De ijverige ambtenaar ontmaskerd

Adolf Eichmann op 7 juli 1961 tijdens het proces in Jeruzalem, waar hij ter dood werd veroordeeld Foto AP

Vijftig jaar lang heeft de hele wereld zich door Adolf Eichmann postuum in de maling laten nemen. Het is begrijpelijk waarom. De systematisch uitroeiing van de Europese Joden in de Tweede Wereldoorlog, die voor een belangrijk deel door hem werd georganiseerd, was voor degenen die er niet bij betrokken waren amper te bevatten. Zeker niet toen in de jaren vijftig de omvang van die slachting duidelijk werd en bleek dat van de tien miljoen Joden in Europa er zes miljoen waren vermoord.

Eichmann stond in 1961 in Jeruzalem terecht. Een jaar eerder was hij door de Israëlische geheime dienst opgespoord in Argentinië en ontvoerd toen hij van zijn werk bij de Mercedesfabriek kwam.

In de rechtszaal voerde hij vanaf het begin een toneelstuk op, waarin hij de rol vertolkte van een ijverige ambtenaar, die geen andere keuze had dan te doen wat hem door zijn meerderen werd opgedragen. Op die manier zette hij velen op een dwaalspoor. Van de gebeurtenissen in de rechtszaal werd onder meer verslag gedaan door de schrijvers Harry Mulisch en Abel Herzberg en de filosofe Hannah Arendt. Zij lieten zich alle drie misleiden.

Vooral Arendt zou de beeldvorming rond Eichmann en de Jodenvervolging een halve eeuw lang bepalen. In haar beroemde verslag Eichmann in Jerusalem schilderde ze de SS-Obersturmbannführer buiten dienst af als de verpersoonlijking van de banaliteit van het kwaad, een radertje in een vernietigingsmachine van volgzame Duitsers, die deden wat van hogerhand werd bevolen en daarbij hun moraalreflexen buiten werking stelden.

Zelfs de ‘definitieve’ Eichmann-biografie van David Cesarani (2004), waarin het beeld wordt geschetst van een klassieke carrièremaker die zich vanaf 1934 ontwikkelt tot een op eliminatie van de Joden gerichte rabiate antisemiet, heeft niets aan dat beeld kunnen veranderen. De Duitse filosofe Bettina Stangneth (1966) doet dat wel in haar boek Eichmann vor Jerusalem. Das unbehelligte Leben eines Massenmörders, waarvan de Nederlandse vertaling (Eichmann in Argentinië. Het onbezorgde leven van een oorlogsmisdadiger) onlangs is verschenen. Na lezing ervan kun je echt niet meer volhouden dat Eichmann een gehoorzame, anonieme bureaucraat was, die toevallig een vernietigingsmachine bediende.

Arendts visie wordt door Stangneth geheel onderuit gehaald. Ze baseert zich daarbij onder meer op de ‘Sassen-tapes’, bandopnames van gesprekken die de Nederlandse journalist en voormalige SS’er Willem Sassen in 1957 in Argentinië met Eichmann over diens leven voerde. Die tapes, die deels ook tijdens het proces werden gebruikt, maakten volgens Stangneth deel uit van het plan van een groep nazi’s in Argentinië om Hitler te rehabiliteren en de Holocaust als Joodse propaganda af te doen. Op die manier hoopten ze weer naar hun Heimat terug te mogen keren.

Genade

Ook Eichmann, die in Argentinië onder de schuilnaam Ricardo Klement leefde, hoopte op genade van de kant van het nieuwe Duitsland. Hij spiegelde zich daarbij aan het lot van talloze andere hoge nazi’s, die na 1945 in Duitsland hun carrières hadden voortgezet. In het slechtste scenario rekende hij op enkele jaren gevangenisstraf.

Maar Eichmann verknalde zijn gedroomde toekomst in Duitsland zelf toen hij op een van de laatste, door Stangneth ontdekte opnames in een uitbarsting van virulent antisemitisme zei te betreuren er niet in geslaagd te zijn alle 10,3 miljoen Joden naar de gaskamer te hebben gevoerd, zoals was gepland. De overige aanwezigen vielen stil. Ineens beseften ze dat de oorlogsmisdaden van Eichmann en diens handlangers toch veel ernstiger waren dan ze hadden gehoopt.

Aan de hand van de Sassen-tapes, maar ook op grond van opzienbarend archiefonderzoek en gesprekken met overlevenden, laat Stangneth zien dat Eichmann zich vanaf zijn toetreding tot de SD en zijn benoeming bij de afdeling Joodse zaken in 1934 met veel enthousiasme op het ‘Joodse vraagstuk’ stortte.

In Wenen, waar hij na de Anschluss bij Duitsland in 1938 werd belast met de gedwongen emigratie van de Oostenrijkse Joden, was hij al snel gevreesd. Hij ging er net zo tekeer bij het afpersen en intimideren van zijn slachtoffers als eerder in Duitsland en later in Praag.

Toen in een Franse emigrantenkrant een artikel over zijn praktijken verscheen, waarin hij ‘de tsaar der Joden’ werd genoemd, riep Eichmann de leiders van de Joodse gemeente in Berlijn bij zich en beschuldigde hen ervan uit de school te hebben geklapt. Ziedend van woede dreigde hij de gemeentebestuurders naar het concentratiekamp te sturen.

In Wenen had Eichmann bij wijze van experiment een Joodse Raad ingesteld, die de emigratie en de onteigening van Joods bezit op zich moest nemen. Toen in 1941 op de Wannsee-conferentie werd besloten de Joden uit te roeien, bleek die Joodse Raad een gouden greep en kon die worden gebruikt om de deportaties naar de vernietigingskampen te organiseren.

Na de Wannsee-conferentie verdwijnt Eichmann van het publieke toneel, zoals zoveel nazi’s die betrokken waren bij de Endlösung. SS-leider Himmler had immers bevolen dat de uitroeiing in het opperste geheim moest plaatsvinden. Door die anonimiteit was er lange tijd geen foto van Eichmann bekend en wist niemand hoe hij eruitzag, wat een grote hindernis vormde bij zijn opsporing.

Interessant in Stangneths ontluisterende boek is ook de moeite die de Duitse geheime dienst BND deed om Eichmanns arrestatie te voorkomen en net te doen alsof hij dood was of in Syrië woonde. De BND wist al in 1952 waar Eichmann uithing. De regering-Adenauer was namelijk als de dood dat Eichmann tijdens een eventueel proces de namen zou noemen van Duitse industriëlen die van de Jodenvervolging hadden geprofiteerd, of van voormalige nazi’s die in de Bondsrepubliek weer vooraanstaande posities bekleedden. Het bekendmaken van die namen zou de rehabilitatie van Duitsland ernstig kunnen schaden.

Held

Maar tijdens zijn proces heeft Eichmann daarover nooit zijn mond opengedaan, uit loyaliteit met zijn alte Kameraden die ervoor hadden gezorgd dat hij, een paar jaar later gevolgd door zijn gezin, naar Argentinië kon vluchten, waar hij als een held werd onthaald.

De vrees van de Bondsregering bleek ongegrond. David Ben Goerion was absoluut niet van plan de Bondsrepubliek in verlegenheid te brengen, afhankelijk als hij was van Duitse herstelbetalingen. Tijdens het proces in Jeruzalem werd er zelfs op toegezien dat er in de aanklacht slechts sprake was van ‘nazi’s’ en niet van ‘Duitsers’.

Stangneth ontkracht bovendien dat Eichmann in Argentinië een teruggetrokken en anoniem leven zou hebben geleid, zoals iedereen dacht. Het tegendeel was waar. De meeste belangrijke nazi’s in Buenos Aires wisten na een enige tijd heel goed wie Ricardo Klement was. Ook het personeel van de Duitse ambassade in Buenos Aires, dat deels uit nazi’s bestond, was op de hoogte en gaf nieuwe paspoorten voor Eichmanns zoons uit zonder vragen te stellen.

Een Duitstalige uitgeverij van nazilectuur in Buenos Aires stelde Eichmann bovendien in de gelegenheid een boek te schrijven, waarin hij zijn handelen probeert te rechtvaardigen ten opzichte van zijn gezin. Afstand van de nazi-ideologie doet hij daarin nergens. De rassenleer blijft de kern van zijn denken.

De Eichmann die Stangneth haar lezers toont, blijkt in zijn Argentijnse ballingschap nog even fanatiek als vroeger te zijn geweest. Zijn hoogmoed was zo groot dat hij zich de belangrijkste hoeder van Hitlers geestelijke nalatenschap voelde. Stangneths beschrijvingen van Eichmanns grootheidswaan, zoals hij die uitte tegenover de nazi’s in Buenos Aires, zijn soms huiveringwekkend.

Nog enger is dat hij thuis, bij zijn vrouw en drie zoons, de brave huisvader speelde, die ten onrechte van oorlogsmisdaden werd verdacht. ‘Geloof niet wat ze over me zeggen’, maakte hij zijn gezin wijs.

Die rol van brave Adolf speelde Eichmann ook in Jeruzalem, tot aan de galg waartoe hij een jaar later werd veroordeeld. Verdwenen was de halfgod, die jarenlang, op sadistische wijze, over leven en dood van miljoenen onschuldige burgers had beschikt. Intellectuele smaakmakers als Hannah Arendt en Harry Mulisch trapten erin. Hun mooie woorden zijn door Stangneth in haar knappe boek voorgoed naar het rijk der fabelen verwezen.