Ophélie Asch kijkt met haar camera via regenplassen naar boven

Ophélie Asch. T/m 15 dec. bij Galerie Fontana Fortuna, Hobbemastraat 14, Amsterdam. Inl: fontanafortuna.com

‘Gens de pluie’, regenmensen, noemt de Franse kunstenares Ophélie Asch haar serie foto’s die nu te zien is bij pop-upgalerie Fontana Fortuna in Amsterdam. Het zijn fragiele, dromerige beelden van weerspiegelingen in regenplassen op straat. Een passerende wandelaar, een fietser, herfstbladeren, de typische Parijse straatlantaarns die als kandelaars hun armen naar de hemel verheffen. Mensen en gebouwen worden schimmen in de reflecties, soms lijken ze vanuit het water omhoog te kijken. Soms is de plas zelf het onderwerp en lost de foto op in een abstract spel van licht en donker, met zichtbaar eronder de textuur van het plaveisel. Met titels als La Nébuleuse, L’Aurore en Le Destin benadrukt ze die tijdloze, poëtische sfeer.

Door haar camera naar beneden te richten kijkt Asch naar boven. In het boek Rain People dat bij de tentoonstelling te koop is, staat bij een van de meest abstracte foto’s uit de serie de zin: ‘I do not believe in above. I believe in below’.

Asch schildert ook, en sommige foto’s lijken zelfs meer op schilderijen dan op foto’s. Haar Les Japonaises bijvoorbeeld is een serie ingekleurde foto’s waarbij ze op een zwart-witafdruk heeft geschilderd en vervolgens deze beschilderde afdruk heeft gescand. Dat doet ze in navolging van de monotypes van Degas, volgens de informatie van de galerie. Voor andere foto’s gebruikt ze een kleurenfilter in blauw of sepia.

Die kleurenprocedés zijn bijna meer een spel met de tijd dan met de techniek: de foto’s lijken naar een onbenoemd verleden tijd te verwijzen. Dat is nog sterker te zien in haar werk uit andere series. Zoals haar nachtelijk beeld van de zuilen van het Pantheon in Rome met een zwerfhond, dat in de negentiende eeuw gemaakt lijkt te zijn.

Fontana Fortuna is een nomadische galerie die een plek zoekt bij het werk dat wordt tentoongesteld. De vorige tentoonstelling, van foto’s van verlaten en bouwvallige gebouwen in de Amerikaanse stad Detroit, vond plaats in een stoere lege ruimte in een grachtenpand. Deze keer is de galerie neergestreken in een Jugendstil villa uit 1903 tegenover het Rijksmuseum, een locatie die zonder meer de sfeer van het werk versterkt.