Brieven over het regeerakkoord

Bij de verkiezingen heeft Nederland gekozen voor een eind aan de polarisering, door het luchtkasteel van de SP te verpulveren en ook de PVV te laten verliezen. Het heeft ingezet op de samenwerking van twee gematigde partijen, links en rechts van het midden. Dit is absolute noodzaak voor het bezweren van deze crisis.

En dan is daar Hans Spekman, de belichaming van wat een groot deel van Nederland intens verafschuwt in links. Hij is moreel verheven, hautain, schept genoegen in het nivelleren als doel op zich, stigmatiseert de slachtoffers hiervan als graaiers bij wie de welvaart is komen aanwaaien en negeert dat die mensen, net als zijn eigen achterban, intens hard hebben gewerkt voor een goede opleiding en dat ze als ondernemer misschien grote risico’s hebben genomen. Spekman zelf is na zijn – deels niet afgemaakte – opleidingen direct onder de hoede gekropen van de overheid. Vanuit deze comfortabele positie is het eenvoudig, maar ongeloofwaardig (ver)oordelen.

Onze leiders moeten van een hoog kaliber zijn. Nederland heeft visie, oprechtheid, integriteit, daadkracht en het vermogen de samenleving te verbinden nodig. Rutte en Samson leveren dit in afdoende mate. Nederland heeft geen mensen nodig die blijven slaan op een veertig jaar oude trom, die blijven denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ en die nivelleren een feest vinden.

De politiek zou er goed aan doen mensen als Spekman uit haar midden te verwijderen. We kunnen ons hun bemoeienis niet veroorloven. Spekmans wachtgeld is een investering in een betere toekomst.

Gerard Ellerman

Den Haag

Vermijd toch dat lelijke woord ‘ministersploeg’

‘De homo’s zijn verdwenen uit de ministersploeg’, schrijft NRC Handelsblad op 5 november. Het woord ‘ministersploeg’ is een gruwelijk lelijk woord, uitgevonden door de journalist die formateur Van Agt destijds hoorde zeggen: „Mijn nieuwe kabinet is een leuke ploeg.” Dat kun je zo zeggen, „een leuke ploeg”, maar het is toch raar dat er hierdoor al decennia gesproken wordt over ‘ministersploeg’? Een kabinet heet een kabinet. De ministers in een kabinet zijn ‘de ministers’.

Christine Karman

Amsterdam

Die dubbele beëdiging interesseert echt niemand

Terwijl half Nederland nog van de shock over de toekomstige zorgpremie aan het bijkomen was, waren veel journalisten, geholpen door sommige politici, al op weg naar het volgende relletje: de dubbele beëdiging.

Het is onthutsend om te zien hoe groot de kloof is tussen de denkwereld van de gemiddelde Nederlander en de (media)incrowd in Den Haag. Het interesseert ons helemaal niets of het nieuwe kabinet één, twee, drie of tien keer beëdigd moet worden.

Robin Plasman

Den Haag

Onze ministers beloofden trouw aan de verkeerde

Onze koningin is staatsrechtelijk ‘de Koning’. Groot was mijn verbazing toen de functionaris bij de beëdiging van de kandidaat-ministers de eedformule voorlas. Hierin kwam deze frase voor: ‘Ik zweer (beloof) trouw aan de Koningin...”

De Grondwet stelt in art. 49 dat de ministers moeten worden beëdigd volgens de wijze als in de wet voorzien. De desbetreffende wet stelt in artikel 1 dat het formulier voor de beëdiging luidt: ‘Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.’

De ministers zijn dus niet beëdigd op de wijze als bij de wet voorzien. Het is tragisch dat dit een perfectioniste als onze koningin moet overkomen.

Het is allemaal terug te leiden tot de ongelukkige omstandigheid dat het woord ‘koningin’ in ons dagelijks taalgebruik – niet in de Grondwet! – drie betekenissen heeft:

Het regerende vrouwelijke staatshoofd;

De echtgenote van de Koning; en

De weduwe van een Koning.

O.L.E. Jongmans

Wateringen

Die ‘mediane koopkracht’ is voorbeeldig misleidend

Als leraar wiskunde leer ik mijn leerlingen dat ze voor het beoordelen van een grote groep gegevens drie centrummaten moeten kennen: de mediaan, de modus en het gemiddelde. Ook laat ik zien dat deze alle drie geheel verschillende uitkomsten kunnen hebben, en dat je hiermee de presentatie van die gegevens kunt manipuleren.

Deze zin in het regeerakkoord kan ik mooi gebruiken als voorbeeld: ‘De mediane koopkracht van mensen met een inkomen tot modaal stijgt met gemiddeld 0,2 procent’.

Met hoeveel procent zou de gemiddelde koopkracht van mensen met een inkomen tot de mediaan modaal eigenlijk stijgen?

Reitze Jonkman

Drachten

Zo veel voordeel hebben wij zzp’ers helemaal niet

In NRC Handelsblad (3 november) is sprake van de plannen om de fiscale verschillen tussen zzp’ers en werknemers te verkleinen, in het nadeel van de eerste groep. Volgens staatssecretaris Weekers (Financiën, VVD) betaalt een ondernemer die twintigduizend euro bruto per jaar verdient vrijwel geen belasting, waar een werknemer met hetzelfde inkomen ruim drieduizend euro betaalt.

Dit kan soms best juist zijn. Weekers vergeet, of verzwijgt, alleen dat die zelfstandige zelf zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenvoorziening moet regelen en dat de werknemer geen enkel zakelijk risico loopt. Het belastingvoordeel van drieduizend euro weegt hier maar gedeeltelijk tegenop.

Dat er in crisistijd veel ‘oneigenlijke’ zzp’ers op de markt zijn gekomen die de staat miljoenen euro’s aan zelfstandigenaftrek kosten, komt niet doordat deze mensen zo graag belastingvoordeel binnenhalen en daarom ‘ondernemer’ worden. Het komt doordat hun voormalige werkgever op een voordelige manier van hen af is gekomen, of doordat er geen banen te vergeven zijn. Voor de honderdduizenden ‘echte’ zzp’ers met minimale of modale inkomens is de zelfstandigenaftrek een bestaansvoorwaarde.

E.J. van Ginkel

Zzp’er sinds 1982, Leiden

Blijf af van de corporaties!

Het regeerakkoord gaat voorbij aan de bijdrage die de meeste woningcorporaties leveren aan een leefbare en aantrekkelijke woonomgeving. Dit kunnen ze alleen maar blijven doen als ze kunnen blijven investeren. Als ze alleen nog maar sociale huurwoningen mogen bouwen, zal dit per saldo geen af te romen winst, maar verlies opleveren.

Jeroen Mensink

Amsterdam