Magistrale ‘Vierde Symfonie’ Tsjaikovski

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lorin Maazel. Gehoord: 7/11, Concertgebouw Amsterdam.

Maestro Lorin Maazel (82) is man van het grote gebaar. Zijn tempi zijn doorgaans breed en gedragen, gecontrasteerd met furieuze erupties. Gisteravond bracht hij een Russisch programma met Nederlands randje, dat het orkest komend weekend ook in Armenië en Turkije zal spelen.

Een keuze uit Prokofjevs balletmuziek Romeo en Julia bood meteen drama met het bekende Montagues en Capulets, met een spectaculair pompende laag van bassen en koper. In Romeo bij het graf van Julia klonk daarna de keerzijde: pompositeit.

De Vierde Symfonie van Tsjaikovski is een magistrale meesterproef, waarvan het omvangrijke en cruciale eerste deel in Maazels handen echter spankracht miste. Het basisvolume lag hoog. Onthutsing bij het terugkerende noodlotsmotief bleef uit.

Maazel revancheerde zich met een elektrisch geladen Scherzo, verbluffend dynamisch, soms fluisterzacht, dat het exuberante slotdeel van reliëf voorzag. Wervelende variaties voerden naar een ontknoping die aan klasse en ontreddering niets te wensen overliet. Zo tilde Maazel zijn bezoek toch naar een hoger plan.

Het KCO speelde voortreffelijk, ook in de verrassende ouverture: de Piet Hein Rapsodie (1901) van Wagenaar-leerling Van Anrooy, op basis van het volkslied De zilvervloot. Vrijdag te beluisteren in Jerevan.