Het cliché klopt: ze zijn man, ze zijn blank en ze hebben een koophuis

Mensen die twee keer modaal of meer verdienen, gaan er het meest op achteruit, als de plannen van de nieuwe coalitie doorgaan. Wie zijn deze mensen? Hoe oud zijn ze, waar wonen ze, waar werken ze en wat stemden ze bij de laatste verkiezingen?

Een profiel in cijfers.

Het nieuwe kabinet wil de pijn eerlijk verdelen, onder andere door te nivelleren via de zorgpremie. Het blijft mistig hoe dat precies zal uitpakken. Maar voor één groep Nederlanders is zonneklaar dat zij flink geraakt zal worden: mensen die een dubbelmodaal inkomen verdienen. Die pijn zit vooral bij mensen die in hun eentje nét meer verdienen dan 70.000 euro bruto. Zij betalen maximaal voor de zorgpremie en profiteren relatief weinig van de lagere loonbelasting die dat deels zou moeten compenseren.

Maar over welke mensen praten we eigenlijk? Wie zijn deze goedverdienende Nederlanders volgens de statistieken? Waar wonen ze? Hoe oud zijn ze? Waar werken ze? Wat stemmen ze?

Om te beginnen een teleurstelling: precieze informatie over deze dubbelmodaalverdieners is niet eenvoudig verkrijgbaar. Het Sociaal en Cultureel Planbureau? Nee, dat houdt zich bezig met probleemgroepen, niet met welvarende burgers. Het Centraal Planbureau dan? Dat verwijst naar het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS, op zijn beurt, rekent in zijn beschikbare tabellen bij hogere inkomensklassen met grote eenheden. Mensen die 50.000 tot 75.000 euro verdienen gooit het CBS op één hoop, net als zij die 75.000 tot 100.000 euro verdienen.

Desgevraagd laat het CBS iets specifiekere informatie los. Er zijn 200.000 mensen die tussen de 70.000 en 75.000 euro bruto verdienen. Ruim driekwart van hen is man. Dat is fors. Ter vergelijking: de man-vrouwverhouding in de totale werkzame beroepsbevolking is 55 procent man versus 45 procent. Verreweg de meesten van deze 203.000 veelverdieners zijn thuis de ‘hoofdkostwinner’. Hun partner – meestal een vrouw – verdient dus minder, of werkt niet. Ruim 10 procent van deze dubbelmodaalverdieners heeft wel een extra dikke gezinsportemonnee: hun partner verdient nog meer. Deze 10 procent mag rekenen op honderden euro’s extra zorgpremie per maand.

Schakelen we terug naar de openbare CBS-data, over de groep die 75.000 tot 100.000 euro verdient. Ook zij moeten zoals bekend vrezen voor een flink verlies in koopkracht. Deze groep telt 569.000 mensen. Vooral mannen, opnieuw. Mannen van 45 jaar en ouder. De leeftijdgroep 25 tot 45 jaar is ondervertegenwoordigd onder deze welgestelden. De Nederlander heeft kennelijk nog steeds tijd nodig om een ruim inkomen te vergaren. Tweederde van deze veelverdieners is getrouwd.

Ze zijn lelieblank. Bijna 90 procent van deze rijken is autochtoon. Duikt er al een buitenlander op in deze groep, dan is de kans dat het een Duitser betreft vijf keer zo groot als dat het een Marokkaan is. Niet-westerse allochtonen vormen nog geen 4 procent van de inkomensklasse van 75.000 tot 100.000 euro. Over de gehele werkzame beroepsbevolking is het percentage niet-westerse allochtoon bijna 10 procent.

Wat doen deze mensen dat ze zo welvarend zijn? Bijna één op de vijf van de veelverdieners is ambtenaar. Dat is opvallend veel: op de totale werkzame beroepsbevolking werkt minder een tiende bij de overheid. Wat voor functies hebben ambtenaren die zeg 75.000 bruto verdienen? Dat is na te gaan in het overzicht van de salarisschalen bij de overheid. Denk bij het Rijk aan een directeur voorlichting op een ministerie. Een inspecteur ruimtelijke ordening. Of een directeur personeel. Op provinciaal niveau: een hoofd afdeling beleid of een provinciaal ‘controller’. En – mits hij goed onderhandelt – een provinciaal projectmanager.

Het aantal zelfstandigen is in vergelijking met lagere inkomensgroepen juist relatief laag onder de veelverdieners, net als het aantal werknemers in dienst bij een particulier bedrijf. En, niet verrassend, de directeur-grootaandeelhouders zijn oververtegenwoordigd.

Deze aandeelhouders, controllers en beleidshoofden wonen zelden in huurhuizen. Verdient iemand 75.000 euro tot een ton, dan bezit die in negen van de tien gevallen een huis. Beperking van de hypotheekrenteaftrek raakt deze groep dus ook – nog een kostenpost.

De koophuizen van deze rijken staan vooral in het westen van Nederland: in Utrecht en in Noord- en Zuid-Holland zijn ze licht oververtegenwoordigd. De meeste veelverdieners wonen dan ook in ‘sterk stedelijk gebied’.

Kijken we naar die steden – op kaarten samengesteld op basis van CBS-cijfers over inkomens per postcodegebied – dan word het clichébeeld bevestigd. In Amsterdam woont men voornamelijk in Oud-Zuid of langs de grachtengordel, in Utrecht bij het Wilhelminapark, en in Den Haag onder meer rond landgoed Oostduin. Voor kleinere gemeenten geldt vaak: de rijken wonen aan de flank, dichtbij de natuur. Oost-Bussum, bij het Crailosebos. Noordwest-Apeldoorn, bij Berg en Bos. Het noorden van Bilthoven, bij de bossen van Lage Vuursche. Het randje Vught vlakbij de Vughtse heide. De flank van Breda die grenst aan de naaldbomen van het Mastbos.

Bij de stembureaus in deze welvarende buurten kwam bij de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen september steevast één partij als grootste uit de bus. Een hint: het was niet de PvdA.