Humor

In de jaren vijftig begonnen vrouwen geleidelijk aan zwarte kousen te dragen, eerst was het nog voorbehouden aan zogeheten artistieke types, maar later werd het algemeen mode. Niet alleen nylons, maar ook wollen kousen, bijna altijd in combinatie met hoge hakken.

Daar moest menigeen aan wennen. Alleen verpleegsters droegen in die tijd zwarte kousen. Toen ik met een vriendin in deze outfit over de Nieuwendijk liep, passeerden wij een groepje jongens, nozems heette dat toen, of vetkuiven, die haar dan ook in koor nariepen: „Zuster, mag ik mijn vlees laten staan?” Bedoeld voor de goede verstaander met een dirty mind.

In die dagen waren er talloze seksueel getinte grappen in omloop. Zoals die van de verborgen bioscoopnamen. Als volgt: „Als ik Flora en Corso onder heur Roxy, dan denk ik, ha, daar City, daar kan ik Royal in!” Jongenshumor.

Zoals de volgende geestigheid. Rita Hayworth was toen een begerenswaardige filmster, eerst gehuwd met Ali Khan, later met Orson Welles, wat resulteerde in dit versje. „Als Rita heet wordt en Ali Kahn niet meer, dan mag Orson Welles.”

Bobbejaan Schoepen, een Belgische humoristische zanger had een hit, die zo klonk: „Ik wou ik was...een lekker glaasje wijn. Was ik een lekker glaasje wijn, dan zou ik altijd aan haar lippen zijn.” Dat werd vervolgens: „Ik wou ik was...de broek van Doris Day. Was ik de broek van Doris Day dan was ik alijd bij haar snee.”

Wat ik me afvraag is of dit nu typisch humor uit de jaren vijftig is of zijn er ook hedendaagse varianten? Ik verdenk de populaire zanger Gordon ervan dat wel te weten.