Musical toont ook tragedie van Hazes

Komt het publiek straks wenend het theater uit? Kees Prins denkt na en zegt: „Dat zou best kunnen. Het is behoorlijk emotioneel. Je maakt Hazes op het toneel een hele tijd mee, en het is niet leuk. Misschien is het wel een tragedie. De intimi van Hazes die repetities gezien hebben, waren ontroerd.”

Het is eind oktober. Drie mannen eten een hapje in een foyer van theater Agora in Lelystad, tussen twee repetities van Hij gelooft in mij, de musical over het leven André Hazes die 11 november in het Amsterdamse DeLaMar Theater in première gaat. Het zijn de schrijvers, Frank Ketelaar en Kees Prins, en de regisseur, Ruut Weissman.

Ketelaar (Overspel): „Moeilijk bij biografisch drama is om een dramatische kapstok te vinden.” Die vond men in de kijk op Hazes door diens derde en laatste echtgenote, Rachel, de ‘mij’ uit de titel. Prins (Jiskefet): „Vanuit Rachel vertellen wij het verhaal. Het gaat om haar blik op hem.”

Wat maakt Hazes een goed onderwerp? Regisseur Weissman: „De combinatie van een van God gegeven talent met een totaal destructief karakter. Hazes had het unieke vermogen iedereen te vervoeren met zijn stem. Die klonk ongelofelijk waarachtig, zoals bij Edith Piaf of Jacques Brel. Het is zwaar uitgedrukt, maar zo’n stem balanceert op de rand van de dood. Je hoort iets dat raakt aan het geheim van het leven.”

Ketelaar: „Natuurlijk is het een tragisch verhaal. Hazes was bezig zichzelf te vernietigen. Dat is een klassiek gegeven bij popsterren: Jim Morrison, Johnny Cash. Zelfdestructie en groot talent en succes gaan vaak samen.” Prins: „Hij heeft zichzelf te gronde gericht. Niemand die daar iets aan heeft kunnen doen. Ook Rachel niet, hoe hard ze ook geprobeerd heeft.”

Ligt bij een benadering door de ogen van de weduwe niet verheerlijking op de loer, of verdoezeling van de werkelijkheid? Nee, denkt Ketelaar: „Rachel was 21 toen ze met Hazes trouwde, en al sinds haar vijftiende verliefd op hem. Na het huwelijk leeft ze echter niet met haar idool, maar met de man. Het idool staat op het podium. In haar bed heeft ze de man die elke dag drie traytjes bier drinkt, niet meer eet, zijn kinderen niet meer wil zien en leeft als een kamikazepiloot. Dat is het basisconflict.”

„Ze wil hem niet kwijt”, vult Prins aan. „Ze vecht voor het behoud van haar gezin en het leven dat ze zich had voorgesteld.”

Ze hebben de in 2004 overleden André Hazes nooit ontmoet, zeggen de drie. Weissman heeft hem een keer kort gezien in een radiostudio. Ketelaar heeft eens een aflevering geschreven van de tv-serie All Stars waarin hij meespeelde. „Ik hoorde dat hij zich bij de opnamen nogal onmogelijk gedragen had.”

Ze houden wel van Hazes. Prins: „Ik heb het vanaf het eerste moment geweldige muziek gevonden. Hij zong recht vanuit zijn hart. En vanuit jouw hart als luisteraar.”

Ketelaar: „Ik kan De Vlieger niet met droge ogen horen. Op een bepaalde manier kon ik om Hazes lachen, maar hij komt tegelijkertijd toch erg binnen.”

„Toen we aan deze musical begonnen, merkte ik dat ik eigenlijk alles van hem wist zonder dat ik me dat realiseerde”, zegt Weissman. „Ik bleek al die liedjes te kennen. Naarmate we bezig zijn, ga ik hem steeds meer bewonderen, als kunstenaar en zanger.”

Hazes had ook grappige kanten, bedoelde en onbedoelde. Bestaat bij een musical de neiging die te benadrukken? Ketelaar, heftig: „Je mag nooit negatief zijn over je personage, of een karikatuur van hem maken. Het personage is heilig. Het personage gelooft in zichzelf. Je moet bij het schrijven het personage serieuzer nemen dan jezelf.”

„Karikaturen liggen natuurlijk wel op de loer”, zegt Weissman. „Als we bijvoorbeeld de ouders van Rachel zo op het toneel hadden gezet als je ze kunt zien in de documentaire die John Appel over Hazes gemaakt heeft, dan had niemand het geloofd. Ik ben daar streng op: het moet geloofwaardig zijn.”