Raadselachtig landschap van de Maasvlakte

Lunar Landscapes. T/m 13/1/2013. Inl: nederlandsfotomuseum.nl. ****

Het is aardedonker op het nieuwe land. Op de tweede Maasvlakte komt het enige licht van de industrie eromheen en van de kunstverlichting waarmee de bouwers hun arbeid belichten en bewaken. En, soms, van de maan.

Anderhalf jaar lang zwierf fotografe Marie-José Jongerius met haar camera over de nachtelijke Maasvlakte in wording. Ze fotografeerde in het weinige licht dat ze daar aantrof, dus met lange sluitertijden. De maan die boven een zandvlakte met bandensporen hangt, is van een sikkel uitgegroeid tot een blokje; de meeuwen die door het water stapten, trekken met hun witte borst een stotterende lijn door het beeld. Dankzij de duisternis is ineens het verloop van de tijd zichtbaar gemaakt.

Sinds 2007 hebben het Nederlands Fotomuseum, het Rotterdams Havenbedrijf en en Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR) elk jaar een fotograaf, filmmaker of beeldend kunstenaar opdracht gegeven de aanleg van Maasvlakte 2 vast te leggen. Na Dorothée Meijer, Marcel van Eeden, Rosa Barba en Erik Wesseloo is Marie-José Jongerius nu de laatste, aangezien de eerste fase van de tweede Maasvlakte volgend jaar klaar zal zijn. Haar Lunar Landscapes zijn nu in het Nederlands Fotomuseum te zien, maar belangrijker nog, in de begeleidende publicatie op groot formaat die zowel een grotere selectie van haar beelden bevat als en een erg mooi essay van kunstcriticus Hans den Hartog Jager.

De twintig vierkante kilometer nieuw land van de tweede Maasvlakte worden door mensenhand geprepareerd, maar op Jongerius’ nachtelijke beelden zijn hooguit de sporen van die handen en handelingen te zien. Het nieuwe land voorbij de haven is een land is zonder geschiedenis, het is cultuur noch natuur. De heroïek van de mens en de cultuur die het landschap en de natuur naar hun hand zetten, wordt teruggebracht tot veelzeggende details: bandensporen in het zand, gestapelde betonblokken, grote machines die wachten op de terugkeer van hun dompteurs in het vroege ochtendlicht. Allemaal staan ze symbool voor de rest die we in de duisternis niet kunnen zien, het worden symbolen van die omgeving die aan het oog wordt onttrokken door het intense zwart eromheen. Maanlandschappen, leeg en raadselachtig, midden in een van de meest dichtbevolkte gebieden van Europa.

We weten dat dit een landschap van grote maten en grote ingrepen is, het is een van Nederlands grootste infrastructurele projecten, maar doordat het licht niet ver reikt kunnen we er steeds maar fragmenten van zien. Zo uitgestrekt als de Maasvlakte is, zo grenzeloos is het vermogen van de ingenieurs om het land en het water naar hun hand te zetten, zo begrensd is ons blikveld – alsof we door de verkeerde kant van de verrekijker kijken. En juist doordat we weinig zien gaan we aandachtiger kijken. „In het licht verhouden we ons tot de fysieke wereld van objecten”, schrijft Jongerius in het boek. „In het donker verhouden we ons tot het licht.”