Jordanië: liever koning dan chaos

De onvrede in Jordanië groeit en elke week zijn er betogingen. Maar slechts weinigen vallen koning Abdullah aan: wie anders biedt het land zekerheid?

Parlementariër Rudaina Al Atti met haar portret van koning Abdullah. Het parlement is onlangs ontbonden voor verkiezingen. Foto Reuters

Langs de Jordaanse uitvalswegen naar Syrië, Israël, de bezette Palestijnse gebieden, Irak en Saoedi-Arabië staan overal jeeps met Jordaanse militairen en mitrailleurs op het dak. Door de schone, brede straten van de hoofdstad Amman rijden op donderdagavond jonge Jordaniërs onbekommerd met luide muziek op weg naar discotheken, of de Amerikaanse koffieketen Starbucks.

Veiligheid, zeggen Jordaniërs, is alles, in deze onrustige regio. Stabiliteit is een goede tweede. Daarom houdt huisvrouw Fatima Abdallah (45) zo van koning Abdullah II, zegt ze. Hij zorgt voor veiligheid en stabiliteit. En daarom, zegt Abdallah, is ze tegen de betogers die al bijna twee jaar wekelijks in kleine, maar groeiende aantallen de straat op gaan.

Zij protesteren tegen de corrupte regeringen, die door de koning worden aangewezen. Tegen het kiesstelsel, dat politieke partijen klein houdt. Tegen een nieuwe wet die kritische internetsites aan banden legt. Tegen de stijgende prijzen en de groeiende kloof tussen rijk en arm. Sinds kort klinken er ook leuzen tegen de koning.

„Je bent vermomd in een kostuum van vrijheid en democratie, maar in je verberg je fascisme en absolute controle over de toekomst van dit land en de levensonderhoud van zijn bevolking”, luidt een anonieme aankondiging voor een demonstratie op Facebook.

Maar mevrouw Abdallah aanbidt de koning. Haar „enige wens” is hem in het echt te zien. Daarom zit ze bij een eethuisje in de oude stad van Amman achter een bord kikkererwtenpasta. De koning is hier in 2010 eens gesignaleerd, met andere leden van de legendarische, haast heilige Hashemitische familie. Hij zat aan deze grijze plastic tafel, net als gewone stervelingen. Hij is zo ontzettend bescheiden, zeggen veel Jordaniërs. Kritiek op de koning is bij wet verboden.

Jordanië is geen dictatuur zoals Syrië of Irak was, zegt mensenrechtenactivist Nidal Mansour. „Maar dit is een zeer marginale democratie. De geheime dienst, de regering en het koninklijk paleis willen de Jordaanse Lente in de kiem smoren. Pogingen om oppositie en onafhankelijke pers tot zwijgen te brengen worden ernstiger.” Twintig activisten zaten weken in de cel wegens laster. Mansour wordt met de dood bedreigd.

De Jordaanse regering is bang dat de Arabische opstanden naar Jordanië overslaan, zegt ook oud-parlementariër Hamadeh Faraneh. Bovendien oefende het Westen druk uit op het regime om te democratiseren. Daarom voerde Jordanië dit jaar enkele kleine hervormingen door. Zo werd de grondwet aangepast en een constitutioneel hof en een onafhankelijke kiescommissie ingesteld.

Dat is echter niet genoeg, zeggen Faraneh en andere oppositieleden. Zij pleiten onder andere voor een door het parlement gekozen minister-president en een nationaal kiesstelsel in plaats van het huidige districtenstelsel, dat onafhankelijke – dikwijls koningsgezinde – kandidaten bevoordeelt.

Maar, zegt Faraneh, omdat de demonstraties niet echt van de grond komen, de westerse druk is afgenomen en de aanvankelijk aanstekelijke Arabische Lente in Syrië is blijven steken in een uitzichtloze crisis, voelt het regime niet genoeg druk om verder te hervormen.

Het regime wil wel hervormen, maar kan dat nu niet, zegt Hazem Qashou, oud-minister en allicht toekomstig minister, van de liberaal-democratische partij Alresalah. Volgens hem is stabiliteit een voorwaarde voor politieke hervorming en is veiligheid een voorwaarde voor vrijheid en democratie. Die stabiliteit ontbreekt nu, zegt hij, door de oorlog in Syrië en de spanning tussen Iran en Israël.

Een binnenlandse hindernis is volgens Qashou de invloed van de stammen die hun privileges willen beschermen. Ook belemmerend zijn volgens de oud-minister de Jordaniërs die in de Palestijnse gebieden zijn geboren en hun kinderen (samen een meerderheid van de Jordaanse bevolking), die niet loyaal zouden zijn aan de staat. Nog een obstakel voor de stabiliteit die volgens de regering een conditie is voor hervormingen, zegt Qashou, zijn de betogers die hervormingen eisen.

De koning reageerde recentelijk op de protesten door te zeggen dat hervormingen vanuit het parlement moeten komen. Hij waarschuwde de oppositie geen misbruik te maken van de groeiende onvrede onder de bevolking over de economie, en riep zijn critici op zich verkiesbaar te stellen.

De Moslimbroeders van het Islamitische Actie Front, de grootste partij in Jordanië, geven geen gehoor aan de oproep. Zij boycotten de verkiezingen van 23 januari. „Twintig jaar lang hebben we geprobeerd het politieke systeem van binnenuit te veranderen”, zegt partijvoorzitter Ali Abu Sukkar. „Maar door de oneerlijke kieswet kunnen we vanuit het parlement niets bereiken.”

Natuurlijk willen de Moslimbroeders eigenlijk regeren, zegt partijvoorzitter Abu Sukkar. Hun collega Mohamed Morsi, de nieuwe president van Egypte, is hun grote voorbeeld. Maar ze willen niet dat hun koning de afgezette Egyptische president Hosni Mubarak achternagaat, zegt Sukkar.

Andere oppositiepartijen beamen dat. Het probleem, zeggen zij, is niet de koning, maar de veiligheidsdiensten, zijn ongelukkige keuze van ministers, of het tribalisme in Jordanië. Of dit royalisme lijfsbehoud, pragmatisme of gespeeld is, blijft onduidelijk.

Zeker is dat, hoewel de demonstraties groeien – tot 15.000 betogers op een goede vrijdag – ze voornamelijk bestaan uit politici en mensenrechtenactivisten, niet uit de massa.

Zolang de bevolking van Jordanië dagelijks de gruwelen van de Syrische burgeroorlog ziet in de ogen van de honderdduizenden Syriërs die naar Jordanië zijn gevlucht, en er geen alternatief is voor koning Abdullahs regeringen, verkiezen Jordaniërs zekerheid boven de chaos van vrijheid.