Ik mis Marcello, hij was net als ik

Sophia Loren is een van ’s werelds meest vermaarde actrices en legendarisch als schoonheidsideaal. Ze is 78, nu. Geeft dat? Welnee. „Ik kijk naar mezelf door de ogen van mijn kinderen en ik zie de mooiste vrouw ter wereld.”

Hoe ze eruit ziet? Geweldig. Niet als een jonge blom, ze maakt niet de vergissing om dat te proberen. Ze is op leeftijd, 20 september is ze 78 geworden. Maar wie maalt daar om?

Ze draagt twee brillen, een op haar neus en een leesbril in haar haar. Haar rode Armanipakje benadrukt haar silhouet. Ze slaat haar benen over elkaar. Nooit geweten dat scheenbenen zo mooi kunnen zijn.

Sophia Loren is even in Nederland voor de introductie van sieraden van het Noord-Italiaanse huis Damiani.

Herinnert u zich uw allereerste sieraad?

Ze strekt haar linkerpink: een gouden ring met een groene steen.

„Deze. Die kocht mijn moeder voor me met het geld dat ik had verdiend met mijn eerste echte filmrol. Ik draag hem altijd, ja echt, altijd.”

Haar eerste film was L’oro di Napoli, in 1954. Een episodenfilm met Loren als pizzaverkoopster die haar trouwring verliest. De regie was van Vittorio de Sica die in 1948 furore had gemaakt met Fietsendieven. Loren was 20 en verdiende de kost voor zichzelf en haar moeder met figurantenrolletjes en met poseren voor fotoromanzi, gefotografeerde stripverhalen. Als zovelen hadden ze kort na de Tweede Wereldoorlog hun Napolitaanse achterbuurt verlaten om in Rome te kijken of er iets te verdienen viel in de filmstudio’s van Cinecittà. Sophia, die toen nog Sofia heette, was mooi, maar: „Mijn moeder wist hoe verlegen ik was. Ze gaf me weinig kans in de filmindustrie. Het lukte en dat verbaasde haar zeer. Mij ook.”

Op de persconferentie was al gebleken dat voor Loren juwelen samenhangen met haar films: „Mijn man [de filmproducent Carlo Ponti] deed me een sieraad cadeau bij elke film die ik maakte. Maar in New York werd alles gestolen en tien jaar later gebeurde het nog een keer, in Engeland. Dus ik zei: geef mij maar geen juwelen meer. Gelukkig heb ik nog de ring die ik na de geboorte van onze kinderen van hem kreeg. Met een smaragd, een diamant en een robijn. Een patriottistische ring: groen-wit-rood, de Italiaanse vlag.”

Hoe begon uw samenwerking met Vittorio de Sica?

„Hij sprak me aan. Ik had al heel wat screentests gedaan, steeds zonder succes. Dus toen ik met hem praatte, verwachtte ik er niets van. We namen afscheid. Ik zei: misschien zien we elkaar nog eens. En hij zei: maar natuurlijk, morgen zien we elkaar. Want we gaan naar Napels en we gaan filmen. Dat was het begin: L’oro di Napoli.”

En u dacht: nu ben ik actrice?

„Dat dacht ik niet. Ik dacht dat nooit.”

En bij La Ciociara? Dat was een film over oorlogsgeweld tegen vrouwen, waarmee u verbaasde met een rol waar geen glamour aan te pas kwam.

„Toen wel, maar toen was ik al 26.”

U speelde een moeder.

„Ja, van een dochter van 14. Dat kan best. Als iemand denkt, die actrice is te jong voor die rol, dan betekent het dat je het niet goed doet. Ik speelde deze rol met mijn moeder in gedachten. Niet dat zij zulke verschrikkelijke dingen heeft meegemaakt, maar wij wisten wat oorlog betekent. Wij hadden ondervonden hoe het was met die soldaten, eerst met de Duitsers, vervolgens met de Amerikanen.’’

U werd al heel snel ook een gerenommeerde filmcomédienne.

„Dat is mijn Napolitaanse achtergrond. Napolitanen zijn tragikomisch. Ze lachen en ze huilen, ze kunnen niet kiezen. Het zit ons in het bloed. Ik heb het, Marcello Mastroianni had het ook, hij kwam ook uit het zuiden van Italië. Ik mis hem. Onze samenwerking was onbeschrijflijk, zo intens.”

De laatste film waarin Loren en Mastroianni samen speelden, was Prêt-à-porter (Robert Altman, 1994), met een herhaling van een geruchtmakende scène: Lorens striptease uit Ieri, oggi, domani (1963), waarbij Mastroianni van opwinding zat te janken als een hond.

„Ja, zo grappig was dat. Marcello lag op bed, net als toen. Maar in plaats van naar mijn striptease te kijken, lag hij meteen te snurken. Hij was te oud geworden. Het was Marcello’s idee om het zo te doen.”

Uw carrière nam weer een nieuwe wending met Una giornata particolare.

„Dat is de beste film die ik met Marcello heb gemaakt. Her was een politieke film en we speelden allebei heel andere figuren dan in de films van De Sica. Ik een vermoeide huisvrouw, hij haar homoseksuele buurman. Daar genoten we van, vooral Marcello.”

Dat was goed gezien van Ettore Scola, regisseur van die film.

Loren schiet in een besmuikt lachje.

„Nou, dat weet ik niet. Carlo, mijn man, produceerde die film. Híj wilde dat ik die rol speelde en ik geloof dat Ettore Scola niet zo gelukkig was met mij in zijn film. Hoe ik dat weet? Zoiets voel je. Hij dacht dat ik vooral een diva was, een ster. Uiteindelijk heeft hij gezegd dat hij zich had vergist. En toen heeft hij mij gefeliciteerd met deze wonderschone film, en ik hem.”

De laatste rol die ik van u zag, was in Nine. Die film gaat over Federico Fellini. U speelde nooit in een Fellini-film.

„En dat betreur ik, want dat had ik leuk gevonden. We stonden altijd op het punt om samen iets te doen, maar het kwam er nooit van. Ik denk dat ik niet voldeed als vrouw. Fellini hield van vrouwen met een vorm van lichamelijkheid die ik niet heb.”

Wat ontbrak er dan aan u?

„Geen idee, dat heb ik ’m nooit gevraagd. Marcello was de kern van Fellini’s films. Fellini was Marcello, Marcello was Fellini. En ik was Anita Ekberg niet. In die films had ik niet willen spelen. Ik had in een Fellini-film willen acteren die hij voor mij zou hebben bestemd.”

U wordt ouder. Is dat ooit een probleem voor u geweest?

„Als mensen me dat steeds weer vragen wórdt het een probleem. Ik ben geen honderd, hoor! Ook voor een actrice zit haar kapitaal niet in haar lichaam, maar in haar geest. Ik kijk naar mezelf door de ogen van mijn kinderen, en ik zie de mooiste vrouw ter wereld.”

Ettore Scola maakt geen films meer. En u?

„Ik wel. Ik kan in zo veel films spelen als ik wil. Dat is makkelijk, maar dat is de bedoeling niet. Als ik iets doe, moet het niet de zoveelste film zijn. Dan is het in een goed verhaal. Ja, ik werk nu aan een film. Maar ik kan niet zeggen wat, de rechten zijn nog niet rond.”

Een Italiaanse film?

„Jazeker. Altijd.”