal.”

Want tegenover die 16 procent veroordeelden die zijn straf ontloopt, staan de verdachten die in hoger beroep worden vrijgesproken. Vorig jaar spraken Nederlandse rechters in eerste aanleg 10.200 mensen vrij, 10 procent van de verdachten. In hoger beroep ligt dat percentage iets hoger; de meeste deskundigen houden het op 12 à 13 procent.

Los van de vraag of het kabinetsplan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens stand zal houden, betwijfelen de deskundigen of het financieel wel verstandig is veroordeelde verdachten snel op te sluiten. Britta Böhler, bijzonder hoogleraar advocatuur: „Dit zou kunnen leiden tot gigantische schadevergoedingen die de staat moet betalen.” In 2010 betaalde de overheid 19,2 miljoen euro aan mensen die ten onrechte in hechtenis hadden gezeten.

En dan zijn er nog wat andere punten van zorg. Zoals de strafbaarstelling van illegaliteit. Böhler: „In strijd met het rechtsbeginsel van behoorlijk bestuur, want het is alleen een maatregel voor de bühne.”

Of anoniem aangifte doen. Chrisje Brants: „Als verdachte heb je het recht om te weten tegen wie en wat je je moet verdedigen. Nederland zit al aan de ondergrens van wat van het Europees Hof van Justitie mag, als het om anonieme getuigen gaat.”

Hoogleraar rechtsfilosofie Wouter Veraart vindt de uitbreiding van het spreekrecht niet per se verstandig. Slachtoffers spreken vaak over de verdachte als dader, en dat kan de rechter beïnvloeden, denkt hij.

Ook een punt van zorg bij de meeste juristen is het voornemen verdachten eenvoudiger in voorlopige hechtenis te nemen.

Het kabinet lijkt het onschuldbeginsel te hebben laten varen, zegt strafpleiter Inez Weski. „In Nederland word je nu al gemakkelijk en steeds langer in voorlopige hechtenis gehouden. Maandag heb ik een zitting van een cliënt die al dertien maanden wacht op een oordeel in eerste instantie. Dit kabinet spreekt over rechten, maar lijkt slechts oog voor blind straffen te hebben.”

Juristen kritisch over kabinetsplan veroordeelde al op te sluiten voor hoger beroep dient

De kosten van het strafproces horen principieel bij de Staat thuis. Waarom veroordeelden daaraan moeten meebetalen, zoals het kabinet wil, is me een raadsel.

Chrisje Brants, hoogleraar strafrecht

De grenzen van de rechtsstaat komen in beeld als het recht op een eerlijk proces wordt ondermijnd. Een aantal maatregelen uit het akkoord zet druk op de rechtsbescherming van verdachten.

Wouter Veraart,hoogleraar rechtsfilosofie

Het effect van stoere kreten over de pakkans verhogen moet je niet overschatten. Nederland is vanuit internationaal perspectief een redelijk veilig land.

Jan Loorbach,landelijk deken van de Orde van Advocaten