Actrice met een adellijke uitstraling

Will van Kralingen acteerde met een vanzelfsprekende souplesse. Gisteren overleed ze, 61 jaar oud.

Haar rol van koningin Elisabeth in Maria Stuart was „vorstelijk” en „waardig”. Terecht verwierf actrice Will van Kralingen hiervoor in 2007, volgens haarzelf betrekkelijk laat, de Theo d’Or, de hoogste onderscheiding in het Nederlandse toneel. Vrijdagochtend is zij, na een langdurig ziekbed, op 61-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleden in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. Uit haar eerste huwelijk met toneelspeler Eric Schneider heeft zij twee zoons.

Will van Kralingen werd geboren op 1 oktober 1951 in Nijmegen. Ze studeerde in 1978 af aan de Amsterdamse Toneelschool. Hiermee begon een indrukwekkende carrière, zowel in het theater als op film en televisie. Vele televisiekijkers associëren haar met de gevoelige vertolking van Anna Bayens in de serie De Zomer van ’45. Ze was een van de twee Hollandse meisjes, verliefd op een Canadese soldaat.

Vorstelijk, stijl en allure: dat zijn de kwalificaties die bij Will van Kralingen passen. In een interview zei ze eens dat haar werk haar „onzeker” maakte.

Maar wie haar zag spelen en met heldere dictie hoorde spreken, kon die onzekerheid nauwelijks vermoeden. Integendeel. Het was of ze haar karakters, meestal gesitueerd in de hogere kringen, met verve en vanzelfsprekende souplesse vertolkte. Met haar rijzige lenige gestalte, blonde haar en slanke handen gaf ze aan haar personages een soms adellijke uitstraling.

Meteen na haar opleiding verbond ze zich aan toneelgroep De Appel in Den Haag. Daar speelde ze in de regie van Erik Vos belangrijke rollen, onder meer in Tsjechov, Brecht en Shakespeare. Ook haar debuut bij De Appel was in een Shakespeare: De Feeks, naar Het temmen van de feeks.

Sinds de oprichting in 1988 van het Nationale Toneel was ze een gezichtsbepalend actrice van dit Haagse gezelschap. In de Koninklijke Schouwburg maakte ze indruk in Hedda Gabler van Ibsen, Hebriana van Lars Norén en Scènes uit een huwelijk van Ingmar Bergman. Met haar rol als de suïcidale Lydia in de speelfilm Havinck verwierf ze in 1995 een Gouden Kalf, gevolgd door een tweede Gouden Kalf voor Storm in mijn hoofd. Een onverwachte, meer ingetogen kant van haar talent liet ze zien in de toneelbewerking van Kentering van een huwelijk van Sándor Márai. Ze speelde haar laatste rol in 2011 in de speelfilm De Goede Dood, naar het gelijknamige toneelstuk. Ook zou ze gaan optreden in In wankel evenwicht van Edward Albee. Maar door haar ziekte was acteren niet langer mogelijk.

Will van Kralingen was in staat haar rollen zeer persoonlijk te maken, zeker in solo’s als Juffrouw Else van de Weense schrijver Arthur Schnitzler en De vrouwen van Picasso over de geliefden van de schilder. Voor haar was het spelen van een solo „angstige overmoed”, zoals ze het noemde. „Je gaat meer dan ooit een band aan met het publiek. Je speelt met je lichaam, je stem en met denkkracht.” Het is altijd haar streven geweest in harmonie met mensen om te gaan, ook met haar ex-man Eric Schneider.

Samen met Schneider speelde ze een van haar mooiste rollen in het toneelstuk Naspel. Zij was Sonja uit Oom Wanja van Tsjechov. Schneider vertolkte Andrej uit Drie Zusters. Als twee oude toneelspelers komen ze elkaar tegen, halen herinneringen op aan de verliefdheid van toen ze jong waren. In breekbaar, melancholisch spel liet Will van Kralingen zien dat toneelspel weliswaar een vluchtig genre is, maar dat een toneelpersonage als Tsjechovs Sonja onsterfelijk is. Mits zo prachtig vertolkt als door haar.