Beleggen in het Wilde Oosten van Europa

Premier Mark Rutte was deze week op handelsmissie in Turkije, vergezeld door bedrijvenlobbyist Bernard Wientjes, tien topmannen en vertegenwoordigers van tachtig MKB-bedrijven. Knut Harald Nilsson, portfoliomanager van het Noorse beleggingsfonds Skagen Kon-Tigi, weet waarom: de Turkse economie is een van de best bewaarde geheimen in het universum van de opkomende markten.

,,Turkije maakt minder dan 2 procent uit van de toonaangevende MSCI Emerging Markets Index”, zegt Nilsson. Hij investeert minimaal de helft van zijn fonds in bedrijven uit opkomende economieën. ,,China is goed voor zo’n 17 procent, Taiwan voor 11 procent.” Skagen Kon-Tiki is zwaar ‘overwogen’ in Turkije. Ruim 6 procent van de portefeuille is belegd in Turkse bedrijven, meer dan drie keer zoveel als het Turkse aandeel in de MSCI-index.

De Turken zijn gemiddeld veel jonger dan wij, werken hard en hebben een ondernemende instelling. ,,Drank is geen probleem daar”, grapt Nilsson. ,,Negentig procent van de bevolking is moslim.” En dan, serieuzer: ,,De corporate governance van Turkse bedrijven staat op een hoog niveau. Wij kochten in 2002 onze eerste Turkse belegging, Sabanci, en sindsdien heeft geen Turk ons ooit bedonderd.” Sabanci bezit twee banken en kleinere belangen in handel, energie en grondstoffen. Het is een familieconglomeraat met een beursnotering, als alle grote Turkse ondernemingen. Niks mis mee, vindt Skagen: die families hebben zich wijze eigenaren getoond.

De Turkse bedrijven waarin Skagen belegt, hebben nauwelijks schulden en opereren in een economie die sinds 2002 is verdrievoudigd – in bruto binnenlands product, maar ook in het gemiddelde besteedbare inkomen per hoofd van de bevolking. Tot dusver steeg de Turkse beurs dit jaar 41 procent in waarde. Skagen Kon-Tiki groeide ‘slechts’ met 10 procent – het fonds belegt in veel meer landen dan alleen Turkije. Het veertigtal ‘zuiver’ Turkse beleggingsfondsen op de vergelijkingssite Morningstar behaalde in 2012 rendementen van 20 tot ruim 60 procent. Daarnaast zijn er ruim dertig ETF’s of trackers op Turkse indices te koop, eveneens met tientallen procenten rendement dit jaar.

Toch noteren de meeste Turkse bedrijven nog steeds ver onder hun werkelijke waarde. Deels komt dat doordat beleggers wereldwijd gefixeerd blijven op China en Brazilië. Maar er is ook een fundamentele verklaring. Turkije is erg afhankelijk van heen en weer flitsend buitenlands kapitaal. Dat zorgt voor wilde schommelingen. De inflatie is even wild: zo’n 10 procent. De Turkse overheid bestrijdt die problemen met een verstandig beleid.

Diezelfde overheid schendt echter op grote schaal de mensenrechten. En ‘groen’ is Turkije ook niet echt – zo omvat de mijnbouw, waarin ook Skagen belegt, nog veel bovengrondse dagbouwmijnen, waarbij grondstoffen aan de aardoppervlakte worden gedolven. Goedkoop leeg te halen, kostbaar voor het milieu.

Voor Jan de Belegger blijft Turkije een ruige bestemming.

Journalist Joost Ramaer schrijft elke zaterdag over beleggingszaken.