'Door schrappen Mediafonds geen docu's meer'

2-10-2009 Oldeholtwolde, Wolvega Nederland. Frans Bromet, documentaire, film maker maakt met geluidsvrouw assistent opnamen tijdens een boerenactie voor betere melkprijzen. Op de foto interviewt hij Sieta van Keimpema, boerenleider (leidster) foto Herman Engbers Herman Engbers/Hollandse Hoogte

De aanleiding

De formulering in het regeerakkoord is tamelijk omfloerst: ‘Het eerder aangekondigde Mediafonds wordt heroverwogen’, valt er te lezen . Wat daarmee wordt bedoeld, blijkt pas uit het vervolg: ‘Alleen het Stimuleringsfonds voor de Pers blijft bestaan. Dit levert een besparing op van 16 mln.’ ‘Heroverwegen’ is kennelijk Haags jargon voor ‘opheffen’. Als dat inderdaad gebeurt, „kan er geen documentaire meer worden gemaakt”, zei Omroep Max-directeur Jan Slagter vorige week bij Pauw en Witteman. Hij verweerde zich daar fel tegen de nieuwe bezuinigingen op de publieke omroep. next.checkt bekijkt of opheffing van het fonds inderdaad het einde van de Nederlandse documentaire inluidt.

Definities

Het is lastig een vastomlijnde definitie te geven van wat een documentaire precies is. Maar er is weinig discussie over de uitzendingen van de tv-programma’s Holland Doc (onder andere VPRO), NCRV Dokument en Het uur van de wolf (NTR). Dat zijn vaak non-fictieproducties van bijna een uur waarin de regisseur met behulp van cinematografische middelen een eigen verhaal vertelt. Die programma’s zijn duidelijk herkenbaar als documentaireprogramma’s. De twijfel begint bijvoorbeeld als de productie meer een feitelijk verslag van de werkelijkheid is, waarin de hand van de regisseur minder nadrukkelijk aanwezig is. Zo kunnen sommige uitzendingen van VPRO-programma Tegenlicht, waarin de toekomst wordt belicht, makkelijk doorgaan voor een documentaire. Andere keren zijn de reportages wat oppervlakkiger, gecombineerd met interviews. Zijn dat ook documentaires?

Om onduidelijkheid te voorkomen, bekijken we alleen de gevolgen voor de drie typische documentaireprogramma’s. En we bekijken de docu’s die het Mediafonds met het Filmfonds financiert, omdat die ook duidelijk als documentaires herkenbaar zijn. Een deel komt in de bioscoop, maar wordt later uitgezonden door de genoemde programma’s.

En, klopt het?

Volgens directeur Hans Maarten van den Brink van het Mediafonds is de uitspraak van Slagter iets te kort door de bocht. Ook na opheffing van zijn fonds zullen er in Nederland nog documentaires worden gemaakt. Maar hun aantal zal wel drastisch afnemen. Bij de productie van een Nederlandse documentaire is meestal sprake van verschillende financiers. Behalve het Mediafonds zijn dat het Filmfonds, het Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO), de omroepen zelf en eventuele sponsors. De precieze invloed van het wegvallen van één financier is dan ook moeilijk te bepalen. Van den Brink houdt het erop dat „70 tot 80 procent” van de Nederlandse documentaires bij de drie genoemde programma’s mede wordt gefinancierd door het Mediafonds. Dat betaalt vaak zo’n driekwart van de kosten, met een maximum van 80 procent.

Navraag bij de omroepen achter Holland Doc bevestigt de schattingen van Van den Brink.

Holland Doc zendt jaarlijks 45 documentaires uit. De VPRO verzorgt er daar twintig van. Daarvan worden er tien mede gefinancierd door het Mediafonds. De andere tien zijn internationale co-producties, worden in het buitenland aangekocht, of door de VPRO zelf gefinancierd.

Van de overige uitzendingen worden er 22 verzorgd door de levensbeschouwelijke omroepen IKON, Human en BOS, maar bijna allemaal met steun van het Mediafonds. Verder maakt de EO nog enkele docu’s voor Holland Doc die ook mede worden gefinancierd uit het fonds.

Bij NCRV Document wordt naar eigen zeggen 70 procent van alle documentaires mede gefinancierd door het Mediafonds. Het fonds betaalt 80 procent, de NCRV draagt zelf 20 procent bij.

In Het Uur van de wolf zendt de NTR dit jaar twaalf Nederlandse documentaires uit, waarvan er zeven (58 procent) worden geproduceerd met steun van het fonds.

Bij Holland Doc en NCRV Document wordt dus zo’n 70 procent van de documentaires medegefinancierd door het Mediafonds. Bij het Uur van de wolf wordt ruim de helft mede gefinancierd uit het fonds. De bijdrage gaat vaak richting de 80 procent.

Het Filmfonds was vorig jaar medefinancier van 29 documentaires. Daarvan werd minimaal 80 procent voor eenderde medegefinancierd uit het Mediafonds. Het Filmfonds moet ook bezuinigen, waardoor het straks jaarlijks tien documentaires minder kan medefinancieren.

Volgens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geven de omroepen dit jaar ruim 20 miljoen euro aan documentaires uit. Dat lijkt een enorm bedrag, maar daar vallen bijvoorbeeld ook langere nieuwsitems en korte documentaires onder. Slechts een klein deel van die 20 miljoen euro gaat naar de lange, artistiek hoogwaardige documentaires die we hier bekijken. Op het budget van de publieke omroep wordt zo’n 30 procent bezuinigd, waardoor ook daar de mogelijkheden voor financiering van langere documentaires kleiner worden.

Conclusie

De precieze gevolgen van het verdwijnen van het Mediafonds voor de Nederlandse documentaire zijn niet te voorspellen. De producties worden op uiteenlopende wijzen gefinancierd. Het precieze effect van het wegvallen van één financieringsbron is dan ook onbekend. Het is wel duidelijk dat het Mediafonds veruit de grootste financier is van artistiek hoogwaardige documentaires in Nederland. Bij de drie documentaireprogramma’s Holland Doc, Uur van de wolf en NCRV Document wordt ongeveer tweederde van de documentaires medegefinancierd uit het fonds. De bijdrage gaat vaak richting de 80 procent.

Het wegvallen van het Mediafonds zal dan ook leiden tot een flinke afname van het aantal Nederlandse documentaires. Dat neemt niet weg dat de omroepen zelf ook budget voor documentaires reserveren. Een beperkt aantal documentaires zal dus nog worden gemaakt, al is het onmogelijk te zeggen hoeveel precies. De bewering „door het schrappen van het Mediafonds kan er geen documentaire meer worden gemaakt” moeten we dan ook beoordelen als onwaar.