Het Reagantijdperk is nu echt voorbij

De Republikeinen dachten de verkiezingen te winnen met de oude ideeën van Reagan. Ze onderschatten de kracht van de nieuwe coalitie van Obama, schrijft Ross Douthat.

Als je het één keer doet, is het slechts een overwinning. Bij twee keer is er sprake van een hergroepering. De verliezende coalitie van wijlen George McGovern uit 1972 is met Obama eindelijk volwassen geworden: jonge kiezers, alleenstaanden, zwarten, latino’s, de links-liberale professionele klasse – en meer dan genoeg blauwe boorden uit de Rust Belt.

Maar 2008 was ook uniek. Door de financiële crisis werd George W. Bush nog minder populair. De mogelijkheid om de eerste zwarte president te kiezen, sprak tot de verbeelding van de natie – en van het perskorps. De meerderheid van Obama van 2008 kon dus nog als toevalstreffer worden gezien en niet als doorbraak.

Er ging veel mis in de eerste termijn van de president. De diepte van de recessie werd onderschat. De zorgverzekeringswet en de mislukte campagne voor emissiehandel waren te hoog gegrepen. De afrekening kwam bij de congresverkiezingen van 2010. De Republikeinse partij, op sterven na dood na 2008, herleefde. Maar Obama was alleen kwetsbaar voor een Republikeinse partij die Obama serieus zou nemen als tegenstander – die begreep hoe zijn meerderheid was gecreëerd, waarom kiezers zich hadden aangesloten en waarom de conservatieve meerderheid van Reagan en Bush uit elkaar was gevallen.

Dat begrip ontbrak bij de Republikeinen. Mitt Romney had niet de verbeeldingskracht om zijn partij te heruitvinden voor een nieuw tijdperk. Wel was Romneys laatste campagnemaand vrijwel smetteloos. Zijn debatoptredens waren het beste onder Republikeinen sinds Reagan. Hij werd een van de weinige verliezers die op het laatste moment winst boekten in de peilingen. In veel opzichten was hij een slechte kandidaat. Hij werd uiteindelijk niet zozeer verslagen door zijn eigen beperkingen, als wel omdat zijn partij niet echt wilde worden heruitgevonden en dacht dat de retoriek en de standpunten van 1980 en 1984 opnieuw konden winnen in het Amerika van 2012.

Hij vertrouwde erop dat het presidentschap van Obama vanzelfsprekend rampzalig was. Veel stemmen van rechts grepen elke kans om de ideologische strijd verder op te voeren. Het was opvallend hoeveel normaal bescheiden conservatieve analisten niet alleen voorspelden dat Romney zou winnen, maar zelfs dat zijn overwinning groots zou zijn. Ook minder dromerige conservatieven – zoals, bijvoorbeeld, ikzelf – omarmden electorale modellen die de steun voor de Republikeinen overdreven en het demografische voordeel voor de Democraten bagatelliseerden.

Die modellen hadden het mis. Republikeinen kunnen zich troosten met de gedachte dat ze Obama naderden in stemtotalen. Ze krijgen een gunstige Senaatsverdeling in 2014 en hebben nog hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden.

Niettemin bevestigt de verkiezingsuitslag voor een groot deel de linkse beleidstrend tijdens Obama’s eerste termijn.

De situatie is vergelijkbaar met die in de jaren tachtig. Het conservatisme van Reagan was toen dominant, ondanks de Democratische meerderheid in de volksvertegenwoordiging. Op dezelfde manier behoort ons tijdperk toe aan Obama’s Democraten, zelfs met een Republikeinse voorzitter van het Huis.

Dit tijdperk zal niet eeuwig duren; misschien houdt het al op na deze termijn. De Democratische meerderheid heeft haar eigen spanningen en zal kwetsbaarder worden naarmate haar demografische basis zich uitbreidt. Bovendien zijn partijen flexibeler op het moment van verlies; er komt een dag waarop een Republikeinse kandidaat slaagt waar Mitt Romney faalde. Maar om daar te komen, moeten de conservatieven de waarheid onder ogen zien. Het tijdperk van Reagan is officieel voorbij. Obama’s meerderheid is de enige die we hebben.

Ross Douthat is columnist van The New York Times. ©The New York Times.