Het Reagantijdperk is nu echt voorbij

De conservatieve hegemonie is met Obama’s tweede termijn ten einde, betoogt columnist Ross Douthat.

Als je het één keer doet, is het slechts een overwinning. Bij twee keer is er sprake van een hergroepering. De coalitie die Barack Obama samenbracht om het presidentschap te winnen, zag eruit als de opkomende Democratische meerderheid die optimistische links-liberalen sinds de jaren negentig aan de politieke horizon zien opdoemen: jonge kiezers, alleenstaanden, zwarten, latino’s, de links-liberale professionele klasse – en nog meer dan genoeg blauwe boorden uit de Rust Belt, de noordoostelijke staten waar de staalindustrie de dienst uitmaakte.

Maar 2008 was ook een uniek politiek moment. Door een financiële instorting werd George W. Bush nog minder populair. De mogelijkheid om de eerste zwarte president van het land te kiezen sprak tot de verbeelding van de natie – en van het perscorps. Obama’s meerderheid van 2008 kon dus nog als toevalstreffer worden gezien en niet als doorbraak.

Er ging veel mis gedurende de eerste termijn van de president. De diepte van de recessie werd overschat. De zorgverzekeringswet en de mislukte campagne voor emissiehandel waren te hoog gegrepen. Dit leidde tot een afrekening bij de congresverkiezingen van 2010. De Republikeinse partij, die voor dood lag na 2008, herleefde en op vele punten gedurende het campagneseizoen van 2012 zag de meerderheidscoalitie van Obama er kwetsbaar uit. Zijn beleidsoverwinningen leken wankel. Ik geloofde dat in het begin van het campagneseizoen; ik geloofde het half oktober, toen ik dacht dat Mitt Romney er bovenop zou komen; en ik geloof het zelfs nog nu de president een doorslaggevende overwinning heeft behaald.

Maar de les van de verkiezingen is dat Obama alleen kwetsbaar was voor een Republikeinse partij die hem serieus zou nemen als tegenstander – die begreep hoe zijn meerderheid was gecreëerd, waarom kiezers zich daarbij hadden aangesloten en waarom de conservatieve meerderheid van Reagan en Bush uit elkaar was gevallen.

Dat begrip ontbrak dit jaar bij de Republikeinen. Deels kan die mislukking worden geweten aan hun leider, Mitt Romney, die meestal optrad als een softe Republikein in plaats van de verbeelding te tonen om zijn partij voor een nieuw tijdperk opnieuw uit te vinden. Romneys laatste campagnemaand daarentegen was vrijwel smetteloos. Zijn debatoptredens waren de beste onder Republikeinen sinds Reagan en hij zal de geschiedenis ingaan als een van de weinige verliezende uitdagers die op het laatste moment winst boekten in de peilingen.

In veel opzichten was Romney een slechte kandidaat. Maar uiteindelijk werd hij niet zozeer verslagen door zijn eigen beperkingen als leider, als wel doordat zijn partij niet wilde worden heruitgevonden. De Republikeinen geloofden liever dat de retoriek en de standpunten van 1980 en 1984 opnieuw konden winnen in het Amerika van 2012.

Dit geloof was duidelijk zichtbaar in het vertrouwen van veel conservatieven dat Obama’s presidentschap niet alleen omstreden was, maar vanzelfsprekend rampzalig. Het was ook te zien in de manier waarop vele rechtse stemmen elke kans aangrepen om de ideologische strijd nog verder op te voeren; en in de wijdverbreide overtuiging dat de conservatieven meer stemmen zouden krijgen als zij een scherpere keuze zouden maken tussen links en rechts.

De overtuiging was ook aanwezig in de conservatieve commentaren in aanloop naar de verkiezingen. Het was opvallend hoeveel normaal gesproken bescheiden analisten voorspelden dat Romney een grootse overwinning zou binnenslepen – dat hij staten zou heroveren die sinds Reagan niet meer rood waren gekleurd. Maar ook minder dromerige conservatieven – zoals, bijvoorbeeld, ikzelf – omarmden electorale modellen die de steun voor de Republikeinen overdreven en het demografische voordeel voor de Democraten bagatelliseerden.

Die modellen hadden het mis, en ze zullen de uitslag evenmin goed voorspellen in 2016 of 2020. Republikeinen kunnen zich troosten met de gedachte dat ze dichtbij Obama kwamen in stemtotalen. Ze krijgen een gunstige Senaatsverdeling in 2014 en ze hebben nog steeds hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden om op terug te vallen.

Niettemin bevestigt de verkiezingsuitslag voor een groot deel de linkswaartse trend in beleid die werd ingezet tijdens Obama’s eerste termijn. De uitslag geeft het Witte Huis de mogelijkheid om een deel van de belastingen te verhogen ter bekostiging van een activistischer overheid. De Republikeinen hadden de kans een eigen regeringscoalitie te vormen – en hebben die laten liggen.

De situatie is vergelijkbaar met die in de jaren tachtig. Het conservatisme van Reagan was toen dominant, ondanks de Democratische meerderheid in de volksvertegenwoordiging. Op dezelfde manier behoort ons tijdperk toe aan Obama’s Democraten, zelfs met een Republikein als voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Dit tijdperk zal niet eeuwig duren; misschien houdt het al op na deze termijn. De huidige Democratische meerderheid heeft haar eigen interne tegenstellingen en zal ook kwetsbaarder worden voor aanvallen van buitenaf naarmate haar demografische basis uitbreidt. Daarnaast zijn partijen flexibeler dan ze lijken op het moment van verlies; er zal een dag komen waarop een Republikeinse kandidaat slaagt waar Mitt Romney faalde.

Maar om daar te komen moeten de conservatieven de waarheid onder ogen zien. Het tijdperk van Reagan is officieel voorbij, en Obama’s meerderheid is nu de enige die we hebben.

Ross Douthat is columnist van The New York Times. © The New York Times.