Anti en Pro

Te allen tijde wordt er van je verwacht dat je een goed overwogen mening klaar hebt liggen, dat je er als het ware mee opstaat. Zeker rond verkiezingstijd kom je hier niet onderuit. Nu is het met de Amerikaanse verkiezingen altijd simpel. Ben jij ooit een aanhanger van een Republikein tegengekomen?

Net zoals het gemakkelijker en dus leuker is om negatief over een voorstelling, een boek of een feestje te zijn, is het in dezelfde traditie veel leuker en gemakkelijker om anti te zijn dan pro. Te meer als het feest geheel buiten jou om tot stand is gekomen en je niet tot de in-crowd behoort - pas als het een exclusieve voorstelling is geweest waar maar een aantal uitverkorenen van mochten genieten en jij een van die uitverkorenen was, kun je met je pro’s aankomen.

Roepen dat je ergens heel erg op tegen bent is fijn. Want als je ergens tegen bent, ben je beter dan de mensen die er voor zijn. Hoe meer anti’s je koestert, hoe beter je bent. Het beste kun je tegen de hele wereld zijn, behalve Obama dan natuurlijk. Dat mag, want iedereen is voor Obama, en omdat iedereen het is, schiet je met je anti weer weinig op. Dan ben je maar een zeikerd. De tweede zeikerd schiet er wel weer wat mee op, die zal later de held van de nieuwe groepering zijn: de eerste die nog wel een zeikerd durfde te volgen.

Maar uit uiterst geconcentreerd observatiegedrag blijkt dat Anti lang niet zo langdurig is als Pro (en daarom ook zo veel populairder). Je kunt je anti’s namelijk voortdurend wisselen, daarbij kun je ook nog eens anti-GroenLinks, anti-PVDA en anti-VVD zijn, zonder dat je je ergens mee identificeert. Met pro’s ligt het daarentegen veel gevoeliger: Je bent pro-Europa, pro-Huwelijk en Pro-Obama of niet. Van een pro stap je niet zomaar even af. Dit is dan ook het grote verschil met anti: anti verandert voortdurend, naar gelang de stemming van het publiek, hoewel pro, altijd weer boven komt drijven.

Je past dus wel op met je pro’s. Toch zijn ze veel zaligmakender dan anti’s. Een goede four years to go.