Ik ben bang om hem bang te maken

Nederland, Amsterdam, 7 november 2012 Arieke Groen met haar kind Wiep en Tijn (in draagzak) Foto: Merlijn Doomernik

Ik merkte het voor het eerst toen Wiep negen maanden was. Ik gaf hem yoghurt, en een paar minuten later zat hij onder de galbulten. Dat moest de yoghurt zijn, er zat niets doorheen. Dat had ik bewust gedaan. Ik ben voorzichtig met het introduceren van nieuwe voedingstoffen, omdat ik als kind ook last had van allerlei allergieën.

Over die koemelkallergie is hij nu heen gegroeid, met zijn drie jaar. Gelukkig, want koemelk of boter zit bijna overal in; in praktisch alle cake, brood, bolletjes, en koekjes bijvoorbeeld. Maar dat melkeiwit zit bijvoorbeeld ook in ham, en worst.

Helaas heeft hij ook een notenallergie, en die is ernstiger. Hij heeft een keer een hele heftige reactie gekregen na het eten van cashewpasta. Hij werd helemaal rood en hij had ademhalingsmoeilijkheden, zijn keel zwol op. Ik zat met een heel ziek mannetje bij de spoedeisende hulp. Sindsdien dragen we altijd een Epipen bij ons, waarmee we Wiep adrenaline kunnen geven als hij in shock dreigt te raken. Er ligt ook een pen op de crèche. En voor de lichtere reacties hebben we antihistamine.

Winkelen duurt bij mij heel lang, omdat ik van alles altijd de ingrediëntenlijst bekijk. Dat blijf ik ook doen, omdat soms de samenstelling ineens verandert. Als ergens op staat dat het ‘sporen van noten’ kan bevatten, dan laat ik het Wiep toch eten. Sommige van die producten had hij al gehad, zonder allergische reactie. Het kan dat hij tegen hele kleine hoeveelheden kan, het kan ook toeval zijn dat daar net geen sporen inzaten. Het is een risico, maar je moet ook nog kunnen leven. Het is al zo moeilijk om altijd alle noten, zaden en pitten te vermijden.

Wiep begint het lastiger te vinden dat hij veel dingen niet mag eten. Hij liet zich altijd makkelijk afleiden met een rijstwafel of zo. Maar nu is het soms een drama: huilen, stampvoeten. Ik vind het moeilijker nu hij ouder wordt en zich er meer van bewust raakt. Ik ben bang om hem te bang te maken. Daar denk ik wel over na, of kinderen hem niet gaan pesten als hij groter wordt. Daar is Wiep, die nooit iets mag, daar is Wiep met zijn rare moeder die altijd gezonde dingen trakteert.