Ontmanteling

Verdachte pakketjes, daar hadden we al een tijdje niks meer van gehoord, maar gisteren was er eentje gesignaleerd, bij een ABN Amro-kantoor naast het gemeentehuis in Rijswijk. Toen duidelijk was dat het inderdaad om een echte bom ging, ben ik maar eens gaan kijken.

Ik kon gewoon parkeren in de garage pal onder het afgezette plein. Recht erboven stonden ambulances, brandweerwagens met een speciale container en een grijze bus van de explosieven opruimingsdienst, allemaal voor de ingang van het stadhuis, dat niet ontruimd was. Op de eerste verdieping stonden wat gemeenteambtenaren voor het raam.

Vijftig meter verderop telde ik acht fotografen, één radioverslaggeefster, twee jongens met iPads, en één meisje met kladblok en ballpoint. Een ME’er had met rood-wit lint een soort perstribune voor ze geïmproviseerd. Ik ging er ook maar wat bij staan. Een trosje verslaggevers, starend naar een trosje brandweermannen.

Ineens is er actie. Eén man heeft een dik legergroen pak aangetrokken, waar hij van kruin tot tenen in verdwijnt. Hij lijkt een beetje op een mol en legt schuifelend de dertig meter af naar het bankkantoor. Van alle kanten nemen camera’s met telelens de mol onder vuur. Het meisje schrijft driftig op haar kladblok. Alle acht de brandweermannen volgen hem. Als hij binnen is, verspreidt de verveling zich weer langzaam over de menigte rond het plein.

Crisissituaties als deze zijn een sociologisch gezien boeiend domein. Tijdens mijn rondje om de plaats delict, ontwaar ik vijf categorieën omstanders. Zo is er de Moralist („Het moet toch niet gekker worden! Wie doet nu zoiets!”), een grijs vrouwtje dat repliek krijgt van een Humorist, onderuitgezakt in een scootmobiel: „Nou, ik hoop wel op een beetje sensatie. Ik mag het niet zeggen, maar het breekt de dag wat.”

Verderop zie ik een Relativist, een meisje dat flyers uitdeelt: de maandaanbiedingen van haar eetcafé, dat ontruimd is. In de menigte hoor ik de Expert („Het hoeft geen bom te zijn, het kan ook iets chemisch zijn”) en de Speculant („Het schijnt te maken te hebben met dat veerpontje” – een lokaal conflict waar de gemeente gisteren over besliste, begrijp ik later). Zo passeren er talloze scenario’s: links activisme, veerpontje, moslimterroristen, een gek met een plastic tas… Steeds ingeleid met „ik heb gehoord” of „ze zeggen”. Waar de waarheid onbekend is woekeren vanzelf de geruchten.

Het mooiste vind ik de Onverstoorbaren. Types die stug met hun boodschappen voorbijkomen en verbeten doen alsof er niks aan de hand is. Onverstoorbaar zijn ook sommige ABN Amro-medewerkers, die onderdak hebben gevonden in de McDonald’s. Met laptopjes en telefoons handelen ze zaken af, naast ME’ers met een cheeseburgerpauze. „Kun jij iets voor me nagaan?”, vang ik op. „Want ik zit vanwege een bommelding even niet op mijn plek.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.