Opinie

Doorbreek morele radiostilte

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De eerste crisis van het kabinet-Rutte II kwam geen dag te laat. De blije coalitieridders vielen nog vóór de regeringsverklaring in het zwaard van hun technocratische zelfoverschatting. Maar de crisis is ook een kans. Niet alleen om van de inkomensafhankelijke zorgpremie af te komen. Vooral om tot zich te laten doordringen voor wie zij werken.

Het Kamerdebat over de formatie was het begin van tien koortsige koopkrachtdagen. De oud-informateurs zaten er bij als ooms die af en toe mochten uitleggen wat de neefjes hadden afgesproken. Cijfertje hier, regelingetje daar. Geen Kamerlid kwam op het idee hen te vragen naar hun taakopvatting als procesbegeleiders.

Het was een gulzig voorschot op het debat over het regeerakkoord van volgende week. En illustreerde daarmee de voortgaande partijpolitisering van de kabinetsformatie. De partijen die samen willen en een meerderheid hebben (of een gedoogpartner, zoals in 2010) formuleren een opdracht en wijzen politieke familieleden aan als informateurs. In 2010 waren Rosenthal en Opstelten de verwante kwartiermakers. Tjeenk Willink en Lubbers werden als vreemde eenden in de bijt ervaren. Het midden-alternatief werd niet serieus onderzocht.

Dit jaar zijn Kamp en Bos de insider-helpers geweest. In het Kamerdebat over hun werk praatten zij mee over de techniek van het regeerakkoord, al probeerden zij wat afstand te houden. Geen vraag over de procedure of de kansen op stabiliteit, de minderheid in de Eerste Kamer. Verkenning van alternatieve coalities was al een gepasseerd station. Geen zin in. Daarom doen VVD en PvdA er nu alles aan de rit alsnog te beginnen. Na deze valse start lijkt 2017 wel een erg ambitieuze horizon.

De formatie-2012 was ook in een ander opzicht geen vernieuwing maar een voortzetting van een bestaande tendens: de technocratisering van het openbaar bestuur, de illusie dat alles maakbaar is in de controlekamer, decentraliseren met Den Haag aan de knoppen. Natuurlijk wordt al jaren gewaarschuwd dat koopkrachtplaatjes niet meer dan een aanwijzing zijn, dat de omstandigheden veranderen en de cijfers in ieder individueel geval anders uitpakken. Maar toch wilden de coalitiepartners de uitkomst van hun gun-pimpampetspel met onschuldig ogende koopkrachtcijfers aanprijzen.

Eigen schuld dikke bult dat allerlei mensen en media sommetjes maakten die explosiever uitpakten. Als Rutte en Samsom de meest urgente thema’s hadden gekozen en elkaars ideeën daarover zodanig hadden doorgrond dat zij werkelijke compromissen konden sluiten, dan hadden zij daarmee kunnen volstaan. Dan had het parlement later over de uitgewerkte voorstellen kunnen oordelen.

Nu gaven zij zich over aan een overmoedig soort wij-lossen-alles-wel-even-op. Kabinetsformaties kunnen het beste gedepolitiseerd qua procedure zijn, en politiek wat betreft de inhoud. Het blijft een gevecht om de macht. Nu was de procedure partijpolitiek en werd de inhoud gedepolitiseerd. Want om de beurt je zin krijgen is een bij uitstek niet-politieke truc.

Onder leiding van zorgconsultant Bos hebben de onderhandelaars niet alleen voor de zorg een monster van Frankenstein gebaard. De VVD hield marktwerking in de zorg, al zouden de zorgverzekeraars vrijwel helemaal gevoed worden via het belastinginfuus. De PvdA kreeg inkomensafhankelijke zorgpremies – de fiscale bijdrage Zorgverzekeringswet bleef zo te zien ook inkomensafhankelijk. De VVD kreeg verlaging van de inkomstenbelasting. Het regeerakkoord beschrijft in een kader al waarom dat een incoherent idee is, of liever gezegd, een collage van tegenstrijdige jongensdromen. De zorg zou er beter noch goedkoper van worden.

Na de opstand in de VVD-achterban wordt het regeerakkoordnu opengebroken. Men zoekt een manier om het politieke lek boven water te krijgen, liefst met behoud van de respectievelijke voorkeuren voor belastingverlaging en nivellering. Begrijpelijk binnen de politieke logica van het Binnenhof. Maar daarmee wordt de kiem gezaaid voor alle volgende crises. Het zou beter zijn als de crisisleiders alsnog een hart en een ziel aanbrachten in hun jongenscoalitie. En de morele radiostilte doorbraken.

Ja, het land vroeg om daadkrachtig bestuur. De woningmarkt, de arbeidsmarkt, de zorgsector, het onderwijs, Europa, overal is behoefte aan nieuw elan en duidelijkheid. Zeker, niemand had zin en tijd voor een formatie van een half jaar. Maar overmoed leidt tot grotere brokken dan nietsdoen. De pretentie alles wel even te regelen, speels ruilend met hobbykaarten, is kwetsend voor al diegenen die uit AWBZ of WW worden gegooid. De mensen zijn vergeten.

Joviaal een streep halen door het recht op langdurige zorg waar jaren premie voor is betaald. Gezinnen maanden sneller de armoede injagen na verlies van werk. Zuid-Holland aan Zeeland plakken, gemeentes dwingen op te gaan in kleurloze subprovincies met verzonnen namen, terwijl in heel Europa iedereen op zoek is naar een gevoel van ergens-horen.

Het is allemaal nuttig bedoeld, maar zo ingrijpend en discutabel dat er een bijzonder goed, uitgewerkt en samen gedragen verhaal bij hoort. Om dat te vertellen en naar de reacties te luisteren vergt tijd. Niet honderd dagen boemelen in een bus zoals Balkenende-Bos, maar wel weken nemen om de hoofdlijnen (die op tien bladzijden passen) zorgvuldig uit te werken.

Niet alleen de VVD heeft een probleem. Ook de PvdA moet nieuwe inhoud geven aan de sociaal-democratie. Loskomen van een simplisme als nivellering. En zich bevrijden van „de loden bal van het ware socialisme”, een mythe volgens oud-partijcriticus Bart Tromp. Zijn nagelaten geschriften onder die titel kwamen dezer dagen opnieuw uit. Geen dag te vroeg.