Rust, reinheid en pillen

Kinderen gebruiken steeds meer medicijnen. Omdat ze ADHD hebben, of last van allergieën. Hoe komt dat? Is het echt nodig? En ook: zijn al die medicijnen wel veilig?

Het is niet zo dat ze graag medicijnen geeft aan kinderen, zegt kinderarts Gerbrich van der Meulen. Maar soms moet het. „Als je te pas en te onpas hormoonzalf op een kinderhuid smeert, dan beschadigt dat de huid. Maar niet als je met beleid smeert. En de jeuk en wonden die ze krijgen van de eczeem, zonder die zalf, zijn voor een kind heel vervelend.”

Kinderen (tot en met zeventien jaar) slikken, smeren en inhaleren meer medicijnen dan ooit tevoren, blijkt uit cijfers die de Stichting Farmaceutische Kengetallen samenstelde op verzoek van deze krant. De grootste groei zit in laxeermiddelen, psychiatrische medicijnen en middelen tegen allergische reacties. Allemaal voor ziektes en syndromen die vaker voorkomen dan vroeger.

De stijging komt deels doordat artsen beter naar kinderen kijken dan vroeger. Maar ook doordat de leefomstandigheden de afgelopen veertig jaar zijn veranderd: kinderen eten minder regelmatig en minder gezond waardoor steeds meer kinderen poepproblemen hebben. Pedagogen en kinderpsychiaters wijzen er ook telkens op dat het dagelijks leven hectischer is dan vroeger: vaak werken beide ouders buitenshuis, de kinderen gaan naar de crèche en de naschoolse opvang en niet per se naar de basisschool om de hoek. Op school verlangt de juf dat ze zelfstandig werken en dus grote discipline opbrengen.

Het aantal kinderen dat moeite heeft om zich aan te passen en een diagnose krijgt voor een psychiatrische of gedragsstoornis stijgt gestaag. Neem autisme – waar volgens de Gezondheidsraad 1 procent van de bevolking mee kampt. Autistische kinderen raken in paniek van te veel geluid en drukte en worden soms agressief. Steeds vaker krijgen ze een antipsychoticum om dat te onderdrukken (16.000 keer vorig jaar). Nadeel is dat het middel de eetlust fors opwekt waardoor die kinderen vaak dikker worden.

Naar schatting 5 procent van alle kinderen lijdt aan ADHD. Ze kunnen zich maar kort concentreren en zoeken voortdurend prikkels en opwinding. Zij krijgen ’s ochtends methylfenidaat (ritalin), een amfetamine die tijdelijk de rust en concentratie in het hoofd vergroot. Het middel werkt maar vier uur, waardoor ze tussen de middag opnieuw een pilletje moeten nemen. Een minderheid krijgt het duurdere concerta (niet volledig vergoed) dat de hele dag werkt.

En dan is er de groeiende groep kinderen met een allergie. Wetenschappers weten niet precies hoe het komt, zegt kinderarts Van der Meulen, maar sinds de jaren vijftig is de hoeveelheid mensen die atopisch is (lijdt aan één of meer allergieën), elke tien jaar verdubbeld en nu is 20 tot 25 procent van de bevolking in Europa dat. Zij gebruiken hormoonzalfjes en -sprays die allergische reacties als jeuk en infecties onderdrukken. Het gebruik is bij Nederlandse kinderen in zes jaar met 20 procent gestegen tot ruim 810.000 recepten in 2011.

Is al die medicatie voor kinderen nodig? Vaak wel, zegt Van der Meulen, die werkt in het Groningse Martiniziekenhuis. Ze is één van de vijf kinderallergologen in Nederland. Neem de spuit met adrenaline die ongeveer 10.000 kinderen altijd op zak hebben. Ze lijden aan een ernstige voedselallergie, zoals pinda- of tarweallergie. Eten ze per ongeluk iets met pinda, dan kunnen ze een dodelijke allergische reactie krijgen. Zij, of hun ouders, moeten dan onmiddellijk adrenaline inspuiten. Sommige kinderen zijn zo allergisch dat ze zelfs een aanval kunnen krijgen als ze iemand zoenen die pindakaas heeft gegeten. Elk jaar overlijdt een kind aan voedselallergie in Nederland. 3 tot 5 procent van alle kinderen heeft nu een voedselallergie, twee keer zo veel als tien jaar geleden.

Sommige kinderen zijn allergisch voor gluten. Die allergie is anders dan die voor noten; hij tast de darmen aan waardoor het kind niet goed groeit, een bolle buik krijgt (zoals bij ondervoeding) of rare ontlasting. De darmen nemen de noodzakelijke bouwstoffen niet op. Met een glutenvrij dieet zijn die kinderen goed af.

Het grootste deel van de allergische kinderen heeft astma en/of eczeem en is gevoelig voor stofjes in de lucht, poezen, pollen en vocht. Die groep lijkt niet meer te groeien. Er zijn tal van medicijnen voor die de werking van histamine onderdrukken. Histamine komt vrij in de bloedbaan als het lichaam in contact is geweest met een stof waar het kind allergisch voor is. Van de histamine kan het kind een ernstige huidreactie krijgen of heel benauwd worden. Ook op allergische kinderen zijn leefomstandigheden van invloed: meer kinderen leven in de stad dan op een boerderij, zoals vroeger. Volgens kinderallergoloog Van der Meulen valt bijvoorbeeld op dat kinderen die opgroeien op een boerderij of met broertjes of zusjes of huisdieren, gemiddeld minder kans hebben op astma of eczeem.

Opmerkelijk is dat veel medicijnen die kinderen gebruiken, niet zijn getest op kinderen. Dat is niet verplicht, omdat testen op kinderen wordt beschouwd als onethisch. Wel moeten alle medicijnen op volwassenen worden getest voordat ze op de markt kunnen worden gebracht. Kinderarts Jan-Peter Rake zegt daarover: „We passen de volwassen dosering vaak aan aan de lengte en het gewicht van het kind. Maar we weten niet precies of het effect, of bijwerkingen, hetzelfde zijn als bij volwassenen.”