Happy Days

In Denekamp tuurde ik, pal naast een winkel met de naam Idylle Bloemen, door de glazen deur van ‘ijscafé’ Happy Days. Hier werkte Tim Ribberink drie jaar, tot hij zelfmoord pleegde, omdat hij zo werd getreiterd.

Gesloten.

Maar in een hoek achterin gebaarde een vrouw me naar binnen: Martina Knol, de eigenares. Ze zat verslagen achter een laptop, huiverend in een omslagdoek, al was het niet koud. Ergens in de vijftig, net als Henk, haar man, die erbij kwam zitten. Kalme, zorgzame mensen met een Twents accent.

Happy Days leek op een Amerikaanse diner, met roodleren bankjes, formica tafels, Elvis aan de muur. Een mooie hangplek plek voor tieners, zei ik, net als in die tv-serie. Ja, snoof Martina, dat was de bedoeling. „Maar het is niet gelukt. Nee!”

Nee, de jeugd ging liever naar dorpskroeg Eigenwijs, dan naar Happy Days. Er kwam concurrentie van ijssalon La Bomba, een paar meter van een mooi klein beeldje, waarmee ‘de gemeenschap van Denekamp’ herinnert aan ‘zijn Joodse medeburgers’. En toen stierf hun oogappel.

Martina tuurde verbeten op de website DinnerJudge.nl, bedoeld voor restaurantbeoordelingen. Daar is Tim ook gesard – sarren noemen Denekampers ‘stiggelen’. Dat ze hem dit jaar voor ‘loser’ en ‘homo’ uitmaakten was al bekend, maar niet welke nog ergere tekst er twee jaar geleden al op DinnerJudge stond. Martina vertelde me wat het was. Nu kreeg ik het ook koud.

(Volgens Martina en Henk heeft Tim Ribberink vlak voor zijn dood zijn eigen Facebook- en Hyvespagina’s leeggehaald. Ik zie daarom even geen goede reden iets smerigs nog eens in de krant te zetten.)

Intussen heeft DinnerJudge de teksten van toen zelf verwijderd. Maar twee jaar geleden wist Martina niet hoe ze de website daarvoor kon bereiken. Ze had de microscopische lettertjes onderaan de site, begrijpelijkerwijs, niet gezien. Wie daar doorklikt, vindt eene-mailadres. Maar ook toen ik daar gisteren navraag deed, bleef het stil.

Dit zou beter moeten.

Martina en Henk hebben Tim twee jaar geleden niets verteld, maar vragen zich nu af of dat verstandig was. Hij was zo lief en ook zo weerloos, zeiden ze, een jongen die vrij vraagt om met zijn oma naar de dierentuin te gaan. Ze wilden hem niet breken.

Martina huilde, Henk balde zijn vuisten en ging hoofdschuddend koffie zetten. Ik las met Martina verder op DinnerJudge.

Sommigen doen zich daar doodleuk voor als Tim: „Waar waren jullie al die tijd!”. Anderen maken elkaar over zijn hoofd uit voor „ranzige rambo” en „hersenloze randdebiel” , en meer.

Iemand schrijft op DinnerJudge: „Ik moet bekennen dat ik Tim in het verleden met regelmaat heb lopen treiteren. Maar dit is een volstrekt normaal fenomeen.”

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Christiaan Weijts.