Zonnehuizen verblind door medeleven

Zorginstelling Zonnehuizen ging eind vorig jaar failliet. Ongebreidelde groei, incompetent management, falend toezicht. Nu blijkt dat de janboel al in 2009 aan de kaak is gesteld.

Kleinschalig, wederzijds respect, dienstbaar, warmte en openheid. De kernwaarden van Stichting Zonnehuizen zijn vanaf oprichting in 1931 gebaseerd op de inzichten van Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. Het lijkt een mooie combinatie.

Zonnehuizen, een landelijke opererende instelling voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische hulp, is gespecialiseerd in de opvang van mensen met een ontwikkelingsstoornis. De organisatie bouwt in de loop der jaren een naam op voor kinderen, verstandelijk gehandicapten en jongeren die elders niet langer kunnen worden geholpen.

De instelling heeft wachtlijsten en zicht op een gegarandeerde omzet die uit de collectieve middelen wordt betaald. Uiteraard is de stichting niet op winst gericht, dat mag niet met de AWBZ-premiegelden waaruit de zorg van Zonnehuizen hoofdzakelijk betaald wordt. Dit lijkt de ideale omgeving voor een instelling die in de eerste plaats zorg wil verlenen.

Toch ‘slaagt’ de organisatie erin om eind vorig jaar failliet te gaan. Het leidt tot een aantal hectische maanden en een doorstart met hulp van zorgondernemer Loek Winter en jeugdzorginstelling LSG-Rentray. Curator Marie-José Cools, die de boedel afwikkelt, rept in haar laatste faillissementsverslag van „ongebreidelde groei zonder adequaat integratieplan”.

Bij Zonnehuizen volgde fusie op fusie. Wat tot meer „efficiency” moest leiden, leverde volgens de curator het tegendeel op. Op dit moment onderzoekt de curator met hulp van accountants de achtergronden van het bankroet. Waardoor konden de verliezen zo snel en zo hoog oplopen?

Het ministerie van Volksgezondheid kwam vorige week tot de slotsom dat de toenmalige leiding wisselende informatie gaf aan toezichthouders, soms ook informatie verzweeg. Maar waardoor ging de zorgreus bankroet? Deze krant sprak met (ex-)bestuurders, werknemers, verzekeraars en andere direct betrokkenen.

Bestuursvoorzitter Frans Broekhuizen die een jaar geleden opstapte was een bijzonder aardige man, zeggen velen. Maar helaas was hij niet zo’n goede bestuurder. Althans, dat is het oordeel over zijn functioneren bij Zonnehuizen. Broekhuizen (salaris 223.459 plus auto van de zaak met cataloguswaarde 43.635 euro) had nog twaalf (betaalde) nevenfuncties naast zijn bestuursvoorzitterschap bij Zonnehuizen.

Zijn opvolger, interim-manager Charles Laurey, deed vergeefs een moreel appèl op Broekhuizen om wat van zijn salaris of vertrekpremie terug te storten. Niet dat hij zijn vertrekpremie al binnen heeft. Daartoe heeft de oud-voorzitter zich apart gemeld bij de curator – als schuldeiser van de failliete boedel. Broekhuizen reageert niet op verzoeken om commentaar te geven.

„Als de begroting meer uitgaven toont, dan dat je met AWBZ-premies binnenkrijgt, houdt het op”, zegt Rieta van Staalduine van zorgverzekeraar Achmea. Zij fungeert als contactpersoon van alle zorgverzekeraars voor Zonnehuizen en was nauw betrokken bij alle reddingsplannen. „Zonnehuizen fuseerde veel met noodlijdende, gelijkgestemde vrienden en verzuimde orde op zaken te stellen.”

Volgens de inmiddels weer vertrokken interim-manager Charles Laurey werd Zonnehuizen niet zozeer gedreven door expansiedrang, maar door een soort naïef medeleven met andere antroposofische instellingen die het moeilijk hadden.

Zoals BellisGroep, een van de grote onderdelen die de laatste jaren aan Zonnehuizen werden toegevoegd. In 2007 is er een probleem bij dit samenwerkingsverband van antroposofische zorginstellingen in Oost-Nederland.

Organisatorisch is het een rommeltje, financieel is het een puinhoop bij BellisGroep. De Inspectie voor de Gezondheidszorg schrijft kritische rapporten en de zorgkantoren, die namens de verzekeraars de collectieve AWBZ-gelden beheren, zijn somber over de overlevingskansen.

Het gevolg: zorgverzekeraars en de inspectie moedigen „samenwerking” van BellisGroep met een branchegenoot aan. Eerst is de hoop gevestigd op de Raphaëlstichting, een geestverwant uit het westen van het land. Maar Raphaël vindt de risico’s van een fusie uiteindelijk te groot.

Iedereen is daarom bijzonder blij als in 2008 Zonnehuizen wel bereid blijkt te hulp te schieten. Een nieuwe zorgreus is geboren, met 92 miljoen omzet en 2.300 medewerkers, die circa 800 patiënten onder hun hoede hebben en ongeveer 2.000 cliënten begeleiden.

In drie jaar tijd is Zonnehuizen driemaal zo groot geworden. Maar dat betekent niet dat Zonnehuizen zijn zaakjes zélf zo goed op orde heeft. Een jaar later, in juni 2009, licht adviesbureau en huisaccountant PwC de organisatie door. De adviseur is in de arm genomen om te kijken hoe de organisatie die zo snel gegroeid is, er voor staat. Een vernietigend rapport, waarover deze krant beschikt, volgt.

Waar waarschuwt PwC allemaal voor in 2009? Vooral voor het voortbestaan van de fonkelnieuwe organisatie. „Er zijn verschillende knelpunten die onmiddellijke aandacht van de organisatie vereisen.” Er bestaat slecht inzicht in de geleverde dienstverlening, in de facturering, in de waarde van het vastgoed, in de leningenportefeuille.

Vaak blijkt men bij Zonnehuizen niet te weten tegen welke rente leningen lopen. „Belangrijke informatie over het financieel beleid is niet aanwezig of nog niet gevonden”, schrijven de onderzoekers. De controller had veel in zijn hoofd zitten en weinig op papier. Hij overleed plotseling, wat voor extra complicaties zorgde.

Niet alleen de financiële organisatie brengt grote risico’s met zich mee, er lijkt helemaal geen plan of visie te bestaan om van alle aparte organisaties die de laatste jaren in recordtempo samen zijn gegaan ook een nieuwe organisatie te smeden.

Binnen Zonnehuizen blijken zich vele koninkrijkjes te bevinden die informatie slecht met elkaar uitwisselen. Iedereen heeft zijn eigen processen, procedures en boekhoudmethoden. Gevolg is dat de top van de organisatie in een cockpit zit, waarin alle meters en radertjes onbetrouwbaar zijn. Zij geven onjuiste informatie of helemaal geen informatie.

De dienstverlening zelf draait nog wel naar behoren. Zonnehuizen staat goed bekend bij klanten en inspectie. Maar financieel en organisatorisch is het zo’n janboel, dat PwC dreigt de jaarrekening niet goed te keuren. De accountant spreekt van „ernstige risico’s voor de continuïteit”. Maar de controleur geeft uiteindelijk wel zijn handtekening.

Ruim 2,5 jaar later, in december van vorig jaar, gaat Zonnehuizen failliet. De oorzaken? Die lijken verdraaid veel op de problemen waar PwC in 2009 voor waarschuwde.

Was er dan geen raad van toezicht die oplette? De raad waarvan de voorzitter en vicevoorzitters zichzelf in 2009 een eenmalige bonus van 18 mille de man gaven omdat ze zoveel extra werk hadden aan het ontslaan van een bestuurder (vertrekpremie 221.944 euro)?

Die toezichthouders stapten allen in de lente van 2011 op. Volgens onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid lieten zij hun destijds opvolgers weten dat er hooguit een tekort van een paar ton bestond, terwijl dat toen al 10 miljoen euro bedroeg. Voormalig voorzitter van de raad van toezicht John Luijten, die een boek over de relatie mens en organisatie schreef (Grondprincipes van coachen), weigert commentaar omdat het onderzoek nog loopt.

Bert Tulp, voormalig lid van de ondernemingsraad zegt: „Als er in zo’n korte tijd miljoenen verdwijnen, vraag je je af of er geen sprake was van fraude”. Tulp vroeg het oude bestuur keer op keer om cijfers, maar die waren er niet. Hij werd ten gevolge van het faillissement ontslagen.

John Benjamin, destijds directeur bij Zonnehuizen, vindt het nog steeds onverklaarbaar hoe het kan dat accountants, zorgverzekeraars en toezichthouders al in 2009 een financiële chaos zagen zonder er consequenties aan te verbinden. „Ik heb zelf bij veel gesprekken met de zorgkantoren gezeten. Ik merkte dat we allemaal zo ontzettend fatsoenlijk en inlevend zijn, dat problemen als het ware met de mantel der liefde toegedekt werden.”

De organisatie is voorlopig gered door de doorstart, waarbij circa een derde van de arbeidsplaatsen is verdwenen. Allemaal relatief dure functies in de leiding en in de ondersteuning.

De ontslagen Bert Tulp, oud-lid van de ondernemingsraad, is sinds kort weer door Zonnehuizen aangenomen, bij het onderdeel dat De Seizoenen is gaan heten. Niet meer voor een managementbaan, maar voor de zorg van mensen met gedragsproblemen. Hij is er netto 500 euro per maand op achteruit gegaan, maar blij weer aan het werk te zijn.