Verdachte in zaak ‘Döner moorden’ aangeklaagd

Beate Zschäpe (37) lid van de ultra-rechtse terreurcel Nationalsozialistische Untergrund (NSU) is gisteren, een jaar na haar arrestatie, in staat van beschuldiging gesteld. Volgens procureur-generaal Harald Range bij het federale Duitse gerechtshof is Zschäpe onder meer medeschuldig aan de moord op negen Turkse middenstanders van 2000 tot 2006. Zij zou met twee medeverdachten Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt uit racistische en staatsvijandelijke motieven hebben gehandeld. Mundlos en Böhnhardt pleegden vorig jaar november tijdens een operatie om hen te arresteren zelfmoord. Met Zschäpe zijn nu vier anderen wegens medeplichtigheid aangeklaagd.

Omdat de slachtoffers vaak eigenaren waren van Turkse eethuizen stonden de aanslagen van de groep, die in Duitsland veel opschudding veroorzaakten, lange tijd bekend als de ‘Döner moorden’. Inmiddels is die benaming synoniem voor het wegkijken van autoriteiten bij geweldplegingen van neonazi’s.

Een speciale commissie van de Bondsdag onderzoekt het falen van opsporingsautoriteiten bij het oplossen van de lange reeks aanslagen waarvan het drietal wordt verdacht. Deze week moest de militaire inlichtingendienst (MAD) ophelderen waarom zij niet in een vroeg stadium ingreep omdat veel bekend was over Mundlos. Het proces tegen Zschäpe wordt komend voorjaar verwacht.