Sneller dansen dan de wind

Voor tapdanser Fred Astaire aan een Hollywoodcarrière begon, vormde hij met zijn zus Adele een wervelend duo. Vooral in Londen werden ze warm ontvangen.

‘Wat is al dat gepraat over mij als duo met Ginger Rogers? Ik wil het niet hebben, Leland – ik ben niet bij de film gegaan om een team te vormen met haar of met wie dan ook [...] Ik maak liever geen films meer voor RKO dan te worden gekoppeld aan een van die ‘filmkoninginnen’.’

Aldus Fred Astaire, een 35-jarige, kalende musicaldanser met forse oren en slechts twee kleine filmrollen op zijn naam, in een geheel in kapitalen getypte brief gedateerd 9 februari 1934 aan zijn agent Leland Hayward. Hoewel Astaire opwindende nieuwe mogelijkheden zag voor het op camera vastleggen van zijn danskunst – hij zou alleen de allerbeste takes kiezen, en de camera geheel in dienst stellen van de choreografie – hoefde hij niet zonodig filmster te worden.

Op het podium was Astaire ruim twaalf jaar een beroemdheid, en hij had net een persoonlijke triomf geboekt door zich in een verder onopmerkelijke musical, The Gay Divorce, voor het eerst als romantische, charmante leading man te profileren. Altijd was Fred de aangever geweest, de betrouwbare en beheerste sidekick, maar nu imponeerde hij zelfs de vrouw in wier schaduw hij tot dan toe gedanst had: Adele Astaire, zijn drie jaar oudere zus.

Adele kwam twee weken na de Londense première van The Gay Divorce kijken en huilde, van ontroering én van spijt over haar eigen vroegtijdige pensioen. ‘Hij is zo geweldig’, schreef ze later in haar dagboek. ‘Er is niemand zoals hij.’ Fred barstte nog van geldingsdrang en werkte harder dan ooit; Adele was getrouwd met een Brit van adellijken huize en hoopte moeder te worden. Ze had het leven uit de koffer welbewust verruild voor een middeleeuws kasteel met 200 kamers, maar miste de spotlights ook.

Magie

The Astaires. Fred & Adele van theaterhistorica Kathleen Riley is geen complete biografie, en beoogt dat ook niet te zijn. Het boek vormt wel een noodzakelijke toevoeging aan alles wat er over Fred de filmster geschreven is, aldus Riley, een prettig geobsedeerde fan die tijdens haar onderzoek in Oxford ook de eerste Internationale Fred Astaire Conferentie bijeenriep. Haar boek vormt de weerslag van een grondige, uiterst secure poging om de magie van Fred en Adele zo dichtbij mogelijk te halen. Van broer en zus samen bestaat geen bewegend beeld, maar Riley wekt hun dans en zang met behulp van foto’s, recensies, songteksten, knipsels uit plakboeken en dagboek- en interviewcitaten bijna tot leven.

De gloriejaren van Fred en Adele waren van 1923 tot 1931, maar toen hadden ze er al een lange loopbaan op zitten. Adele was acht en Fred vijf toen ze met hun moeder Ann in het grote, onbekende New York belandden om hun geluk in de showbizz te beproeven. Ze kwamen uit Omaha, in de staat Nebraska, waar Adele, een uitbundige uitsloofster met een groot natuurlijk danstalent, indruk gemaakt had op het lokale dansschooltje. Fred was klein, verlegen en te zorgelijk om op een podium te kunnen stralen, maar kon voor een jongetje wel mooi op zijn tenen dansen. Samen vormden ze een koddig duo, met Fred als aangever en Adele als clown.

Dansleraar Willard Chambers zag mogelijkheden voor een lucratieve vaudeville-act en adviseerde hun ouders om er werk van te maken. Vader Frederic Austerlitz aarzelde geen moment. Hij was zelf muzikaal en verzot op show – de klanken en kleuren van het bruisende Wenen dat hij voor de VS verruild had waren deel van zijn DNA. Hij liet Ann en de kinderen in New York achter om zijn werk als handelsreiziger voort te zetten en was voortaan een enthousiaste supporter op afstand.

Ann bestierde al gauw het hele leven van haar kinderen; zonder het fanatisme dat veel stage moms tot zulke monsters maakt, maar wel streng. Ze zorgde voor rust en regelmaat, bracht Fred en Adele discipline en bescheidenheid bij en hield louche theatertypes op afstand. Na de desillusie van haar huwelijk met Frederic, die dronk en op vrouwen joeg, wilde ze zelf ook niets meer van mannen weten; ze bleef tot het eind van haar leven haar kinderen toegewijd. De verbastering van hun streng en buitenlands klinkende achternaam Austerlitz tot het swingende ‘Astaire’ was een verzinsel van Ann.

Astairia

Voor Adele en Fred kwam op een goed moment alles samen. Hun creatieve samenwerking met onder anderen de gebroeders Gershwin zorgde voor een modernisering van het musicalgenre die in New York én Londen publiek en critici in verrukking bracht. ‘Astairia’, luidde de bijnaam van de koortsachtige bewondering die broer en zus bij de Britten oogsten; prinsen, schrijvers en acteurs namen het tweetal verliefd in hun midden op.

Waarom ze juist in Londen als geroepen kwamen, reconstrueert Riley in het schitterende vierde hoofdstuk van haar toch al ijzersterke boek. De Astaires symboliseerden hoop, kort gezegd, in een stad waarover nog de grauwsluier van de Eerste Wereldoorlog hing. Ze waren levendig, onschuldig, geestig en sneller dan de wind. Tijdens hun weinig glamoureuze beginjaren hadden ze hun techniek geperfectioneerd, en Fred bedacht telkens nieuwe mogelijkheden om er hun beider virtuositeit mee uit te buiten. Adele genoot van het societyleven en hield niet van repeteren; ‘Goodtime Charlie’, noemde Fred haar, en zij hem ‘Moaning Minnie’.

Het mag een wonder heten dat tussen Fred en Adele nooit rivaliteit is ontstaan. Ze bleven elkaar verdedigen en beschermen en gaven de ander volop krediet voor hun eigen succes. Adele had net als haar moeder wel grote moeite om een andere vrouw in Freds leven te accepteren, maar hervond tijdens haar tweede huwelijk haar joie de vivre en vermaakte vrienden als John F. Kennedy in haar vier huizen.

Fred trouwde met zijn grote liefde Phyllis en groeide ondanks zijn onwillige start uit tot veel gelauwerd Hollywood-acteur. ‘Nu zijn Fred en ik wezen’, sprak Adele plechtig tot haar gasten toen moeder Ann in 1975 eindelijk overleed. Wezen van 79 en 76 jaar.