Ziekenhuizen - wat heb je aan hun fusies?

Toeval natuurlijk. De verdeling van de kosten van de gezondheidszorg (inkomensafhankelijke premies) voedt vurige reacties. Maar over de verdeling van ziekenhuizen over Nederland blijft het stil. De Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa nam een week geleden, na een jaar onderzoek, een vergaande beslissing door in een keer drie fusies van ziekenhuizen goed te keuren. Fusies in de regio Haarlem, in Heerlen en in Tilburg.

De bijna honderd Nederlandse ziekenhuizen leveren samen voor bijna 17 miljard euro specialistische zorg. Hun fusies zijn altijd controversieel. Elke belanghebbende ziet het anders. De NMa moet de concurrentie bewaken en rekent ziekenhuizen tot de marktsector. Elke fusie levert een potentiële beperking van concurrentie op plus het gevaar van hogere prijzen en minder keuzevrijheid voor patiënten.

Zorgverzekeraars steunen fusies wel. Verzekeraars moeten de kwaliteit van de gezondheidszorg (helpen) bewaken én op de kosten van die ziekenhuizen letten. Alleen dan kunnen zij hun (potentiële) klanten een lagere premie bieden. Let dus op de aanbieding voor 2013, die u dezer dagen krijgt van uw verzekeraar.

In hun inkopersrol hebben verzekeraars de nodige macht tegenover ziekenhuizen, maar de ziekenhuizen hebben macht vanwege hun praktijkkennis. De verzekeraars worden de laatste tijd driester. „Hier en daar vijftien ziekenhuizen wegkrassen” is „geen enkel probleem”, zei de invloedrijke CZ-topman Wim van der Meeren onlangs.

Maar een ziekenhuis heeft ook natuurlijke steun. Van werknemers en patiënten. Menig ziekenhuis is de grootste of een van de grootste werkgevers in zijn stad of regio. Het kan rekenen op de gemeenschap, op lokale politici die ‘hun’ ziekenhuis niet willen verliezen.

De NMa keurt de drie fusies nu goed, omdat de ziekenhuizen zich verbinden aan een plafond voor prijsverhogingen. Dat is het slot op de achterdeur, terwijl de zorgverzekeraars aan de voordeur de prijs-kwaliteitsverhouding moeten handhaven. Dit betekent dat de weg naar meer fusies open is.

Dat is toevallig ook wat het kabinet wil: concentratie van de spoedeisende hulpposten, die doorgaans zijn gekoppeld aan ziekenhuizen, én het bevorderen van „(regionale) samenwerking tussen zorgaanbieders”. En het regeerakkoord zegt: „Concentratie [...] zorgt vaak voor een hogere prijs tegen lagere kosten.”

Dat is een bekende misvatting. Fusies in de gezondheidszorg zijn de gebruikelijke reflex van bestuurders die zekerheid proberen te scheppen in een sector met complexe en politiek gedreven en dus wisselende regelgeving en diffuse marktwerking. Wie groter is, overleeft langer dan wie klein blijft. Hun omvang is echter al te ver doorgeschoten. Uit economisch opzicht zijn Nederlandse ziekenhuizen „te groot”, zegt denktank SCP in zijn Startklaar voor vier jaar advies aan de informateurs.

Het kabinet vergeet in zijn ambities het onderscheid tussen concentratie en specialisatie. Voor specialisatie is geen concentratie en schaalvergroting nodig, alleen kennis en de juiste keuze. Concentratie kan wel tot specialisatie leiden, maar je krijgt ook de bureaucratie, het geruzie, de schaalnadelen en het verlies van de menselijke maat erbij.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.