Auto van de week

Bas van Putten wil minister sin een Skoda laten rijden.

Op zoek naar een ruime, zuinige familiewagen voor een kennis vond ik een recente Skoda Superb TDI met een minimale kilometerstand. Voor 23.000 euro mocht hij weg. Die onbehouwen berg staal is een koninkrijk voor de prijs van een Golf. Nieuw kost de goedkoopste diesel-Superb nog geen dertig.

Ik dacht aan regeren in crisistijd. Zelfs in zijn nederigste diesel-incarnatie voldoet de Superb aan alle eisen die bewindspersonen mogen stellen: immense beenruimte, presidentieel comfort. Volgens de fabriek verbruikt hij 1 op 22,7.

Hollandse notabelen met rug- of egokwalen mokten graag over het gehalte van hun dienstvervoer. Zo klaag-de Annemarie Jorritsma in 1995 dat „de eerste de beste pooier” deftiger reed dan zij als minister. In de schaamteloosheid resoneerde de diepe waarheid dat regenten met hun vreugdeloze grote middenklassers niets meer voorstellen. Geen mens kijkt op tegen een dikke Audi of een Mercedes E-klasse. Een investering van 50 tot 90 mille voor een dienstauto is daarom een abjecte verspilling van middelen geworden. Voor nog geen dertig rijdt het aanstaande kabinet even vorstelijk en een stuk zuiniger. Hier ligt een taak voor Diederik Samson. De keus voor een ministeriële budgetvloot zou uit pr-oogpunt een vorstelijk gebaar zijn. Representativiteit krijgt weer betekenis. Men spaart namens het volk.