Hypotheek met NHG-garantie mag mee naar volgende woning

Huizenbezitters met een spaar- of aflossingsvrije hypotheek met een Nationale Hypotheek Garantie krijgen bij een verhuizing na 1 januari niet met een aflossingsverplichting te maken. Ze mogen de hypotheek meenemen naar de volgende woning, heeft minister voor Wonen Stef Blok (VVD) vandaag laten weten aan de Kamer.

Foto NRC / Arjan de Jongh

Huizenbezitters met een spaar- of aflossingsvrije hypotheek met een Nationale Hypotheek Garantie (NHG) krijgen bij een verhuizing na 1 januari niet met een aflossingsverplichting te maken. Ze mogen de hypotheek meenemen naar de volgende woning, heeft minister voor Wonen Stef Blok (VVD) vandaag laten weten aan de Tweede Kamer.

Eerder leek het erop dat alle bestaande hypotheken met een NHG-garantie bij het oversluiten voortaan verplicht afgelost dienen te worden om in aanmerking te blijven komen voor de garantie. Het Waarborgfonds Eigen Woningen gaat op verzoek van Blok de regels echter aanpassen. “Doorstromers met NHG mogen niet slechter af zijn dan doorstromers zonder NHG”, aldus Blok.

‘Jaar uitstel verplicht aflossen’

Ondertussen pleit de Vereniging Eigen Huis (VEH) voor uitstel van een jaar voor het verplicht aflossen van hypotheken. In het Kunduz-akkoord is afgesproken dat huizenbezitters vanaf 2013 jaarlijks een deel van hun hypotheek moeten aflossen. Dat zou echter slecht zijn voor de woningmarkt, aldus de VEH.

“De doorstroming op de woningmarkt zal verder stagneren. Daardoor zullen de huizenprijzen verder dalen en honderdduizenden huishoudens extra met hun hypotheek ‘onder water’ komen te staan.”

Met ‘onder water staan’ wordt bedoeld dat mensen een hypotheek hebben die hoger is dan de waarde van hun huis. Als ze hun woning verkopen blijven ze met een restschuld zitten. Blok maakte woensdag bekend dat de rentelast op deze restschuld vijf jaar lang aftrekbaar is.

‘Uitstel kost nauwelijks geld’

Uitstel van het verplicht aflossen kost volgens VEH vrijwel geen geld.

“Uitstel legt nauwelijks budgettair beslag op de overheidsfinanciën en voorkomt allerlei uitvoeringsproblemen die worden veroorzaakt door de korte tijdspanne die voor de invoering wordt gekozen.”