Bosbouillabaisse en gevlogen fazant 6 ½

Ronald Hoeben kan in wildrestaurant The Hunting Lodge fluiten naar zijn boskip.

Het pad naar de Hunting Lodge, in de bossen te Rozendaal bij Arnhem, is met wakkerende fakkels verlicht. De Lodge is, zoals de naam al doet vermoeden, een wildrestaurant. Alleen is het niet gevestigd in een jachthut, maar in een fraai paviljoen met een strak houten plafond, kroonluchters van vergulde hertengeweien en een koeienhuid als deurmat.

Ik ben hier al eens overdag geweest en dan zie je dat het paviljoen ook een aangenaam groot terras heeft met een mooi uitzicht. Nu kijken we naar muren met zwart wit foto’s uit de VS (niet van wild) en is het vooral de muziek van jazztrompettist Eric Vloeimans die voor de sfeer zorgt.

We zitten aan een ruime tafel op comfortabele , leren fauteuils, net om de hoek van de open keuken in het midden van de eetzaal. Als aperitief kiezen we losse glazen Riesling en Grüner Veltliner. De bediening is vriendelijk en correct. Naast de wijn komen olijven, kaasstengels en een braaf lepeltje ‘gevogeltepaté’, dat tegelijk de rol van amuse gueule heeft – er wordt een kans gemist om direct al een wildvisitekaartje af te geven.

De kaart bestaat uit een 4-, 5- of 6-gangen seizoensmenu (49 euro - 69 euro), een drie- gangen dinermenu (35 euro) en een lijst met klassiekers. We houden van klassiekers en huisspecialiteiten, dus kiezen we de bouillabaisse ‘en service’ (17 euro) en de ganzenleverterrine met appelcompote, calvadossaus, gegrild brioche brood en aardappel (18 euro).

De soep wordt schilderachtig geserveerd in een bord waar Hollandse garnalen en een stukje roodbaars liggen te wachten tot de bediening er uit een koperen pan de bouillon en stukken snoekbaars bij schept. Hiernaast geroosterde sneden stokbrood en rouille. Bouillabaisse kan een onweerstaanbaar smaakrijm opleveren waarin de gebruikte vissen, zoals de in ZuidFrankrijk onontbeerlijk geachte rascasse, geraspte kaas en verzengend pittige rouille een hoofdrol spelen. In deze bosvariant blijven we met de brave snoek- en roodbaars plus de veel te milde rouille steken in een weliswaar voedzaam, maar verder weinig indrukwekkend ritueel. De ganzenleverterrine blijkt een betere keus.

Fazant is niet voorradig („Als u het bij de reservering vraagt, halen we het in huis”, meldt de ober), waarmee mijn verlangen naar zuurkool en boskip van de baan is. Ik wijk uit naar patrijs(filet) en een plak gebakken ganzenlever met ‘uit elkaar getrokken hete bliksem’, een smakelijk, betaalbaar (25 euro) maar niet heel indrukwekkend gerecht met een dubbelrol voor de appelcompote van het voorgerecht. Bij de heilbot en langoustine ( 27 euro) is de zoute citroen een mooie toets, maar de vis veel te gaar. Aan het einde van de avond constateren we: het allerbeste aan de Hunting Lodge is de ambiance.