‘Ik geef mijn hele zelf weg’

In zes even succesvolle als autobiografische romans geeft de Noor Karl Ove Knausgård zijn hele leven bloot. Het eerste deel werd een bestseller. Welke strijd voert Knausgård? ‘Pas als ik het kleinzerig vind, is het goed.’

Karl Ove Knausgård: ‘Het is moeilijk een gezin te hebben.[...] Drie kinderen is een invasie van je leven’ Foto Bram Budel

Af en toe moet hij even naar buiten om te roken. „Veertig stuks per dag”, zegt Knausgård. „Toen mijn dochter leerde lezen, was het eerste wat ze uitsprak de tekst op het sigarettenpakje: ‘van roken ga je dood, papa!’ ” Karl Ove Knausgård (1968) is in Nederland ter gelegenheid van de verschijning van Liefde, het tweede deel in de zesdelige autobiografische reeks romans die gezamenlijk Mijn strijd heten.

Het eerste deel, Vader, was met meer dan 100.000 verkochte exemplaren een groot succes in Noorwegen. Het werd vertaald en ontving lovende kritieken in onder meer The New York Times, waarin de recensent hem met Marcel Proust vergeleek. Niet alleen vanwege de bijna monstrueuze omvang – gemiddeld 600 bladzijden per deel –, trok hij de aandacht – maar ook vanwege de bijzondere vorm.

Gedetailleerd schrijft Knausgård over zijn eigen leven. Vader gaat over zijn jeugd, en de dood van zijn vader, pagina’s lang beschrijft hij zijn grootmoeders huis, waar zijn vader is gestorven. In Liefde concentreert Knausgård zich op zijn eigen gezin: zijn vrouw Linda en hun drie kinderen. Uitgebreid komt een bevalling van zijn vrouw aan bod. En dat heeft een magische, intieme uitwerking.

„Schrijven is een vorm van herinneren,” zegt Knausgård. „Ik maak geen notities en neem niks op. Maar als ik begin te schrijven, dan weet ik weer hoe het was. Toen ik negentien was deed ik een cursus creative writing en leerde dat al het overbodige weg moest. Schrijven is schrappen, een minimalistische filosofie. Dat paste niet bij mij. Toen ik alles erin liet, in plaats van eruit haalde, werd het waarachtig. Ik concentreerde me niet meer op mooie losse zinnen, en herwon daarmee iets cruciaals. Als kind las ik veel en ervoer ik lezen als een manier om te verdwijnen in de tekst, een zelfloze staat van zijn. Die staat hervond ik door deze manier van schrijven: snel, veel, en zonder te schrappen. Er zit geen plan, geen plot achter. Maar wel een blind vertrouwen in intuïtie.”

De boekenserie heet Mijn strijd. Is dat een bewuste provocatie?’

„In Noorwegen is de associatie met de Tweede Wereldoorlog niet zo sterk. Oorspronkelijk heette het ‘Argentinië’, maar dat was geen sterke titel. Ik vond Mijn strijd briljant. Want het ís mijn strijd, mijn persoonlijke strijd. Ik hou ook van de provocatieve implicatie van de titel, de ideologische laag. En verder maakte het me niet uit wat ze zouden denken.”

Wat is uw strijd?

„In het eerste deel is dat mijn strijd met mijn vader. Hij stierf aan alcoholisme. In het tweede deel is mijn strijd het hebben van een gezin en tegelijk willen schrijven. Het is moeilijk een gezin te hebben. Ik dacht dat het gemakkelijk zou zijn, maar dat is het niet. Drie kinderen is een invasie van je leven. Je wordt voortdurend met je eigen slechte kanten geconfronteerd, je kunt je nergens verstoppen. Vader zijn is iets wat je moet leren.”

Lijkt u op uw vader?

„Hij kreeg jong kinderen, was autoritair en streng. Ik was doodsbang voor hem. Maar ik wilde iets voor hem betekenen, en begon hem te pleasen. Ik heb veel brieven gekregen naar aanleiding van Vader. Sommige van zijn leerlingen – hij was leraar – schreven mij dat hij de beste leraar was die ze ooit hadden gehad. Hij had duidelijk twee gezichten: een buitenhuis-persona en een binnenshuis-persona.

„Mijn broer was boos om het boek: vader was veel erger dan ik hem beschreef, vond hij. De familie van mijn vader overwoog juist een rechtszaak omdat ze het te bruut vonden. Vader was geen alcoholist, hij stierf een natuurlijke dood, en grootmoeder was fantastisch voor al haar kinderen, zeiden ze. Ik begrijp wel dat ze last hebben van het boek: er is maar één familie Knausgård in heel Noorwegen.”

Uw vader vertelt tussen het voorlezen van een boodschappenlijstje door dat hij en uw moeder gaan scheiden. Een humoristische scène, die ook getuigt van grote emotionele onhandigheid. Ingmar Bergman heeft de Scandinaviërs emotionele analfabeten genoemd. Zijn ze dat?

„Ik denk niet dat het typisch Scandinavisch is, dat gehannes met gevoel, maar dat het eerder een generatie- en een mannenkwestie is. Mijn vader en ik spraken nooit over iets persoonlijks, behalve als hij dronk. Dan werd hij sentimenteel. Drinken betekende voor hem vrijheid. De eerste veertig jaar probeerde hij te voldoen aan de verwachtingen van anderen, hij deed niet wat hij zelf wilde. Ik heb aantekeningen gevonden waarin hij lijstjes bijhield van hoeveel hij dronk. Ik denk dat hij een methode probeerde te vinden om te stoppen. Toen hij ophield met proberen op te houden, was dat zelfmoord, want hij gaf op. Hij scheidde opnieuw, ging bij zijn moeder wonen en stierf.

„Ik los een probleem ook op met drank. Er gaapt een kloof tussen mijn individuele zelf en mijn sociale zelf. Ik zeg tegen mensen niet wat ik denk, ik houd mij in. Ik ben altijd bang om afgewezen te worden. Toen ik twintig was durfde ik geen vrienden te maken, want mijn zelfwaardering was laag: waarom zou iemand bevriend met mij willen zijn? Maar als ik dronk, lukte het om contact te maken. Als ik nu drink, dan zijn het twee of drie glazen en dan heb ik een enorm verlangen naar meer. Maar dan herinner ik mij ook dat het iets kapotmaakt. Twee à drie keer per jaar drink ik door, maar ik heb het niet nodig.”

U heeft uw moeder verboden het derde deel te lezen. Wat staat daar in?

„Ik vreesde dat het haar zou kwetsen. Zij was het goede van het gezin, en ik wilde niet dat zij zou lezen over mijn ongelukkige jeugd, en daar een schuldgevoel over zou krijgen. Maar ik denk dat ze het gaat lezen. Ik kan haar niet tegenhouden.”

U schrijft in Liefde ook veel over uw strijd met mannelijkheid. Zo verafschuwt u de Zweedse mannen die met hun designerbrillen achter de kinderwagens aanlopen.

„Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in mannelijkheid. Toen ik twaalf was vond iedereen mij feminien. Ik was geïnteresseerd in mooie kleren, praatte graag met meisjes, was gevoelig en zag er een beetje vrouwelijk uit. De puberteit is het ergste wat je als jongen kan overkomen. Je bent zestien, zeventien en je bent voortdurend bewust van je gemankeerde mannelijke zelf.”

Is tot de meest sexy man van Noorwegen uitgeroepen worden door het blad Elle dan niet een enorme opsteker voor uw mannelijkheid?

„Niet echt, dat is een cartooneske uitverkiezing. Het past niet.”

In de jaren zeventig schreven vrouwen uitgebreid over hun leven. Volgt u hen?

„In zekere zin klopt die vergelijking, want in de jaren zeventig was er druk op de vrouwelijke identiteit. Nu geldt dat voor mannen. Die zoeken naar hun rol in een maatschappij die snel verandert.

„Toen ik vader werd van een dochter, realiseerde ik me nog beter wat het is om een man te zijn. Er waren zulke grote verwachtingen van wat ik allemaal moest doen. Ik moest bijvoorbeeld een jaar voor haar zorgen, zodat mijn vrouw weer kon werken. Ik wilde dat wel, maar mijn gevoelens waren tegengesteld aan wat ik behoorde te voelen.

„In Zweden kreeg ik veel kritiek van fundamentalistische feministen. Ze waren boos dat ik schreef over mannen die met tegenzin met hun kinderen naar babygymnastiek gaan. In Zweden is zoveel politieke correctheid. En dus zijn er dingen die je niet mag zeggen. Je mag immigratie niet bekritiseren of verschillen tussen mannen en vrouwen.

„In Noorwegen bestaat er veel meer vrijheid van meningsuiting dan in Zweden. Daar voeren ze naar aanleiding van Mijn strijd vooral een ethisch debat over hoe ver je mag gaan met het schrijven over de levens van anderen. Dat is een reële vraag en ze waren nieuwsgierig naar het experiment: wat gebeurt er als je alles zegt?

Ik geef mijn hele zelf weg. In deze boeken staat de literaire kwaliteit niet voorop, die ligt zelfs lager dan mijn eigen gebruikelijke eisen, maar het gaat wél over het leven. Ik schaamde me omdat ik daarmee iets buiten mijn comfort zone als schrijver had gedaan. Toen ik de uitgever de eerste zestig bladzijden stuurde, vond hij het echter juist daarom zo goed. Want zoiets had hij nog niet eerder gelezen. Alle stukken waarvan ik denk: dit is kinderachtig en kleinzerig, die zijn het echtst. En ik denk dat het daarom in zoveel landen aanslaat. Lezers herkennen zichzelf erin.’’

Vader en Liefde zijn verschenen bij uitgeverij De Geus. Het derde deel verschijnt in maart, het vierde deel in september. In Noorwegen verschijnt in maart een bundel met essays over kunst, cultuur en politiek, waarin ook de stukken die Knausgård onder meer voor The New York Times schreef over Anders Breivik.