De vrouw die de fik van het feminisme aanstak

Nora Rozenbroek (1944-2012) schiep Dolle Mina, en bleef tegendraads en strijdbaar.

Nora Rozenbroek, circa 1970

‘En opeens, zonder ook maar de geringste aanwijzing van een organisatievorm, zonder ledenlijst, was daar Dolle Mina.’ Zo staat het in het boek Meid, wat ben ik bewust geworden. Vijf jaar Dolle Mina uit 1975. Er zijn vele scheppingsverhalen over de begintijd van deze succesvolle actiegroep. Maar in elk verhaal staat Nora Rozenbroek aan de oorsprong.

Nora Rozenbroek, geboren in de Hongerwinter, studeerde biochemie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam toen zij te horen kreeg dat de enige promotieplaats ‘natuurlijk’ naar een man zou gaan. Volgens vriendin Henriëtte Schatz sprak Rozenbroek daarover – „tussen de konijnenexperimenten in het Jan Swammerdam Instituut’’ – met Alex Korzec, wiens vriendin haar baan moest opgeven omdat ze ging trouwen. Uit onvrede over die vanzelfsprekende ongelijkheid besloten zij dat er een ludieke actiegroep moest komen voor de rechten van de vrouw. Zoekend naar een naam, zegt Schatz, herinnerde Rozenbroek zich het standbeeld van Wilhelmina Drucker – een van Nederlands eerste feministen, bijgenaamd Dolle Mina – waar ze dagelijks langs fietste naar school.

Dolle Mina – „die prachtige fik waar het feminisme op zat te wachten’’, volgens het jubileumboek – werd berucht en populair met acties als de bezetting van het alleen voor mannen toegankelijke Nijenrode en de redactie van het ‘suikerzoete’ weekblad Margriet, de publieke verbranding van bh’s en het afsluiten van openbare urinoirs met roze linten. Het openbare damestoilet was een van de zaken waarvoor Dolle Mina’s demonstreerden, net als gelijke salariëring voor man en vrouw bij gelijk werk, condooms in het ziekenfonds, crèches en legale abortus (Baas in Eigen Buik tenslotte). Rozenbroek, volgens een medestudent een „exotische verschijning met een allure en een oogopslag die alle studenten in de mensa degradeerde tot klootjesvolk”, liep voorop.

Haar strijdbaarheid begon al toen de verloskamer bij haar geboorte werd gebombardeerd, zei haar man Piet Bakker woensdag tijdens een herdenkingsbijeenkomst. Een andere vroege ervaring die volgens psychiater Bas Oele bepalend is geweest, was de hardhandige behandeling van haar broer, die leed aan schizofrenie en die ze als meisje ontvoerde uit de instelling waar hij verbleef, omdat die hem onbillijk strafte. In haar werkzaam leven als apotheker , meer dan dertig jaar lang, ging haar speciale aandacht dan ook uit naar psychiatrische patiënten. Haar apotheek aan de Vijzelgracht was in de jaren tachtig ook een van de weinige die (experimentele) medicijnen verstrekte aan slachtoffers van een nieuwe epidemie, aids.

Nora Rozenbroek bleef haar leven lang energiek tegendraads, wantrouwig, eigenwijs en strijdbaar, zeiden haar kinderen en haar vrienden woensdag. Toen uitgever Bas Lubberhuizen dit jaar afscheid nam, besloot ze geld te geven aan zijn uitgeverij. „Ze had gehoord dat er nog geen vrouwelijke participant was”, aldus Lubberhuizen.Ze overleed op 25 oktober, 67 jaar oud in Jogjakarta, op weg naar haar geliefde Bali.