Managers Chemie-Pack: het was geen janboel

De managers van Chemie-Pack zijn gehoord door de rechter. Morgen horen zij de eis van het OM.

NOVUM67:VEROORZAKER RAMP MOET BETALEN:MOERDIJK;05DEC2011-Archieffoto 05012011 Omroep Brabant meld dat de fractie van de PPV Brabantse Staten van mening is dat de veroorzaaker van de brand bij Chemie Pack werknemer Mohammed moet betalen.Novum/evda/str.Erald van der Aa Novum ERALD VAN DER AA

De rechters in de zaak tegen Chemie-Pack zijn de kwaadsten niet. Ze zijn echt wel bereid om te luisteren naar wat de managers van het chemische verpakkingsbedrijf uit Moerdijk als verdediging aanvoeren tegen alle beschuldigingen van het Openbaar Ministerie. Maar het wordt de rechters niet gemakkelijk gemaakt.

De drie leiders van het bedrijf stellen dat zij de veiligheidsregels bepaald niet aan hun laars hebben gelapt, zoals het verwijt van het OM luidt. Er ging weleens iets fout, stelde de algemeen directeur deze week voor de rechtbank in Breda, maar een „janboel” was het zeker niet. „Dat raakt kant noch wal.”

Ook hebben zij de voorschriften uit de milieuvergunningen wel degelijk serieus genomen. „Het schokt mij dat het Openbaar Ministerie met een loep de letters van vergunningen heeft afgezocht, zonder oog voor het verloop van het afgeven van die vergunningen”, vertelde de veiligheidsmanager van Chemie-Pack.

En denk ook maar niet dat de managers het normaal vonden dat medewerkers met open vuur bezig waren in de buurt van brandbare en gevaarlijke stoffen. Als zij hadden geweten dat medewerkers de gewoonte hadden om een bevroren pomp met een gasbrander te ontdooien, dan had er wat gezwaaid.

Nee, de brand van 5 januari 2011 is niet het gevolg van een nonchalant en falend veiligheidsbeleid, zeggen de managers. De brand is veroorzaakt door een domme eenmansactie. Een doorgaans gewaardeerde medewerker heeft geprobeerd een bevroren pomp te ontdooien met een grote gasbrander. Dat was volgens de algemeen directeur „ondoordacht”, volgens de veiligheidsmanager „idioot” en volgens de productieleider „knotsgek”.

Dat deze medewerker tegenover de politie zes maanden lang heeft gezwegen over zijn handelen, is volgens de veiligheidsmanager logisch. „Hij zal doodsangsten hebben uitgestaan. Heel Nederland keek mee.” En toen hij uiteindelijk bekende, heeft hij „begrijpelijk” zijn straatje willen schoonvegen en gezegd dat zwaaien met gasbranders gebruikelijk was binnen het bedrijf. „Halve waarheden en leugens.”

Nogmaals: de rechters zijn de beroerdsten niet. Ze zijn wellicht best bereid te geloven dat de drie managers van niets wisten. Ze willen misschien ook aannemen dat de managers geen „cowboys” waren, waarvoor ze door het OM worden gehouden. En misschien hebben ze zelfs wel medelijden met de harde wijze waarop de leiders zijn aangepakt door justitie, en kunnen ze begrip opbrengen voor hun woede en verdriet. De drie hebben hun toekomst letterlijk in rook zien opgaan, zijn met veel machtsvertoon opgepakt en moesten voor het eerst van hun leven in een cel slapen. „De macht en de kracht van het Openbaar Ministerie zijn om van bang te worden”, aldus de geëmotioneerde algemeen directeur van Chemie-Pack.

Maar als de managers hun werk zo consciëntieus verrichtten, vragen de rechters zich af, hoe kan het dan zij mensen voor zich hadden werken die zonder enige schroom open vuur gebruikten? Als er bij Chemie-Pack zulke zware sancties stonden op het hanteren van gasbranders zonder vergunning, waarom gebeurde het dan toch in alle openheid? En iets anders: als de managers van Chemie-Pack hun medewerkers tijdens cursussen en bijeenkomsten in de kantine op het hart drukten dat zij zich moesten houden aan de veiligheidsvoorschriften, en dat je bijvoorbeeld nooit een brandbare stof zoals xyleen buiten de loods mocht overpompen, waarom was dat dan op die vijfde januari kort voor de brand dan toch gebeurd? Hoe is het mogelijk dat een medewerker die al ruim 25 jaar bij Chemie-Pack werkte, die dag xyleen overpompte op een plaats waar dat niet was toegestaan? „Geen idee”, aldus de algemeen directeur. De rechters schudden het hoofd. „Dat is dan de zoveelste medewerker die iets doet wat niet mag. U zegt dat u geen bedrijf van cowboys bent. Maar u had kennelijk wel cowboys in dienst.”

Morgen spreekt de officier van justitie de strafeis uit. Uitspraak volgt op 21 december.