Uitbuiting lijkt er beetje bij te horen

Morgen verschijnt een boek over de geschiedenis van Polen in Nederland. De overheid schiet tekort bij de aanpak van de problemen rond Polen, vindt auteur Wim Willems.

Verslaggever

In het jaar 2000 kwam Darek Dusza met een universitair diploma informatica naar Nederland. Na twee jaar uitzendwerk hoorde hij een Nederlandse voetbalcommentator over Polen zeggen dat „we” „zonder hen” scheve muren en lekkende leidingen zouden hebben. Hij hoorde er waardering in voor Poolse klussers en schoolde zich om tot zzp’er in de bouw. Om vervolgens te maken te krijgen met de „invasie” van Poolse uitzendkrachten vanaf 2007, toen de verplichte tewerkstellingsvergunning voor Polen werd afgeschaft. „Hiermee kwam een einde aan mijn onbezorgde leven als migrant in Nederland”, zegt Dusza in het boek Honderd jaar heimwee, over de geschiedenis van Polen in Nederland, dat morgen verschijnt. Er wonen hier rond de 150.000 Polen, schat het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Het boek beschrijft voor het eerst de verschillende groepen Poolse immigranten sinds het begin van de twintigste eeuw: de mijnwerkers in Limburg, de Joden in Den Haag, de bevrijders in Breda, de Poolse bruiden. Maar de aanleiding is het aantal arbeidsmigranten van de laatste vijftien jaar, de grootste groep ooit. Het boek plaatst hen in de Poolse traditie van jezdzic na saksy: tijdelijk in het buitenland werken. Toch betogen hoogleraar sociale geschiedenis Wim Willems en co-auteur Hanneke Verbeek dat ook veel van deze migranten in Nederland zullen blijven, net als eerder de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, en in weerwil van wat bestuurders denken.

Waarom bestaat het beeld dat veel Poolse migranten zullen terugkeren naar Polen?

Wim Willems: „Verschillende sociale wetenschappers hebben dat gerapporteerd, na onderzoek in opdracht van bestuurders. Ja, als je het mensen vraagt, zeggen ze dat ze teruggaan. Zeker Poolse migranten hebben een soort dorstige vaderlandsliefde, misschien door de onafhankelijkheidsstrijd die het land heeft gekend. Alleen is de werkelijkheid anders, blijkt uit de geschiedenis van de migratie. Vijftig à zestig procent van de migranten blijft in het nieuwe land. Niet per se meteen. In de jaren 50 en 60 gingen sommige Nederlandse emigranten ook wel drie keer heen en weer naar Australië.”

Hoe komt het dat ze uiteindelijk blijven?

„Dat ze kinderen hebben gekregen, rechten hebben opgebouwd, geworteld zijn. Intussen kan de droom van de terugkeer blijven bestaan. Beleidsmakers eisen een ondubbelzinnige keus voor Nederland. Dat is onzin. Het verlangen om ergens anders bij te horen dan het land waar je ademt, woont, werkt en je kinderen opvoedt, is onderdeel van je identiteit. Iemand kan Marokkaan en Nederlander zijn. Of Pool en Nederlander. Amerika gaat daar veel ontspannener mee om.”

Darek Dusza en zijn Poolse vrouw hebben afgesproken in elk geval in Nederland te blijven tot hun kinderen het huis uit zijn. Zijn vrouw weet eigenlijk al dat ze niet terugwil. Ze kent veel mensen uit de buurt en via de school van haar kinderen.

Darek weet het nog niet. Hij heeft de laatste jaren niet meer het gevoel een Poolse Nederlander te mogen zijn. Als hij uitgaat, zegt hij weleens dat hij uit Slovenië komt. Hij rijdt niet meer in een auto met een Pools kenteken, hoewel dat goedkoper is omdat je dan geen wegenbelasting hoeft te betalen. „Het verbaasde mij hoe snel rond 2007 het beeld van Polen in Nederland omsloeg”, zegt Wim Willems. „Polen zijn de nieuwe kutmarokkanen, hoorde je mensen opeens zeggen. Ik vroeg me af hoe zo snel een verschuiving kon optreden van Marokkanen, tot dan toe de zondebok, naar Polen, tot dan toe die aardige aspergestekers. Als je nu ‘Pool’ zegt, zeg je aanrijdingen, dronkenschap, overlast en concurrerende zzp’er.”

Die beelden komen toch ergens vandaan?

„Natuurlijk komen die dingen voor en je moet ze ook benoemen, anders lijkt het alsof je de werkelijkheid ontkent. Maar als je dezelfde clichés steeds maar herhaalt, en geen vergelijking meer maakt met andere groepen, wordt het een stigma.”

Hoe is die veranderde beeldvorming te verklaren?

„Sinds 2007 komen grote aantallen Polen naar Nederland. Als burgers van de Europese Unie kunnen ze zich hier vrij vestigen. Dat leidt wel tot problemen. De overheid draagt daaraan bij door het op zijn beloop te laten: malafide uitzendbureaus niet aan te pakken, overbewoning niet tegen te gaan, geen inburgering aan te bieden. Een Pool uit het boek was betrokken bij de eerste staking van Poolse arbeiders in Limburg. Er zijn maar weinig stakingen en rechtszaken geweest. Alsof de uitbuiting er een beetje bij hoort. Alsof de overheid werkgevers er niet op zou kunnen aanspreken dat ze zich niet aan de cao houden.”

U pleit voor beleid gericht op permanente migratie, ook al lijkt die tijdelijk te zijn?

„Als je migranten blijft zien als een tijdelijk probleem, blijf je zitten met overbewoning, overlast en kinderen die ontsporen omdat ze klem komen te zitten tussen hun leven hier en ouders die terug denken te gaan. Er komen nu mensen uit Spanje, Griekenland, Portugal. Je weet dat mensen gaan migreren als het economisch tegenzit. Laat je je daar steeds door overvallen of ga je erop anticiperen? Als je met elkaar een Europese Unie wilt zijn, moet je elkaar ook als Europeanen behandelen. Netwerken creëren. Iets doen aan opvang, integratie, inburgering.”

Ziet u het nieuwe kabinet zulke dingen doen?

„Illegalen moeten het land uit. Inburgering komt voor rekening van de inburgeraars. Er gaat niets veranderen onder dit kabinet. Integratie is geen issue meer.”

Worden Roemenen en Bulgaren straks de nieuwe Polen?

„Daar kun je op wachten. Zeker de Roemenen, met hun imago van zigeuners. Als dat eenmaal geactiveerd wordt, krijgen ze het zwaar.”