Een rijdende vluchtheuvel

geeft zijn verzet tegen de Toyota Prius op.

Toen de Prius kwam, maakte Toyota hem beroemd door er celebrity’s in te lokken. Salma Hayek, Leonardo di Caprio en Cameron Diaz monsterden aan, tot vreugde van Toyota en hun managers. De Prius, Prins Eco, was muziek voor hun profiel.

Het was echt wat: een auto met elektro- en benzinemotor, eendrachtig samenwerkend om uitstoot en verbruik tot een minimum te beperken. Cool, vond iedereen, tot mijn verbazing. Ik raakte niet uitgedacht over het wonder dat zo’n treurwilg zoveel goodwill oogstte. De Prius I en II – Generatie Drie is een bevredigende Wiedergutmachung – deden pijn aan de ogen. Als celebrity vergaf je die lelijkheid met de welwillendheid die je als mens nog groter maakte. De Prius was je liefdesoffer aan het goede doel. En kleingeestige esthetische bezwaren verdwenen bij de verbruikscijfers: hij liep 1 op 20.

Inmiddels heeft de Prius veel concurrentie gekregen. De beter gesitueerde klimatologische voorhoede kan de elektrische Tesla Roadster of de Fisker Karma Plugin bestellen. Plugins, hybrides die via het stopcontact kunnen worden opgeladen, zijn ook lager in de markt in opmars. Volledig elektrische middenklassers staan ondanks een onaanvaardbaar minimale actieradius op de kaart. En het aanbod van reguliere hybrides groeit met de dag. Alles bijeen is de groene tegencultuur een kolossale optocht van voorbarige pilotprojecten, serieuze alternatieven en aandoenlijke mooiweerspelers, zoals de Porsche Panamera Hybrid (verbruik 1 op 10).

De Prius verbleekte intussen van ecologische vaandeldrager tot anonymus in het middenveld, bestuurd door leaserijders die zichzelf berustend voorhouden dat alles went. Maar nu is er een Prius Station die wél cool is. Daar kan een fiets in, een mountainbike bijvoorbeeld. Lifestyle. Dat werd tijd. Niet omdat Priusmensen van nature hippe vogels zijn. Maar in de wachtrij voor de dealer zijn inmiddels ook de levensgenieters aangeschoven die van hun werkgever niet meer in een echte auto mogen. Een station-Prius is nog altijd niet Hun Ding. Maar er kan nu iets in. Hun eigen dingetjes, vier kinderen.

Hij is opeens een soort gewone auto, niet meer het gestigmatiseerde bezuinigingspakket dat je om zijn unique selling point maar had te slikken. Het is een echte gezinswagen met drie zitrijen geworden, waarvan de laatste met zijn twee kabouterstoelen overigens alleen geschikt is voor Japanners met een groeistoornis.

Laadruim

Kop op, spreek ik mijn trots vermanend toe, we gaan ervoor. Ik klap de stoelen neer en schuif mijn Batavus in het laadruim. Dat valt niet tegen. Ik rijd naar het westen, parkeer de Wagon in Amstelveen en vervolg per fiets mijn weg naar Mokum. Dat was dan 1 op 22. Eerzamer kan een levensstijl niet worden.

Hoe een Prius aanvoelt is voor ervaringsdeskundigen geen nieuws. Wat looiig, helemaal in een stationvariant die uiteraard iets zwaarder is geworden dan de vijfdeurs. De 136 pk die elektro- en benzinemotor gezamenlijk in stelling brengen hebben een taaie kluif aan bijna 1.500 kilo massa. Daarvan afgezien is hij business as usual. Sloom, behaaglijk, intelligent gemaakt, goed zittend en op kruissnelheid zeer stil als je hem niet achter de vodden zit. Want als je serieus gas geeft, loeit hij binnensmonds zijn lied van kreunend zelfbeklag. Maar ook onder druk blijft hij onvoorstelbaar zuinig. Na een week sta ik rotsvast aan de goede kant van de 1 op 20.

Daarna neem ik vriend L. mee. Als zovelen overweegt hij de natuur en zijn huishoudpot op termijn meer te ontzien dan een BMW 530d zijn eigenaar toestaat. Het fiscale plaatje gaat toch meespelen, grijnst hij met de ironie die helemaal van deze tijd is. Moegestreden liefhebbers als hij rijden binnen enkele jaren allemaal elektrisch of hybride, de handel achterlatend met een massakerkhof vol zuipende zes- en achtcilinders. De Prius is geen droom, hij is een vluchtheuvel.

Hij helt wat in bochten en stuurt vaag, verder geen klachten. Voor de gedwongen tevredenheid wreken we ons met het redeloze fijnproeversstandpunt dat dat dashboard een esthetische bezoeking is. Verzet is zinloos, de Prius-ratio wint toch. Oké dan, buigt de gastrijder, best goed. Alweer een man verslagen door zijn lot.

Na de proefrit stappen we over in zijn 5-serie. L. trapt het gaspedaal zo diep mogelijk in, getraumatiseerd en toch opgelucht. De diesel steekt van wal met het geweld dat we een uur lang hebben moeten missen. We vloeken onderdrukt, twee mannen op hun laatste benen. Nog even full throttle tot de Dag des Oordeels, die we heus gaan overleven. Prima kar, die Prius. Neem de Plugin. Duur, 39.000 euro, zo terugverdiend. Eén op dertig.