Dijsselbloem zit liever in de cockpit

Minister Dijsselbloem had gisteren zijn eerste optreden in de Tweede Kamer. Nederland wil niet langer alleen maar tegenhouden.

Helder, met een vleugje Opstelten. Zo omschrijft Wouter Koolmees (D66) het eerste optreden van minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in de Tweede Kamer. En met Opstelten, de minister van Veiligheid en Justitie, bedoelt Koolmees: daadkracht. „Zo gaan we het doen. Dat bevalt me wel.”

Bijna vanzelfsprekend ging het eerste overleg met de Kamer gisteren over Europa en met name over probleemkind Griekenland. Met betrekking tot het bijna failliete euroland belooft Dijsselbloem dan „buitengewoon vasthoudend” te zijn. Wat hem betreft moet Griekenland eerst maar eens „betekenisvolle stappen” zetten.

Veel meer duidelijkheid krijgt de Kamer van de PvdA’er niet. Komende maandag komt de zogenoemde trojka – het samenwerkingsverband van de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds – met een rapport over de financiële situatie van Griekenland. Krijgt het land meer tijd, is de situatie echt weer slechter? „Ik ga daar niet op speculeren”, zegt Dijsselbloem, daarmee het voorbeeld volgend van zijn voorganger Jan Kees de Jager. Op één punt is hij wel duidelijk: mocht Griekenland weer geholpen moeten worden, dan maakt het wel degelijk uit of dat land zich aan de afspraken heeft gehouden. En dat de problemen vooral te wijten zijn aan de economische omstandigheden. „Maar tot nog toe heeft Griekenland op onderdelen echt onvoldoende gedaan.”

Volgens PVV’er Tony van Dijck is de komst van Dijsselbloem een regelrechte verslechtering. „Was De Jager voor ons al te veel een eurofiel, deze minister gaat er nog eens overheen.” Toch toont de nieuwe bewindsman juist zijn harde kant door de groei van de Europese begroting heftig te bekritiseren. „Op het punt van de begroting zal ik bikkelhard zijn.” De voorgestelde verhogingen, bijvoorbeeld 2,8 procent voor komend jaar, noemt Dijsselbloem te fors in een tijd waarin alle landen moeten bezuinigen. „Dat is niet uit te leggen, als er overal gesneden wordt. Ik vind het onverstandig om op deze manier losgezongen te raken van de lidstaten. Dat moeten EU-instituties zich realiseren. Het vergroot hun kwetsbaarheid.” Hij neemt afstand van D66 en GroenLinks die meer coulance tonen.

Leden van het vorige kabinet kregen vaak het verwijt in Den Haag een andere toon aan te slaan dan in Brussel. Dijsselbloem, al dan niet in een verwijzing naar dit verwijt, belooft bij een confrontatie niet in te binden. „Ik zal in Brussel op dezelfde toon hierover spreken als ik hier doe.”

Met betrekking tot de eurocrisis zegt Dijsselbloem toe „een constructieve houding in te nemen met een scherp oog voor de Nederlandse belangen”.

Dit soort uitlatingen valt goed bij de Kamerleden. Op hun beurt zijn zij coulant voor de bewindsman: het wordt hem vergeven dat hij nog niet alle vragen kan beantwoorden of soms terughoudend is. Alleen op het gebied van de belasting op financiële transacties, wordt Dijsselbloem dan stevig onder handen genomen. Op dit vlak hebben VVD (tegen zo’n belasting) en PvdA (voor invoering) een compromis bereikt. „Een politieke en intellectuele uitdaging van jewelste”, noemt Dijsselbloem dat.

De VVD stelt onder meer als voorwaarde dat de maatregel de Nederlandse pensioensector niet mag schaden. Volgens Wouter Koolmees maakt die voorwaarde de vermelding van die transactiebelasting in het regeerakkoord een lege huls. „Het ministerie van Financiën heeft zelf in een brief aan de informateurs geschreven dat het onmogelijk is om voor de pensioenfondsen een uitzondering te maken.”

Dijsselbloem, zelf bij de formatie betrokken als onderhandelaar, laat zich niet uit het veld slaan. Volgens hem is het wachten op een nieuw voorstel vanuit Brussel. „Tijdens de formatie lag er nog een oud voorstel van de Europese Commissie.”

Dijsselbloem spreekt vervolgens zijn voornemen uit – tegenover de pro-Europese Koolmees – meer dan voorheen mee te willen denken met Brusselse voorstellen. Zoals over de belasting voor de financiële sector die wellicht in Europa wordt ingevoerd. „Ik wil dat wij weer tot de voorhoede van Europa gaan behoren. Ik zit liever in de cockpit dan dat ik achteraan hang en alleen maar alles probeer tegen te houden.”