‘Doe het groen – maar doe het dan wel slim’

Rutte II wil meer ruimte voor windenergie op zee. Lex Hartman van netbeheerder Tennet juicht dit streven toe. Maar waarschuwt voor overhaaste besluiten.

Foto Bram Budel

Wil het kabinet Rutte II straks de Noordzee volbouwen met windmolens? Prima. Tennet is er klaar voor, zegt Lex Hartman, lid van de raad van bestuur van de netbeheerder in Nederland en Duitsland, en dus verantwoordelijk voor het transport. „Als dienend bedrijf stellen wij ons bescheiden op. Maar als er voor ‘zee’ gekozen wordt om groene doelstellingen te halen, dan zeggen wij: doe het dan slim.”

Mocht Nederland de boot nog even afhouden dan vindt hij dat ook goed. „Die offshore windenergie is een onzekere markt. We moeten nog maar zien wat daar over twintig jaar staat.” Hartman tekent met zijn vinger een grafiek in de lucht. „De leercurve gaat steil omhoog, echt.”

De jurist Hartman geeft vroeg in de ochtend op Schiphol zijn visie op de plannen van het nieuwe kabinet om de ontwikkeling van windenergie op zee nieuw leven in te blazen en in 2020 een energievoorziening te hebben die voor 16 procent duurzaam is. Het vliegtuig naar Berlijn staat al klaar. Daar zullen weer de nodige hoofdpijndossiers op tafel komen. Hoofdthema: wie betaalt wat bij het opwekken en transporteren van groene energie?

Met zijn Duitse avontuur zit Tennet middenin die leercurve. In 2009 kocht de Nederlandse netbeheerder het elektriciteitsnet van E.on in Duitsland. De operatie was onder andere bedoeld om een einde te maken aan het prijsverschil tussen de Nederlandse en de Duitse markt – wat grotendeels lukte.

Maar wat Tennet niet kon voorzien was dat Duitsland in 2011 een punt zou zetten achter de kernenergie. De ramp met de kerncentrale in het Japanse Fukushima zette de eeuwige kernenergiediscussie in Duitsland opnieuw bovenaan de agenda. Voor- en tegenstanders stonden lijnrecht tegenover elkaar en verlamden de politiek. Totdat de regering Merkel ingreep en een ingrijpende versnelling van de ‘Energiewende’ aankondigde.

Al de volgende dag werd besloten om acht kerncentrales van het net te halen. Zonder overleg met de betrokkenen. „We werden niet eens gebeld, wij hebben het ook in de krant moeten lezen.” Inmiddels is bepaald dat in Duitsland in 2050 80 procent van alle stroom groen moet zijn. Windenergie, zonne-energie.

„Maar er was geen plan”, roept Hartman. „Heel on-Duits. Nu zie je dat het met de bestaande wetgeving en al die nieuwe besluiten compleet uit het roer loopt.” Het energielandschap is hier anders, maar ook Nederland staat aan de vooravond van een nieuwe ‘groenspurt’.

Welke lessen kan Nederland trekken uit de Duitse ervaring?

„De eerste les is dat je de planning van een net op zee synchroon moet laten lopen met de planning van windparken op zee. In Duitsland kan je met een paar miljoen euro een windpark ontwikkelen, wat niet veel is in onze wereld. Daarom liggen er veel aanvragen. Als netbeheerder zijn wij verplicht om ervoor te zorgen dat de stroom van het windpark wordt aangesloten op het net. We bouwen daarvoor platforms, een soort ‘stopcontacten’ die 1 miljard euro per stuk kosten en waar verschillende windparken op kunnen worden aangesloten. Die contactdozen hebben de capaciteit van een kerncentrale.

Wij zijn wettelijk verplicht om meteen te beginnen met bouwen – terwijl het windpark nog kan zeggen: we doen het toch maar niet, de business case is anders geworden of we gaan toch maar naar Engeland. De investeringsbeslissing van het windpark en het stopcontact moeten zeker zijn. De investeringsbesluiten voor windenergie zijn nog nauwelijks genomen. We hebben voor het Duitse Bard een verbinding gebouwd die al twee jaar af is, maar hij wordt maar voor 25 procent benut. Er staan gewoon niet genoeg windmolens.”

En bezorgt dat u financiële problemen?

„Tennet loopt geen risico. Het is een verplichte investering en de kosten worden verrekend in het tarief.”

De consument betaalt dus?

„Ja, en daarom zou ik ook in Nederland het volgende pleidooi willen houden: als we groener gaan, en dat is een politiek besluit, dan moeten we het efficiënt doen – omdat je in de politiek en in de maatschappij een enorme discussie krijgt over kosten. Want windenergie is gewoon heel duur.

Mijn andere boodschap is dat je wind op zee in de geplande hoeveelheden niet los kunt zien van een goed functionerend net op het land. Vroeger hadden we in Nederland provinciale netwerken. Later hebben we die gebiedjes aan elkaar gekoppeld en ook buitenlandse verbindingen aangelegd, voor in geval van nood. Maar sinds de marktwerking moet er over die hulplijntjes naar het buitenland onbeperkt energie geleverd kunnen worden. Dat moet je versterken en eigenlijk moet je dat Europees doen.”

Want?

„Het net in Duitsland van noord naar zuid is goed, maar te zwak. Er is de afgelopen tien jaar onvoldoende in geïnvesteerd. In plaats van elektrische snelwegen liggen er provinciale wegen. Maar de industrie in het Ruhrgebied of München moet straks wel langs dit net bediend worden.

Daarnaast is er een probleem als het hard waait. In Duitsland gaat windenergie voor. Dat betekent dat wij die moeten opnemen in het netwerk en dat andere centrales minder mogen produceren. De centrales stilzetten kunnen ze niet, daarom bieden ze stroom aan tegen negatieve prijzen. De geplande hoeveelheid windenergie zal daarmee een enorme marktverstoring gaan geven.”

Wat gebeurt er dan?

„Er zijn energie-intensieve ondernemingen zoals Hoogovens, die hun productie proberen te plannen op de stroomprijs. Die zeggen nu al heel slim ‘morgen gaat het hard waaien, dan worden de stroomprijzen heel laag en daarom ga ik morgen produceren en niet vandaag’.”

Hartman pakt een kaart met de verbindingen die Tennet beheert in Nederland en het westen van Duitsland. Alle windenergie van de Noordzee moet straks langs de hoogspanningsverbindingen van de Nederlandse maatschappij worden afgevoerd. Hij begint te krassen en tekent vier lange verbindingen door Duitsland, van de Noordzee waar de windenergie vandaan komt naar het zuiden. De Duitse plannen zijn zo goed als rond. Maar Duitsland opereert te geïsoleerd, alsof het een eiland is. „Waarom worden er geen nieuwe verbindingen verder Europa in gepland”, vraagt Hartman zich af en trekt dikke strepen naar Nederland en Polen. Dan kan het surplus aan Duitse stroom als het hard waait tenminste weg naar de rest van het continent.

Meer Europese integratie?

„Wij zouden allereerst tot een planning willen komen in de Noord-West-Europese markt. Hier ligt 80 procent van de Europese economie. Dat hoeft niet heel Europa te zijn. Portugal of Griekenland zijn niet relevant voor onze markt. We moeten nu die netten bouwen en beginnen aan de omwenteling naar groene stroom. Wij hebben gewoon niet de tijd om nog eens tien jaar te wachten. Fossiele brandstoffen raken op, de toekomst is groen, dat is zo klaar als een klontje.”

Er wordt veel gesproken over een ‘supergrid’ op zee dat alle landen verbindt.

„Daar zijn we al aan begonnen met verbindingen naar Groot-Brittannië en Noorwegen. Maar een echt geïntegreerd geheel met bijvoorbeeld een grote ring op de Noordzee, waar Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Denemarken op aansluiten? En voor je het weet ligt ook Frankrijk ineens aan de Noordzee. Dan heb je zes landen met zes verschillende netbeheerders, zes verschillende toezichthouders – en dan moeten we het met elkaar eens zien te worden over investeringen ter waarde van 50 miljard euro.”

Hartman lacht hartelijk. „Ik ben daar erg voor hoor. Maar dat gaat nu niet lukken. We moeten nu aan de slag, gewoon doorwerken en stap voor stap bilaterale oplossingen zoeken door verbindingen te bouwen en netwerken te versterken.”

Intussen ontstaat er wel een Europa van twee stroomsnelheden?

„Ja, dat klopt. Maar de omwenteling vindt hier plaats. Voor onze elektrische markt is het niet interessant wat er in Portugal of Griekenland gebeurt.”

Hoe reëel is de doelstelling van Rutte II om in 2020 16 procent duurzame energie te gebruiken?

„Als ik simpel naar de markt van toeleveranciers kijk, dan is dat met alleen windenergie niet reëel. Drie jaar geleden, toen het plan Wind 6000 werd gepresenteerd door minister Van der Hoeven van Economische Zaken, was dat al krap. Intussen is er drie jaar niks gebeurd. Wat ik overigens wel verstandig vind hoor. We moeten er niet zo maar met alle landen inplonzen. Je kunt niet in Nederland in zeven jaar tijd voor 6.000 megawatt (ongeveer 2.000 windmolens) aan wind op zee zetten. Dat kan de industrie niet leveren.

Maar intussen is onze uitgangspositie wel beter dan de Duitse. Ons net is sterk, we hebben de technologie. We hebben de lessen geleerd. Maar de eerste stap is nu aan de politiek: hoeveel wil je? En waar wil je dat?”