‘Zoon van de gele aarde’ neemt roer over van de communistische partij

Xi Jinping, de nieuwe Chinese leider, hoort tot de ‘rode aristocratie’. Maar ook in arme streken heeft hij zich bewezen als bestuurder. „Hij zal zich laten gelden als een pragmatisch, voorzichtig hervormer.”

Vrouw met kind in de omgeving van Xiajiang, het district in het oosten van China dat dankzij de nieuwe leider Xi Jinping tot grote bloei kwam. Foto Xinhua/Zhou Ke/HH

Wie zuiver water drinkt, moet nooit vergeten wie de waterput heeft gegraven, zeggen de bamboekappers en theeplanters in het bergdorpje Xiajiang. Ze bedoelen Xi Jinping, de man die op het vandaag begonnen congres van de Chinese communistische partij zal worden benoemd tot partijleider, om in maart volgend jaar ook president van China te worden.

Aan de rand van het gehucht, met nieuwe, wit gesausde huizen en balkons met uitzicht op de hellingen met bamboebossen en theeplantages, is voor de ‘nieuwe keizer’ Xi een erepaviljoen gebouwd. Een soort overdekte rustplaats met twee bankjes en een in koper gegoten aanmoedigingsbrief. „Xi heeft hier de aarde veranderd in de hemel. Vroeger aten wij elke dag bitterheid, maar dankzij hem zijn we allemaal een klein beetje rijker”, zegt de pas benoemde partijsecretaris van het dorp, Yang Hongma.

Buitenlandse regeringsleiders die Xi de afgelopen jaren hebben ontmoet als vicepresident, mogen zich nog afvragen hoe hij het snel expanderende China zal leiden, in Xiajiang wordt hij beslist niet gezien als ondoorgrondelijke partijbureaucraat. Hier weet niemand dat zijn familie steenrijk is en zijn dochter aan Harvard studeert. Hier geldt hij als een toegankelijke doener, een doortastende macher die het dorp heeft ‘gered’. Xi is de man van het drinkwater, de elektriciteit, de dam die de rivier temde, de tuinbouwkassen en de geasfalteerde weg. „Iedereen heeft sinds 2005 een nieuw huis met wc en douche en de jaarlonen zijn verdubbeld naar 1.600 euro”, vertelt Yang.

Als partijsecretaris van China’s rijkste en meest kapitalistische provincie, het zuidoostelijke Zhejiang, kwam Xi (1953, Peking) vaak in het toen nog geïsoleerde Xiajiang. Of het hem uitsluitend was te doen om het welzijn van het dorp of dat hij als ambitieuze partijtijger werkte aan een fraai, politiek correct curriculum vitae zal altijd wel geheim blijven. Feit is dat Xiajiang op zijn resumé staat te blinken, net als zijn werk als partijsecretaris in voor de economie cruciale (stads-)provincies zoals Fujian, Zhejiang en Shanghai. Allemaal cruciale posten om door te stoten naar de top.

„Wie de hoogste regionen van de partij wil bereiken, moet over een brandschone reputatie, hele goede connecties en veel vrienden beschikken, geen fouten hebben gemaakt en geen controversiële uitspraken hebben gedaan. Hij moet ook bewezen hebben een goede bestuurder te zijn, niet alleen in rijke gebieden, maar ook in arme streken. Xi Jinping is daarin geslaagd”, zegt professor Han Gang, een liberale historicus in Shanghai en voormalig docent aan de Centrale Partij School.

Het heeft ook geholpen dat Xi in het verleden steun heeft verworven van het leger en van de nog invloedrijke oud-leider Jiang Zemin.

Er is nog een vereiste om tot de hoogste regionen door te dringen: de connectie met het platteland. China mag dan geürbaniseerd en geïndustrialiseerd zijn, de bijzondere band van de partij met de boeren behoort tot de partijfolklore en idealistische symboliek.

Dat geldt in het bijzonder voor ‘rode prinsen’ als Xi, zoon van de revolutionaire generaal en latere vicepremier Xi Zhongxun. „Zeker voor iemand uit de rode aristocratie, wiens familie zeer rijk is geworden dankzij zijn naam, is het van belang dat hij zich kan identificeren met het leven en de strijd van de boeren en heel concrete resultaten heeft geboekt om hen te helpen. Dat hoort bij het romantische imago van de partij waar mythes een belangrijke rol spelen”, zegt Han Gang.

Hoe afgelegener en hoe armer het dorp, des te groter de glorie als het lukt ontwikkeling te brengen. Dat is in Xiajiang goed gelukt. Het ‘droomdorp’ (volgens de partijsecretaris) ligt er vlak voor het partijcongres pittoresk bij: langs de rivier zijn parkjes aangelegd met zonnebloemen en tijgerlelies, de straatverlichting werkt op zonne-energie en in de huizen, met betonnen vloeren en landbouwgereedschap in de woonkamer, wordt gekookt met biogas. Dit is het „nieuwe socialistische platteland”.

Yang Hongma laat in het partijkantoortje de foto’s zien van Xi’s talrijke bezoeken en de brief die hij vorig jaar als vicepresident schreef. „Hij is ons niet vergeten”, glundert Yang.

Mogelijk was Xiajiang ook zonder hulp van Xi tot wasdom gekomen. De theeprijzen en die van bamboe zijn de afgelopen jaren sterk gestegen en duizenden jaren oude landbouwbelastingen zijn afgeschaft. Bovendien werken veel jonge dorpelingen in fabrieken in Shanghai en Guangzhou. Daar verdienen zij niet slecht, want in hun thuisdorp bouwen zij ruime, drie, vier verdiepingen tellende kasteeltjes.

Toch twijfelt historicus Han Gang niet aan de „echte band” van Xi met de dorpen van China. „Hij creëert geen mythes”.

Xi was vijftien toen de Culturele Revolutie uitbrak. De hele familie werd vanuit Peking verbannen naar het platteland omdat Mao Zedong de hervormingsgezinde Xi senior niet meer vertrouwde. Zeven jaar woonde Xi in een grotwoning in het dorp Liangjiahe in de provincie Shaanxi, waar hij op het land moest werken. Xi noemt zichzelf daarom altijd een „een zoon van de gele aarde”. Het enige autobiografische boekje van zijn hand gaat over zijn jaren op het platteland: „Ik was vet in januari, dun in februari en halfdood in maart en april”. En: „Het waren jaren waarin iedereen snel volwassen werd”.

Over de vernederingen die zijn ouders in het Pekingse Arbeidersstadion moesten ondergaan in handen van ‘rode wachters’ en over de zelfmoord een van zijn halfzusters, heeft hij altijd gezwegen. In de officiële biografieën over hem wordt wel aangestipt dat Xi zelf tijdens de Culturele Revolutie drie of vier keer werd opgesloten en moest meedoen aan zelfkritieksessies, maar dan in bijna romantische bewoordingen. Toch hebben die ervaringen de aanstaande partijleider gevormd, meent professor Han Gang. „Hij is daardoor geen conservatieve ijzervreter, hoewel hij altijd het primaat van de partij zal verdedigen. Hij zal zich laten gelden als een pragmatisch, voorzichtig hervormer”.