Toneelstukje

Arme koningin. Mensen beëdigen lijkt me al een surrealistische bezigheid. Vervolgens moet er een camera bij, waardoor het gênant wordt. En dan staan die camera’s weer niet op het juiste moment in verbinding met Hilversum, en moet het over. Allemaal heel vervelend. Maar het vervelendste is denk ik dat er, juist als alles fout gaat,

Arme koningin. Mensen beëdigen lijkt me al een surrealistische bezigheid. Vervolgens moet er een camera bij, waardoor het gênant wordt. En dan staan die camera’s weer niet op het juiste moment in verbinding met Hilversum, en moet het over. Allemaal heel vervelend. Maar het vervelendste is denk ik dat er, juist als alles fout gaat, een microfoon open staat terwijl je erover moppert dat het over moet. Als je zegt dat die tweede keer ‘een toneelstukje’ wordt.

‘Nou hup, nog maar een keer dan. Wat is daarop uw antwoord?’

Formeel had de koningin gelijk: die tweede keer deed er voor de procedure niet meer toe, de beëdiging had al plaatsgevonden.

Maar de gedachte die zich ook meteen opdrong was: alsof die eerste keer géén toneelstukje was. De tekst ligt vast, de acteurs spreken die op het aangewezen moment uit. Dat is een toneelstuk. En dan is het ook nog eens een toneelstuk dat de koningin vaker heeft gespeeld, alleen dan met een andere cast.

Ik denk dat de klacht van de koningin dan ook niet zozeer ging om het toneelmatige van de exercitie, maar meer om de herhaling. Dat is bij toneel natuurlijk sowieso het moeilijkste. Je kunt één magische avond spelen, maar doe dat maar eens tweehonderd keer.

In het dagelijks leven wordt herhalen altijd ingekleed. „Zoals ik net al tegen je moeder zei, we moeten eerst maar eens kijken hoe je rapport is voordat we het over een brommer kunnen hebben.” Of: „Ja, ik weet dat ik er elke keer over begin, maar ik vind echt dat bepaalde mensen hier te veel wc-papier gebruiken.”

Politici beginnen hun antwoorden in interviews geregeld met ‘nogmaals’, ook als het hun eerste antwoord is. Ze herinneren zich waarschijnlijk een ander interview waar ze hetzelfde antwoord moesten geven. Zelfs een ‘herhaling over interviews heen’ voelt blijkbaar zo ongemakkelijk dat ze benoemd moet worden.

Bij toneelstukjes kan dat benoemen niet. „Ik zei het gisteren ook al in de Lawei in Drachten, maar zijn of niet zijn, dat is dus de vraag.”

In het beëdigingstoneelstukje kan er ook niets opengegooid worden. Terwijl dat het geheel zo veel ontspannener zou maken; als de koningin kon zeggen: „Nou hup, nog maar een keer dan. Wat is daarop uw antwoord? Ik denk dat ik het al weet!”