Jonge fans nodig tegen de vergrijzing

‘Oude’ fans zijn tevreden over hun sport, jongeren eisen meer spektakel. Dweilorkesten of dj’s, een tien kilometer of een massastart?

Nieuw voor de jeugd: schaatsen komt naar je toe, deze winter! Met een ‘tweede scherm’, een mobiele app, camera’s in de warming-upruimte en door de schaatsers gekozen muziek tijdens de races trekt de sport ten strijde tegen de vergrijzing. Te beginnen bij de NK afstanden, vanaf morgen in Thialf.

Modernisering in het schaatsen – het is een terugkerend thema bij de start van elk seizoen. Zijn tien kilometers niet te lang? Is allroundschaatsen internationaal nog interessant? Kijkt het buitenland überhaupt naar de langebaan? En zijn dweilorkesten nog wel van deze tijd?

Uit een onderzoek naar de toekomstkansen van het schaatsen, namens de sportmarketeers 20Knots uit Nieuw-Vennep, blijkt dat de doorsnee Thialf-bezoeker nauwelijks behoefte heeft aan vernieuwing. De tien kilometer bij de mannen is, net als de dweilorkesten, „immens populair”. De sport zit helemaal niet te wachten op een „enorme muziek- en lichtshow” rond de wedstrijden.

Maar schaatsbond KNSB is voorzichtig met deze conclusies. In het onderzoek werd vooral veel klassiek Thialf-publiek ondervraagd, en die fans vergrijzen in hoog tempo, weet KNSB-communicatiemanager Mascha van Werven. „De KNSB kijkt vooral ook naar de nieuwe aanwas.”

En jongeren stellen andere eisen aan hun vermaak. De bond denkt daarom dat vernieuwingen wel degelijk noodzakelijk zijn om de sport ook na de Winterspelen van Sotsji (2014) sportief en commercieel interessant te houden voor sporters, fans, sponsors en media. Van Werven: „Het moet voor jongeren leuker worden om schaatsen te kijken. Zij zitten tijdens uitzendingen met hun vrienden te twitteren. Daarom gaan we nieuwe technologieën inzetten.”

Zo wordt op het zogenoemde tweede scherm allerlei informatie geboden die voor een kijker interessant kan zijn, waaronder profielen van de rijders, maar ook een ijsbaantje waarop de schaatsers zich realtime verplaatsen, met live tijden en vergelijkingen met andere rijders of recordraces. „Je wordt je eigen schaatsanalist”, zegt Van Werven.

Maar het is de vraag of alleen cosmetische ingrepen rond de wedstrijden voldoende zijn om de sport te revitaliseren. Sponsors en media wijzen al langer op het gebrek aan internationale concurrentie, saaie toernooien en lege tribunes in het buitenland. Ook Arie Koops, directeur sport van de KNSB, vindt dat het schaatsen moet blijven vernieuwen: „Elk product moet je eens in de zoveel tijd vernieuwen, net als toetjes in de supermarkt. Als we het schaatsen nog vijftig jaar goed willen houden, moet je je blijven ontwikkelen.”

Maar juist daar danst de bond op een dun koord. Enerzijds wil de KNSB de sport internationaler maken, anderzijds wil Nederland zijn kroonjuwelen (een jaarlijkse bak vol medailles) niet weggooien.

Koops zal dus niet pleiten voor afschaffing van het allrounden of de tien kilometer, onderdelen waarop de internationale concurrentie ver te zoeken is. Hij zoekt het liever in onderdelen als de massastart, een minimarathon waarbij alle schaatsers tegelijk starten. In 2015 is daarmee voor het eerst een officiële wereldtitel te verdienen.

Koops verwijst naar het skiën, dat met de skicross nieuwe fans wist te raken. „Misschien kan dat met de massastart ook gebeuren. Wij moeten ook naar spektakelstukken toe, maar het moeten geen circusnummers worden. Ik vind de tien kilometer nog steeds verschrikkelijk mooi. De basis van de sport is hartstikke goed, maar daaromheen moet de beleving voor het publiek verbeteren.”