Tv-serie met allure is nu eenmaal duur

Een onzekere toekomst voor Nederlands tv-drama, documentaires, films en kinderseries. De financiële steun van het Mediafonds verdwijnt.

Speelfilm: Hemel (2012) met Hannah Hoekstra als Hemel.

„Deze onbegrijpelijke beslissing valt net in de hoogconjunctuur van het Nederlands tv-drama”, zegt scenarist Frank Ketelaar over het aangekondigde einde van het Mediafonds. „Al die Amerikaanse series waarover we op verjaardagen praten, zoals Mad Men en Breaking Bad, daar kijkt op tv geen hond naar. Maar naar Nederlandse tv-series kijken wel veel mensen. Ze worden door zowel de kritiek als de kijkers hoog gewaardeerd.”

Van de driehonderd miljoen euro die de publieke omroep van het kabinet Rutte II moet bezuinigen, zijn er vooral zestien in het verkeerde keelgat geschoten: om te bezuinigen wil het kabinet het Mediafonds per 2016 of 2017 opheffen. Zestien miljoen euro is niet veel op de begroting, maar het belang van het Mediafonds – voluit: Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties – is dat wel, voor tv-series, films, kindertelevisie en documentaires. Tv- en documentairemakers zijn zeer ongerust en bereiden acties voor.

„Voor de komst van het Mediafonds 24 jaar geleden werden er maar vier documentaires per jaar gemaakt in Nederland”, zegt producent Pieter van Huystee. Tegenwoordig financiert het Mediafonds jaarlijks 80 documentaires en 32 tv-series en films. Wie in Nederland een documentaire wil maken, klopt aan bij het Mediafonds. Voor een documentaire van 60 minuten betaalt de omroep bijvoorbeeld 30.000 euro, en het Mediafonds een viervoud: 120.000.

Regisseur en producent Niek Koppen (De keuken van Kok, De slag in de Javazee) kreeg voor bijna al zijn films geld van het Mediafonds. Hij voelt zich ‘dubbel gepakt’. „Dit kabinet zou niet méér bezuinigen op kunst. Maar dat doet het zo wel. Hoewel het Mediafonds binnen de mediabegroting valt, oordeelt het op artistieke gronden. Documentaires zijn kunst. Zo wordt de documentaire dus opnieuw gepakt.”

Koppen verwacht dat dat de documentaire in Nederland zonder het Mediafonds niet zal overleven. Het fonds is volgens hem vooral belangrijk voor de jonge makers die een documentaire van rond een uur maken. Uiteindelijk kunnen zij doorgroeien naar lange documentaires, die door het Filmfonds worden gefinancierd. „Die aanwas ga je nu mislopen.”

Pieter van Huystee benadrukt vooral de maatschappelijke relevantie van documentaires. „Soms is die zo groot, dat je juist geld bespaart.” Als voorbeeld noemt hij de film Tony, over het Pieter Baan Centrum. „Die film hebben we aan honderd rechters laten zien. Zij hadden nog nooit gezien hoe het er daar aan toe gaat. Zo heb je voor een bescheiden tarief honderd rechters die geen cursus of voorlichting hoeven te doen.”

Ook voor tv-drama is het Mediafonds essentieel, zeggen betrokkenen. Ook hierin is het fonds belangrijk in de talentontwikkeling. Jonge filmmakers beginnen vaak bij de televisie met het maken van korte films (in de serie Kort!) of films van een uur (One Night Stands), mede betaald door het fonds. De publieke omroep heeft zelf ongeveer 2,5 ton over voor vijftig minuten drama. Het fonds verdubbelt vaak dat bedrag.

Scenarist Robert Alberdingk Thijm, schrijver van mede door het fonds betaalde series als A’dam - E.V.A., Dunya & Desie, Waltz: „Dit is geld dat direct naar de programma’s gaat, dat juist niet ergens in de omroepgebouwen blijft steken. Bovendien zorgt het Mediafonds voor een belangrijke kerntaak van de omroepen: cultuurspreiding. Uitgerekend de door het fonds gesponsorde programma’s staan voor wat de publieke omroep zou willen zijn.”

Zijn collega Frank Ketelaar (Overspel, Vuurzee, De uitverkorene, Bij ons in de Jordaan): „Als je een serie allure wil meegeven, dan heb je geld nodig, veel geld. Anders worden tv-series weer Kammerspiele, met mensen pratend rond een tafel.”

Robert Kievit, hoofd drama van de VARA: „Het gaat vooral om bijzondere series die in een andere tijd, op een andere plek of in een andere wereld spelen: dan ben je geld kwijt aan kostuums en decors. Stellenbosch speelde in Zuid-Afrika: duur. Series als Overspel en Penoza, die in de tegenwoordige tijd in Amsterdam spelen, hebben niet per se extra geld nodig omdat ze dichtbij, op bestaande locaties kunnen worden gedraaid. Opheffen van het fonds betekent vooral: nooit meer historisch drama.”

Verder gaat het volgens Kievit om series waarin geëxperimenteerd wordt met de vorm. „Annie. M. G. speelde in verschillende decennia – dus duur in aankleding – en is ook nog met zang en dans. Met zo’n serie wil je een tijdsbeeld schetsen van veranderend Nederland. Dat kost geld.”

Scenarist Frank Ketelaar werkt momenteel aan de tv-serie De prooi, over de ondergang van ABN AMRO, met geld van het Mediafonds. Eerder maakte hij Overspel, zonder steun. Wat is het verschil? „De prooi wordt deels in het buitenland gedraaid, het speelt zich af in een rijke wereld; dure auto’s en sigaren. En het speelt zich toch al weer tien jaar geleden af, dus dat kost ook weer extra geld voor decors. Verder is het verschil dat we ons bij Overspel het snot in de ogen hebben gewerkt. En wat krijg je dan? Dat iedereen zegt: zie je wel, het kan best goedkoper. Maar dan zitten we al op het randje.”

Werkelijk essentieel is het Mediafonds voor kinderdocumentaires (Kids & Docs) en kinderdrama. Robert Alberdingk Thijm maakte kinderseries als de De Daltons: „Voor kindertelevisie hebben de omroepen bijna geen geld over. Dus goede kinderprogramma’s zijn voor 60-70 procent aangewezen op het fonds. Zonder dat houd je alleen de goedkope troep over. Terwijl kinderseries juist zo belangrijk zijn. Dit is het eerste wat ze zien, het maakt zo’n indruk. Een goede kinderserie draag je je hele leven mee.”

Maar waarom een apart fonds? Kan de omroep dan niet gewoon zelf betalen? Kievit: „Als het geld rechtstreeks naar de omroepen gaat, mag dat natuurlijk ook. We hoeven niet zo nodig de huur van het grachtenpand van het fonds te financieren. Maar in het verleden deden de omroepen het gewoon niet. Daarom is indertijd juist het fonds opgericht, om hiervoor geld te reserveren. Tegenwoordig ziet de publieke omroep wel het belang in van drama en documentaire. Dus wie weet.”