Dingen die echt nergens naar smaken

Soms voel ik me net Harry Potter die door de muur heen perron 11½ oploopt. Het is alsof ik in een twilight zone terecht kom met fluorescerend roze watermeloen-radijzen. Het diepvriesassortiment lijkt te zijn ingevlogen van een andere planeet. Zelfs iets herkenbaars als schepijs staat hier in smaken die geen enkele associatie oproepen.

Een kelder met houten bonsaibruggetjes om sushi op te serveren, futuristische rijststomers en porseleinen leeuwenkoppen naast een wapenkast met glinsterende hakbijlen en fileerzwaarden maken het sciencefiction B-filmdecor af. Een verloren stormtrooper of Klingon zou hier niet opvallen.

Boodschappen doen in de Chinese supermarkt is een real-life adventure game. Wat gebeurt er als ik hierop klik? Of als ik deze gedroogde paddenstoel neem? ‘Dried black fungus’ zijn de enige drie woorden in Romeins schrift op de transparante verpakking. Precies zo ver was ik zelf ook al, dankjewel. Met een beetje geluk is een deel van de onontcijferbare symbolen afgeplakt met een witte sticker waarop in het Duits de zutaten vermeld staan. Maar ook daar kom je meestal niet verder mee dan gedroogde zwarte paddenstoel, in het Duits.

De bordjes in gebrekkig Engels maken de verwarring vaak alleen maar groter. Maar als ik een flesje met daaronder de tekst ‘Do not use this product when you do not know what it is for. We use it for specific recipes, only very small amounts are needed’ tegenkom, dan kan ik het niet laten staan. Dan wíl ik het. It’s mine, all mine! My precious...

De winkelbediening, die beter bekend staat onder haar Indianen-naam ‘het personeel dat nooit lacht’, beantwoordt vragen als het orakel van Delphi. Maar het antwoord is altijd 42.

Als ik een beetje uitgetript ben, kies ik een stuk of vijf willekeurige ingrediënten en ga ik thuis googlen. Een goed begin is altijd aziatische-ingrediënten.nl, waarop inderdaad te lezen valt dat loogwater naast noodles geler en veerkrachtiger maken ook brandwonden kan veroorzaken.

Vorige week had ik een lotuswortel. Die smaakt niet echt ergens naar en is rauw boven alles enorm vezelig. Maar bij het doorsnijden toont de lotus een uitermate decoratief patroon van luchtkamers. Alsof je je knutselvelletje vier keer hebt dubbel gevouwen en er een patroontje in geknipt hebt. De wortel kan gebruikt worden in salades of gebakken worden. Maar de beste oplossing voor dingen die niet echt ergens naar smaken blijft frituren.

Schil de wortel met een dunschiller en snij met de mandoline in plakken van minstens drie millimeter dik. Doe ze direct in een bak water met citroensap om het zetmeel eraf te wassen (de citroen is tegen het verkleuren). Droog ze en frituur ze een minuut op 140 graden en nog eens een halve op 180 graden. Laat ze uitlekken op papier en bestrooi rijkelijk met poedersuiker.

Serveer de zoete lotuswortel-chips op je volgende Dungeons and Dragons-avond.