Médée bij Audi een Zwarte Magica

Médée, van Marc-Antoine Charpentier. Le Concert d’Astrée and Choeur d’Astrée/E. Haim. Regie: Pierre Audi. Coproductie met Théâtre des Champs-Élysées Paris. Gezien: 6/11 Opéra, Lille. Aldaar t/m 15/11. muziek; enscenering

Zo aanwezig is Pierre Audi in het Amsterdamse muziekleven, dat je bijna vergeet dat hij ook als gastregisseur succesvol is.

Om de combinatie met zijn leiding over De Nederlandse Opera en het Holland Festival werkbaar te houden, beperkt hij zich daarbij meestal tot West-Europa. Memorabel was eerder dit jaar zijn Orlando (Händel) voor de Munt in Brussel. En nu regisseerde Audi voor het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs en de opera in Lille Médée van Marc-Antoine Charpentier - de barokcomponist wie in onze tijd het droeve lot is beschoren vooral bekend te zijn van de Eurovisietune.

Charpentier heeft het Medea-verhaal vervat in muziek die veel meer originele en roerende vondsten bevat dan zijn reputatie zou doen vermoeden. Sterker, als de lang het Franse muziekleven dominerende Jean-Baptiste Lully zich niet per ongeluk ramhard met een dansstok in zijn voet had gestoten en aan de infectie was gestorven, had Charpentier zijn Médée (1693) nooit gecomponeerd.

Barokopera regisseren heeft lastige kantjes, zoals de aanwezigheid van balletten en de afwezigheid van veel ensemblezang. Maar Audi is ervaren in het vak, en dat merk je aan de beheerste indruk die deze Médée maakt. De personenregie is verzorgd en door de moderne kostuums van Jorge Jara en de directe toon van de dialogen (Hij: „Ik geef je tot het eind van de dag om te vertrekken.” Zij: „Waar heb ik al die woede aan te danken?!”) moet je soms denken aan een gezongen barokvariant van Goede Tijden, Slechte Tijden. De balletten – buitelende schimmen en demonen die onheil onderstrepen of aankondigen - ondersteunen de handeling.

In het libretto is de Medea-mythe ook extra ingezeept met een tweede liefdesintrige. Médée en Jason zijn gevlucht naar Corinthe, waar Koning Créon heerst. Jason wil prinses Créuse schaken, maar prins Oronthe van Argos wil haar óók. Medée wil Jason, en als zij hem niet heeft, dan niemand. Dus impregneert ze een jurk met gif en komen koning (Laurent Naouri) en prinses, aantrekkelijk koel en jeugdig gezongen door Sophie Karthäuser, stuiptrekkend aan hun eind. De kindermoord is godlof discreet verbeeld; in flanellen pyjamaatjes kruipen de blonde kleuters zelf braaf in al klaarstaande kistjes.

Zijn Amsterdamse Parsifal-enscenering werd deze zomer opgeluisterd door decors van beeldend kunstenaar Anish Kapoor, hier werkt Audi samen met de controversiële kunstenaar Jonathan Meese – ‘Meesias’ - die door de zusjes Wagner ook net is aangetrokken voor een nieuwe Parsifal in Bayreuth.

Of de trend in opera samen te werken met kunstenaars nou zo productief is, kun je je afvragen. De collageachtige decors van Meese zijn bedoeld om de mythe te moderniseren, maar zijn reuzenaffiches met monden, neuzen, ogen en oren staan in de eerste helft los van de tijdloos ogende voorstelling - waardoor alle moderniteit juist iets ouderwets en statisch uitstraalt. Die indruk verbetert als de neuzen en monden uitgeknipt terugkeren in open neonstellingen die Médée insluiten, als gevangene van haar eigen primaire driften. Ook het scènebeeld met grote kruizen ter illustratie van de macht van Créon maakt indruk.

De rol van Médée – hier half rockchick, half Zwarte Magica – is een belastende en mezzo Michèle Losier doet de complexe psychologie van het personage recht met haar aardse timbre, al verlang je soms naar meer rauwe furie. Het is tenor Anders Dahlin die vocaal de grootste indruk maakt met zijn lichte, lenige en soevereine invulling van Jason. Ook dankzij de lekker stuwende en attente leiding van Emmanuelle Haim maakt de voorstelling muzikaal net wat meer indruk dan theatraal.