Rutte II voert bijna niet te winnen strijd

De oppositie pakt de coalitie van VVD en PvdA hard aan over de chaos rond de koopkracht.

De oppositie aan de winnende hand. Het nieuwe kabinet dat nu al worstelt – en maar niet boven wil komen.

De schermutselingen over zorgpremies en koopkracht houden al anderhalve week aan. En nu reeds strijdt het kabinet-Rutte II een nagenoeg onwinbare strijd tegen de slechte beeldvorming van het grote compromis dat VVD en PvdA sloten.

De voornaamste uitruil die premier Rutte en PvdA-leider Samsom op 13 september, daags na de verkiezingen, overeen kwamen, ging erom dat de VVD de overheidsfinanciën mocht saneren, terwijl de PvdA het ‘eerlijk delen’ mocht realiseren. De rest volgde daaruit.

Het balletje rolde zo dat de nivellering wordt bereikt met een inkomensafhankelijke zorgpremie. Bezwaren tegen de inkomenseffecten van deze individuele maatregel zijn kortom bezwaren tegen het bestaansrecht van het nieuwe VVD/PvdA-kabinet. En dat terwijl Rutte en Samsom dachten te voldoen aan het breed gedragen verlangen aan een stabiele regering.

Allereerst valt op hoe gemakkelijk feiten en voorspellingen met elkaar verward worden. Het Centraal Planbureau, waarvan de modellen de basis zijn voor alle economische projecties, heeft een lange traditie van onjuiste voorspellingen, iets dat het zelf benadrukt. Toch worden de koopkrachtcijfers, waarvan gisteren een nieuwe reeks naar de Kamer ging, stelselmatig behandeld als feiten.

Vorige week probeerde de VVD, overvallen door de achterban, de uitslaande brand te blussen met een gedisciplineerd zwijgen. Zoals de partij eigenlijk al jaren doet. De PvdA ging er even in mee. Het werkte niet.

Maar ook openheid bood het kabinet gisteren geen soelaas. Toen woensdag de nieuwe cijferreeksen naar buiten kwamen, gaven die de oppositie vooral nieuwe munitie in handen. Het gaat nu niet meer om alleen de inkomensafhankelijke zorgpremie, het gaat om de inkomenseffecten van al het voorgenomen beleid. 2,7 miljoen Nederlanders gaan er in vier jaar 5 procent of meer in koopkracht op achteruit, concludeerde CDA-leider Sybrand Buma.

Het illustreert dat het kabinet te maken heeft met een oppositie die uit is op problemen binnen de coalitie. Hetzelfde CPB concludeerde in de campagne dat de inkomenseffecten van bijvoorbeeld Buma’s eigen verkiezingsprogramma voor de meeste inkomens slechter zijn dan die van het nieuwe kabinet. Idem voor het programma van D66. Bij beide partijen kwamen alleen de hoge inkomens er beter vanaf.

Maar dit belet diezelfde partijen niet om ogenschijnlijk, samen met PVV en SP, aan te sturen op een snelle ontmanteling van het nieuwe kabinet. Het oppositionele antwoord op Bruggen slaan is gegeven. Daartegen zal het kabinet moeten vechten, te beginnen bij het debat over de regeringsverklaring, dinsdag.