Hoge strafeisen voor kunstheling

Dankzij een pseudokoper kwamen twee geroofde schilderijen terug in Leerdam. Tegen de daders zijn gister straffen tot 30 maanden geëist.

‘Lachende jongens met bierkruik’ van Frans Hals

Heeft kunsthandelaar Hans Günther S. „een heldendaad verricht” door vorig jaar een uit een museum in Leerdam gestolen Frans Hals (geschatte waarde 10 tot 15 miljoen euro) voor een vindersloon aan te bieden aan een vermeende verzekeringsagent? Of is hij een heler en witwasser die gewoon veel geld dacht te verdienen en nu een celstraf van twee jaar verdient?

De advocaat van S. schilderde hem gisteren voor de rechtbank in Dordrecht af als een kunstliefhebber, die niets liever wilde dan dat het cultureel erfgoed weer terug zou keren in het museum. Het Openbaar Ministerie eiste juist hoge straffen tegen S. en zijn medeverdachten. „De heler maakt de steler”, zei de officier van justitie. „S. vormde de schakel tussen onder- en bovenwereld.”

De zaak kwam aan het rollen via een onderzoek naar een roof van zes schilderijen bij een Almelose kunstverzamelaar. S. meldde maart vorig jaar bij de Limburgse privédetective Ben Zuidema dat hij wist waar die schilderijen waren. Zuidema zei dat hij contact met de verzekeraar zocht, maar tipte de politie. Die zette een pseudo-koper in die zogenaamd namens de verzekeraar optrad.

De deal over de Almelose schilderijen ketste af, maar in augustus liet S. zich ontvallen dat hij iets anders moois had. Dat bleken twee schilderijen te zijn, Lachende jongens met bierkruik van Frans Hals en een vroeg werk van Jacob van Ruisdael, die eind mei gestolen waren uit het Hofje Mevrouw van Aerden in Leerdam.

De pseudokoper bleef S. vragen hem de schilderijen te verkopen. Uiteindelijk leverde S. met zijn medeverdachten eind oktober de Van Ruisdael en ontvingen ze daarvoor 75.000 euro. Van dat losgeld werden de genummerde bankbiljetten teruggevonden bij drie van de vier verdachten. De Frans Hals zouden ze een dag later brengen in ruil voor 1,5 miljoen euro. Maar op de afgesproken plek in een hotel in Haarlemmerliede rekende de politie S. en zijn medeonderhandelaar Leo van V. in.

De advocaten van de verdachten betoogden dat justitie te makkelijk is overgegaan tot het inzetten van een pseudokoper, een burger bovendien. Een techniek die vaker wordt gebruikt om geroofde schilderijen terug te krijgen. „Kunstzaken vragen een eigen aanpak en vergen een lange adem”, zei de officier van justitie. De advocaten vinden dat de politie eerst andere opsporingsmethoden had moeten proberen. Zij beschuldigden de pseudokoper van uitlokking. „Wij waren te goeder trouw”, zei verdachte Van V. „De pseudokoper was een Judas”, zei S.

Naast de eis van 30 maanden waarvan zes voorwaardelijk voor S., eiste de officier 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk voor medeonderhandelaar Van V. Harold B, die als klankbord had meegedacht, kreeg een eis van 15 maanden waarvan drie voorwaardelijk. De hoogste straf van 36 maanden waarvan zes voorwaardelijk eiste de officier tegen Paul R. die de schilderijen geleverd zou hebben namens de mensen die ze in bezit hadden. De rechtbank doet op 21 november uitspraak.