Fokking regen = … champignons!

Fokking regen. Foto NRC / Johannes Beck Fokking regen. Foto NRC / Johannes Beck

O ja, ik ontdekte hem zodra ik wakker werd: de grote, grijze, dreigende hemel boven mijn tentje. Vlak nadat Johannes en ik wegfietsten van onze kampeerplek brak hij open. Wat me vervulde met vreugde, want dit betekende dat ik eindelijk mijn regenponcho aan mocht.

Met wapperende cape vloog ik vooruit door het opspattende water. Ik was Batman, riding that Robin. Tot ik achterom keek en zag dat Johannes een paar honderd meter terug in een bushokje was verdwenen. Wat zit je je nou uit te sloven, bromde hij. Deze fokking regenbui zou over een paar minuten wel wegtrekken.

in regen outfits voor Chez André et Ginette. Foto NRC / André

in regen outfits voor Chez André et Ginette. Foto NRC / Andréin regen outfits voor Chez André et Ginette. Foto NRC / André

Maar dat deed hij niet, het werd alleen maar erger. Terwijl we schuilden in eetgelegenheid Chez André et Ginette, spraken we met André en Ginette over wat dit betekende: champignons! Over een paar dagen zouden ze moeten opploppen en gingen Marc en Jeanette de bergen in om ze te plukken. En ik vond dat wel mooi. Typisch Frans, hoe ze uit elk elementje iets lekkers weten te slepen. En dus is regen hier geen reden om te klagen. Fokking regen betekent feest.

Nog meer regen. Foto NRC / Raoul de Jong

Nog meer regen. Foto NRC / Raoul de JongNog meer regen. Foto NRC / Raoul de Jong

We dronken twee koffie, aten een pizza en begaven ons een paar uur later op de overstroomde straten van het dorpje. We waren nauwelijks vertrokken, toen wederom de hemel openbrak. Dit keer terwijl ik met al mijn kracht een berg opfietste. “You have zo zee ze beauty!” riep Johannes en ik was vol met Evil Thoughts. “Zink how eazy zis would be if you vould not zmoke sigarets!” Dat was de druppel. “SHUT UP!” Riep ik.

André en Ginette voor Chez André et Ginette. Foto NRC / Johannes Beck

André en Ginette voor Chez André et Ginette. Foto NRC / Johannes BeckAndré en Ginette voor Chez André et Ginette. Foto NRC / Johannes Beck

Gelukkig was dit ook het moment waarop Johannes ontdekte dat mijn fiets supersonischer was dan ik al die tijd had gedacht. Want dat ding links op mijn stuur, dat was dus een versnelling. Daarna gingen we zo snel, dat we de wolken inhaalden. Toen was er de zon. Fel en brandend op ons hoofd. En samen met de zon kwam de wind, met volle kracht van voren.

We fietsten door een industriegebied, waar de natuur was weggekapt en vervangen door hoekige gebouwen. Er waren geen auto’s, geen geluid, het enige wat je hoorde was de wind. In slowmotion trokken twee angstaanjagende cilinders van een kerncentrale aan ons voorbij. Ze waren mooi in hun onmenselijkheid, juist doordat je wist hoeveel kracht ze hadden en hoeveel schade ze konden aanrichten, zo veel groter dan wij.

Johannes en ik in Orange. Foto NRC

Johannes en ik in Orange. Foto NRCJohannes en ik in Orange. Foto NRC

Langs een stuwmeer, fietsten we over de snelweg een stadje in, Bollène. Op dit punt had ik meer gefietst dan ik ooit in een keer achter elkaar had gedaan. Maar ik was over mijn moeheid, over de pijn, in een aangename meditatieve toestand die alleen in stand gehouden kon worden door door te gaan. Toch wilde Johannes even stoppen, dat leek hem wel verstandig.

Hij wachtte bij de fietsen en ik deed wat boodschapjes in een Carrefour. Ik kocht wat we de avond daarvoor van zijn voorraad hadden gegeten, plus koekjes en cola en appels. We aten ze op op de parkeerplaats, terwijl we onze tentjes lieten drogen op een muurtje in de zon.

Het laatste stuk was het mooist, het kersje op de cake, de beloning voor al ons harde werk vandaag. Over een smal weggetje, door bossen, over de bergen, zonder te praten of te denken, op survival modus, recht omhoog, tot we kilometers en kilometers naar beneden mochten, zonder te trappen, met de wind in het gezicht. Galmend door de bergen joelden we en zongen we en riepen dingen als “This is a mountain party!” En dat was niet geveinsd, dat was gemeend.

Het was wederom alsof ik gewassen was. En dan vrij letterlijk, in de machine. Door elkaar gehusseld, tot alle atomen gereset en op de juiste plek terug waren geplaatst. Ik wist inmiddels dat liefde dat kon doen. Maar regen, zon, aarde en wind, kunnen dat blijkbaar ook. En het was bijna te veel. Alsof ik alleen nog maar kon huilen om hoe mooi alles was.

In Orange vond ik een driesterrenhotel met zwembad, waar ik voor de helft van de prijs kon blijven slapen. Johannes vond hotels stom, en zou doorfietsen, op zoek naar een parkeerplekje buiten de stad. We omhelsden elkaar. Al kenden we elkaar pas twee dagen, dat leek gepast. Ik geloof dat ik iets van tranen in zijn ogen zag. Ik voelde ze ook. Hij was mijn vriend.

Wees voorzichtig! Riep ik. Mail me af en toe! En heb zo veel mooie avonturen! Hij zwaaide nog een keer en verdween over een rotonde, naar Afrika. En daar stond ik dan weer, in mijn eentje, voor de pinautomaat.

Ik kocht een pizza slice bij een bakker om de hoek, ging zitten op de rand van een fontein en luisterde naar Arabische muziek die uit een van de ramen kwam.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.