Alzheimer sluipt al ruim vóór geheugenverlies brein binnen

Alzheimer is een sluipende ziekte. Lang voordat de eerste symptomen, toenemende vergeetachtigheid, opduiken is het ziekteproces al gaande. Mogelijk al twintig jaar. Dat concluderen Amerikaanse neurologen na een onderzoek onder een groep twintigers met een zeldzame genetische mutatie waardoor zij rond hun 45ste alzheimer zullen krijgen.

Bij deze jonge mensen vonden ze sterk verhoogde concentraties van het plaque-eiwit amyloïd-bèta in de hersenvloeistof. Ook waren er afwijkingen in de activiteit van de hippocampus, een deel van de hersenen dat belangrijke geheugenfuncties vervult (The Lancet Neurology, online 6 november).

Of de meest voorkomende (en niet-erfelijke) vorm van alzheimer net zo vroeg begint, en met dezelfde verschijnselen, is daarmee niet gezegd. Als dat wel zo is, zou dat mogelijkheden bieden om bij iedereen de ziekte op tijd op te sporen en te behandelen.

Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan tussen de hersencellen ophopingen of plaques van het eiwit bèta-amyloïd. Daarnaast vormen zich in de aangedane cellen kluwen van het zogeheten tau-eiwit. In het verleden zijn de nodige klinische trials uitgevoerd waarbij patiënten werden behandeld met middelen die de vorming van de plaques tegen zouden gaan. De resultaten daarvan waren teleurstellend. Dat leidde tot de hypothese dat de ziekte op het moment dat er duidelijke symptomen zijn al zo ver is gevorderd dat behandeling het verloop hooguit kan vertragen. Daarom wordt momenteel veel onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de symptomen voor te blijven.

Dat gebeurt onder meer door onderzoek onder mensen met erfelijke vormen van alzheimer. Dat is weliswaar een kleine minderheid, maar die kan niettemin waardevolle informatie opleveren.

Een van de mutaties die hierbij een rol kan spelen heet PSEN1. Alle dragers ervan krijgen als veertigers alzheimer. De mutatie komt betrekkelijk veel voor in en rond de Colombiaanse stad Medellín. Daar is het genoemde onderzoek gedaan, bij 20 nog gezonde dragers en 24 niet-dragers van tussen de 18 en 26 jaar. In een tweede onderzoek, onder een iets oudere groep deelnemers, bleek uit hersenscans dat de eerste amyloïd-ophopingen bij de dragers al voor hun dertigste ontstaan.

Een vergelijkbaar onderzoek door een andere onderzoeksgroep liet bovendien zien dat ook de eerste ophopingen van het tau-eiwit al minstens 15 jaar voor de eerste symptomen zichtbaar zijn (New England Journal of Medicine, 30 augustus).

Huup Dassen