‘De kunst van de achteloosheid’

De literaire liefdesverklaring van acteur Gijs Scholten van Aschat: Verscheurde stilte, dagboeken van John Cheever.

Verscheurde stilte, de dagboeken van John Cheever (1912-1982), toont het contrast tussen de elegante vorm waarin hij schrijft en het pijnlijke verhaal dát hij opdient. Cheever, een getrouwde man verscheurd door alcoholisme en homoseksualiteit, moet stiekem achter de mannen aan, moet stiekem de flessen in huis verstoppen – als zijn vrouw boven de bedden opmaakt springt hij de gangkast in om twee slokken wodka te nemen. Een vreselijke wanhopigheid.

„Tegelijkertijd staat hij elke ochtend op om met zijn hond te lopen en beschrijft hij in schitterende bewoordingen wat hij ziet: de natuur, de bomen, hoe het ruikt. Het is het hele leven, samengebald in de mooiste lyriek en diepste treurnis. Hij schrijft over zichzelf: ‘Wanhopig op zoek naar een detail om er vorm en inhoud aan te geven, ontdekt hij altijd wel een asbak vol peuken. Maar dan ziet hij de lucht! Het aangrijpende blauw, de lijn van de duisternis die omhoogkomt als een deksel. Zo dwaalt zijn geest tussen asbak en schemering, terwijl het grootste deel van de wereld die we kennen daar ergens tussenin ligt.’

„In het hele boek hoor je de verscheurdheid van een man die constant een geheim met zich meedraagt en ondertussen in dat chique New England mooi weer speelt op familiefeestjes met chokers en golden retrievers. Maar wanneer hij op een universiteit een lezing moet geven, zit hij in een park met een fles whisky in een papieren zak en probeert hij een andere man te versieren. Het is een ontluisterend beeld van schijn en werkelijkheid. Deze dagboeken zijn nog beter, eerlijker en compromislozer dan zijn romans.

„Cheever heeft zijn leven lang dagboeken geschreven: bij zijn overlijden in 1982 liet hij vier miljoen woorden na. Na zijn dood hebben zijn vrouw en kinderen de dagboeken gelezen. Die vrouw leest dan steeds over haarzelf: ‘Daar is dat mens weer.’ Het getuigt van moed van de familie dat ze daar toch een deel van hebben uitgegeven. Je vraagt je natuurlijk wel af wat ze niet hebben gepubliceerd – is dat nog erger?

„Literatuur en toneel hebben gemeen dat je probeert de werkelijkheid te laten zien door een abstract beeld te tonen, door in taal schoonheid en ellende naast elkaar te zetten. Charles Bukowksi kon dat ook heel goed. Een bizarre schrijver, hij schreef over ontmoetingen met hoeren in kamers en gelijktijdig ving hij in taal en beelden af en toe een moment dat niemand nooit beter had kunnen beschrijven. Bukowski kon het echte en het opgeblazene scheiden. Cheevers boek gaat daar ook over: de strijd tussen je diepste zelf en het uiterlijk vertoon.

„Een goede zin is het samenpersen van een originele gedachte tot een regel. Soms krijg je een inzicht, je schrijft het op maar eigenlijk cirkel je er alleen maar omheen. Goede schrijvers schoppen zo’n zin achteloos in de kruising. Als je iemand op toneel vreselijk zijn best ziet doen dan denk je: goh, wat moet je hard werken. Zodra je de noeste arbeid ziet, is het mis. Maar neem Messi, als je die ziet voetballen zie je plezier, die denkt niet na, hij is het denken voorbij – omdat hij twintig jaar lang vier uur per dag getraind heeft. Nu moet hij op het veld alleen maar alles vergeten, net als de tennisser die op het centre court niet over zijn service moet nadenken. Zo werkt kunst ook: het werk moet van tevoren gedaan geworden. Op het moment dat je de zinnen leest moet je niet voelen dat de schrijver dat hoofdstuk vijf keer heeft herschreven en de helft heeft weggeflikkerd. Verscheurde stilte is zo’n boek, achteloos op papier gezet – het was met de wereld dat John Cheever zijn strijd voerde.”

John Cheever: Verscheurde stilte. Privé-domein Nr. 191. De Arbeiderspers, 519 blz. € 27,-