Linde 8469, behouden wegens vogelnesten

Waarom hebben bomen in Duitse steden een nummer, en allemaal op dezelfde plek? Zelfs het groen ontkomt niet aan Duitslands obsessie met schuld en boete.

Berlijn, boom nummer 93 voor het gebouw van de Rijksdag.

Een boom met een nummer op een nikkelen plaatje. Ik zie het voor het eerst op de Karl-Marx-Allee in Berlijn. En meteen daarna zie ik dat hier álle bomen genummerd zijn. Allemaal op precies dezelfde plek: in de oksel van de eerste tak. Daar zit dat roestvrije plaatje met een spijker in de stam getimmerd. Netjes. Dwangmatig. Waarom nummert men hier de bomen?

Ik breng het onderwerp ter sprake tijdens een etentje met een nieuwe kennis, een uitgever in Frankfurt. Hij kijkt ervan op. „En jij denkt nu dat die genummerde bomen iets zeggen over Duitsland?” Hij lacht smalend. Hij is Duits en hij wist er niet van. Nu is de Karl-Marx-Allee geen gewone straat. Tot 1961 heette deze Russische praalboulevard Stalinallee. „Breed genoeg om een MiG te laten landen”, zegt een timmerman die iets komt repareren. Het is een oud DDR-grapje.

Onderdeel van de Karl-Marx-Allee is de Strausberger Platz, een weidse rotonde met in het midden een glorieuze fontein. Op elke hoek van het plein is een plantsoen. Een dikke plataan die met zijn kruin de hele noordwestelijke hoek van het plein vult, blijkt boom nummer 4. Zo’n hoog nummer heb ik nog niet eerder gezien. Schuin aan de overkant in de zuidoostelijke hoek staat het borstbeeld van Karl Marx. Zou de nummering iets Oost-Duits zijn? Iets communistisch? Zo snel het verkeer het toelaat steek ik het plein over. Inderdaad: de plataan naast de grote socialistische voordenker is boom nummer 1!

Maar het visioen van een communistisch bomenpantheon verdampt snel: de nummering der bomen begint bij elke straat opnieuw. Ook al blijft het wel heel toevallig dat die ene plataan naast Marx nou net nummer 1 moet zijn.

„Over bomen moet je in Duitsland geen grappen maken”, schrijven Thea Dorn en Richard Wagner in hun vorig jaar verschenen boek Die Deutsche Seele. In 560 pagina’s proberen zij van ‘Avondbrood’ tot ‘Worst’ de Duitse ziel systematisch te ontleden. Zij betogen, in het voetspoor van een gedicht van Erich Kästner (‘Die Wälder schweigen’), dat de Duitser het gesprek zoekt met ‘broeder boom’. Bomen sporen aan tot luisteren, schrijven Dorn en Wagner, naar „het wezen van de Duitsers, ring voor ring opgeslagen in het geheugen van de oude stam”. Daar ligt ook de herinnering aan de Holocaust. Het gesprek met de bomen heeft zijn onschuld verloren, betogen de schrijvers, sinds de grootste bomenbeschermers de grootste schanddaden begingen.

Raak je met een boom in gesprek door hem een nummer te geven? Toegegeven: een nummer geeft een boom een identiteit, een eigen individualiteit. Genummerde bomen houden op bos te zijn.

In hun recente boek Deutschland Verstehen doen Ralf Grauel en Jan Schwochow een poging Duitsland te begrijpen door dingen te kwantificeren en de cijfers te presenteren in prachtige infographics. Bij de dingen waar Duitsers van houden (top 3: 1. Eten, 2. Seks, 3. Televisie) staat op 8: Bos. Het betreffende hoofdstuk heet: ‘Negen miljard groene medeburgers’. Terwijl het bosareaal wereldwijd krimpt, heeft Duitsland de afgelopen tientallen jaren een miljoen hectare bos méér aangelegd. Bijna eenderde van de Bondsrepubliek bestaat uit bos.

Maar niet al die bomen kregen een nummer . Dat hebben alleen stadsbomen, de Strassenbaüme. Als hun nummers niet verwijzen naar een plek in de pikorde van de communistische erehemel, moet er een register zijn. Een archief waar wordt bijgehouden hoe het bijvoorbeeld gaat met Plataan 1 op de Strausberger Platz. Het aanleggen en onderhouden van registers en archieven is een van de erkende historische specialiteiten van het Duitse ambtenarenapparaat. Berucht zijn de archieven van de Staatssicherheitsdienst (Stasi) in de DDR en nog altijd woeden er debatten over het versnipperen en weer reconstrueren van documenten, ook na de val van de Muur. Dat er dus inderdaad een Baumkataster blijkt te bestaan komt niet als een enorme verrassing. Sinds eind jaren negentig is dat kadaster onderdeel van een Grünflächeninformationssystem.

Dankzij de openbaarheid van datasystemen kan ik de sombere Lijst van Omgehakte Bomen dit jaar in mijn wijk, Friedrichshain, downloaden. Het zijn er 135. En nog 43 andere zullen dit jaar volgen. De lijst meldt van elke boom het adres, het nummer, de soort en wat er aan scheelde. Zo had Berk 6658 op de Grote Bunkerberg in het Volkspark Friedrichshain pech: hij werd geveld na stormschade op 1 juli. Maar Linde 9299/3, bij de muur van het ziekenhuis in het Volkspark is omgezaagd omdat het ziekenhuis bouwplannen heeft. Er is ook goed nieuws: twee bomen zijn ontsnapt aan de boomkappers. Witte Meidoorn 77 bij de Sprookjesfontein aan de ingang van het Volkspark was volgens de kaplijst „afstervend/afgestorven”. Maar hij blijft na „snoeimaatregelen” behouden. En de twijfel aan de stevigheid van Linde 8469 in het park door een holte in de stam is weggenomen door de boom half om te zagen. „Blijft als hoogstam behouden wegens vogelnesten” , zegt het hakdocument.

Landschapsarchitect Antje Solmsdorf draait zich om in haar stoel op een terras in Charlottenburg. Ze kijkt omhoog naar de linde die een paar meter verder oprijst uit het plaveisel. En ze kijkt alsof ze een oude vriend herkent. „Moet je zien hoe moeilijk hij het heeft. Nauwelijks voedsel, uitlaatgassen, hondenurine. En dan toch meer dan twintig meter groeien. Mijn respect voor bomen neemt alleen maar toe.” Solmsdorf heeft haar leven lang in de Berlijnse wijk Wedding en in Potsdam leiding gegeven aan de groenvoorziening, en staat nu als voorzitter van de Baumschutz Gemeinschaft van Berlijn pal voor de belangen van openbare bomen. De mens leeft in symbiose met deze wezens, daarvan is zij overtuigd. Niet zozeer fysiek maar wel psychologisch, historisch en cultureel.

Het nummeren van de bomen is volgens haar een jaar of vijftien geleden begonnen. Dat had alles te maken met de „plicht tot beveiliging van het verkeer”. Want, alles goed en wel, ‘broeder boom’ kan ook een risico worden voor de mens in de stad. Een omvallende boom of een vallende tak kan schade, verwondingen of de dood veroorzaken. Wortels kunnen stoeptegels tot struikelblokken maken.

„En als mensen tegenwoordig iets overkomt, is de eerste reactie: wie kan ik verantwoordelijk stellen. Om schadevergoeding te eisen”, zegt Solmsdorf. Om zich in te dekken tegen schadeclaims willen lokale overheden rechtsgeldig kunnen aantonen dat zij goed hebben gezorgd voor de bomen die onder hun verantwoordelijkheid vallen. En dus is het neurotisch nummeren van de bomen uiteindelijk niet een uitdrukking van zorg voor groene medeschepselen maar van overheden die niet aansprakelijk willen worden gesteld voor geleden schade. De nummers duiden op een obsessie met schuld en boete. En dat is een thema waarin de Duitse ziel al sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog wordt gemarineerd.

Ralf Grauwel, Jan Schwochow: Deutschland verstehen, Gestalten, Berlin 2012, 239 blz

Thea Dorn, Richard Wagner: Die Deutsche Seele. Knaus, München 2011, 560 blz