Geen deksel meer op fruit: dat scheelt 300.000 kilo plastic

Slimme verpakkingen Supermarkten en leveranciers proberen het plastic in verpakkingsmaterialen fors terug te dringen. Want een komkommer in plastic, daar houdt de consument niet van.

Bij natural branding wordt er een beetje pigment uit groente en fruit gehaald. Er komt geen inkt aan te pas. Eosta

Op de fruitschaal ligt al twee weken een zoete aardappel met daarop: ‘BioBio plu 39’. Onder het brandmerk zit een puntgave knol. Maar een brandmerk noemen ze het niet bij Eosta, een distributeur van biologische groente en fruit in Waddinxveen. Michaël Wilde, duurzaamheidsmanager, staat naast de machine en noemt het ‘natural branding’. „We stoppen er niets in, we halen er alleen wat pigment uit. De kwaliteit blijft onaangetast.” Door het raampje zien we rode laserstralen kort in de schil van de passerende vruchten branden. Wilde weet precies wat consumenten níét willen: toevoegingen. Dus voor de duidelijkheid: hier komt geen inkt aan te pas.

Voor veel fruit en groente die nu nog in plastic worden verkocht, kan ‘natural branding’ een alternatief zijn, het kost ongeveer evenveel als een fruitstickertje. Eosta levert voor 95 procent aan buitenlandse groothandels en supermarkten, Scandinavië en Duitsland lopen in duurzaam verpakken voorop, zegt Wilde. In Nederland kondigde Jumbo begin juni aan te beginnen met flespompoen, courgette en gember.

Bij Eosta verpakken ze ook veel in kartonnen schaaltjes van suikerrietafval en biologisch afbreekbaar plastic. „Consumenten háten plastic, vooral bioconsumenten”, weet Wilde. En laat nu juist biologische producten vaak in plastic zitten, om in de winkel het onderscheid tussen bio en gangbaar duidelijk te maken. Als je het biologische deel verpakt, heb je minder plastic nodig dan voor de gangbare groente en fruit.

Ruitje in een stokbroodzak

Niets maakt zoveel mensen boos als de komkommer in plastic. Maar consumenten ergeren zich ook aan dubbele verpakkingen (zes verpakte koekjes in een doosje) en aan meer materialen in één verpakking: het plastic ruitje in de papieren stokbroodzak, het aluminium plaatje op het plastic koffiecupje. Hoe moet je dat scheiden?

Albert Heijn is nu vijf jaar bezig met duurzamere verpakkingen volgens de ‘4-r-benadering’: reduce, re-use, recycle, renew. „Verminderen staat voorop”, zegt Anita Scholte op Reimer, verantwoordelijk voor kwaliteit en duurzaamheid bij AH. Dat geldt niet alleen voor plastic – als je bij vier miljoen zakken ontbijtgranen de doos weglaat, is dat ook winst. En plastic dan? Scholte op Reimer noemt een paar voorbeelden. „De bolle deksels van de bakjes voor zacht fruit zijn vervangen door een dun laagje: dat scheelt 300.000 kilo plastic per jaar. Onze theedoosjes zitten niet meer in folie – er zijn nog steeds A-merken die dat niet durven. We hebben de klepjes van de gezichtsdoekjes gehaald. De dop van de waterflesjes wordt dunner plastic en vastgezet zodat ze minder op straat gegooid worden. Bij elk product dat wordt verbeterd, gaat ook de verpakking onder de loep.”

Ongeveer 30 procent van het assortiment bij AH was vorig jaar in plastic verpakt, dat moet in 2020 voor alle verpakkingsmaterialen 15 procent minder zijn. In gewicht gemeten bestaat 19 procent van de levensmiddelenverpakkingen uit kunststof.

Een leger van petflessen marcheert in strak gelid over het strand. Kijk maar goed uit, want we worden overvallen en overspoeld door plastic, wil de Duitse fotograaf Dirk Krüll maar zeggen. Dirk Krüll

De meeste reductie zit niet in het weglaten van plastic, zoals bij groente en fruit soms kan. Neem frisdrank. Glas levert geen milieuwinst op – zwaar glas levert meer uitstoot op bij het vervoer. „We zijn al jaren bezig onze petflessen zo dun mogelijk te maken. Daarnaast stappen we zoveel mogelijk over naar recyclebare pet. We zitten nu op 25 procent van onze eigen merk frisdranken en sappen.”

Soms zijn er reducties waar de consument niets van ziet. Wie zal straks merken dat de losse zakjes op de groenteafdeling dunner zijn geworden, en wie ziet dat de tasjes bij de kassa dat al zijn – samen 350.000 kilo minder plastic per jaar. Maar als je de consument nodig hebt, kun je ook te vroeg zijn met veranderingen, zien supermarkten. Albert Heijn experimenteerde al een paar jaar geleden met ‘natural branding’ maar klanten vonden het niks. Het was toen niet het momentum, zegt AH. Jumbo denkt dat het nu wel zal aanslaan. Supermarkten zeggen ook meer afbreekbaar plastic te willen gebruiken. Maar op de juiste manier scheiden en composteren vraagt veel van de consument die, zo blijkt ook uit een Motivaction-onderzoek uit 2015, prijs en smaak het belangrijkst vindt en een duurzame verpakking het minst laat meewegen.

Plasticvrije supermarkt

De vraag is of supermarkten moeten wachten tot de techniek of de consument er klaar voor is. „Als je wacht tot er genoeg laadpalen staan, koop je ook nooit een elektrische auto”, zegt Erik Does, directeur van biosupermarkt Ekoplaza. Ekoplaza opende in februari in Amsterdam een tijdelijke geheel plasticvrije supermarkt. Does wil in alle Ekoplaza’s naar nul procent plastic. Ook in de lijm van etiketten, ook in kartonnen pakken. Nu is ongeveer een kwart van het assortiment plasticvrij – waarbij gezegd moet worden dat ‘geen plastic’ voor Ekoplaza ook is: biologisch afbreekbare folie – plastic dat in de gft-bak kan en binnen twaalf weken composteerbaar moet zijn. Met die definitie is het al een stuk makkelijker om het schap ‘plasticvrij’ te krijgen.

Met de even geestige als verontrustende fotoserie Plastic Army: Invasion (2018), waar hij momenteel samen met zijn partner Susanne Polzin aan werkt, wil Krüll de aandacht vestigen op de ‘catastrofale milieuvervuiling’ die de mens onder andere met plastic afval veroorzaakt. Dirk Krüll

„Toen we vijf jaar geleden begonnen, was plastic nog nauwelijks een thema. Inmiddels zijn we toe aan de vijfde generatie bioplastic, telkens zijn er nieuwe machines die betere verpakkingen maken.” De broodzak die je thuis kunt composteren viel eerst nog uit elkaar. De tweede generatie is al sterker.

Lees ook:Plastic doet precies wat we willen

Dat de nieuwe bioplastics niet meer zo penetrant kraken, heeft ook nadelen. Je ziet soms amper verschil. „Je moet de consument voortdurend uitleggen wat het is en wat je ermee moet doen. Maar dat geldt voor alles.” Does moet óók veel uitleggen aan de industrie. „Vaak hoor je dat plastic nodig is voor vervoer. Ja, als de komkommer uit Spanje komt. Met korte ketens hoeft dat niet.”

Vijf jaar geleden gingen de gesprekken met leveranciers voornamelijk over de vraag: hoe biologisch zijn jullie? „In ons opnamebeleid zit nu ook: ben je plasticvrij? We hebben voor bewustwording gezorgd. Bedrijven die nu nog niet meewillen, zijn bewust onbekwaam. Dan zeg ik: volgend jaar lig je misschien wel niet meer bij ons in het schap.”

Aan de andere kant staan de milieuorganisaties, zegt Does. „NGO’s staan alleen voor hun eigen belangen, sommige wijzen alle plastic af. Om verder te komen, moet je uit alle opties kunnen kiezen.”

Ekoplaza is het aan zijn imago verplicht om werk te maken van plastic. Maar Does denkt dat het overal kan. Dat grote supermarkten minder radicaal zijn, noemt hij ‘een gebrek aan wilskracht’. „Als je niet wilt, zoek je een excuus, zoals prijs. Wij zijn de kleinste supermarkt met het minste geld, hoe kan het dan aan prijs liggen?”

Schaal is niet onbelangrijk. Ekoplaza heeft een marktaandeel van naar eigen zeggen een kwart procent, marktleider Albert Heijn bereikt 35 procent van de markt. De planeet heeft onderaan de streep waarschijnlijk meer aan iets dunnere petflessen bij Albert Heijn, dan aan een geheel plasticvrij schap bij Ekoplaza. Does: „Maar een klein initiatief heeft een giga schaal-effect als de groten volgen.”

Krüll fotografeerde de serie op en rond het Es Trenc strand bij Ses Covetes, een dorpje op Mallorca, dat op vakantiesites wordt aangeprezen als een nog onbedorven strook natuur. Als je naar deze foto’s kijkt, dan vrees je dat dat niet lang meer zo zal blijven. Dirk Krüll

Hoe goed of slecht het gaat met de verpakkingen in de supermarkt, hangt af van je perspectief. Kijk naar hoeveel méér plastic we gebruiken dan in 1950 en het gaat slecht. Kijk naar de doelstellingen voor verduurzaming van verpakkingen: dan gloort er hoop. In 2020 moet 75 procent van het Nederlandse huishoudelijk afval gerecycled worden. Sinds het verbod op gratis tasjes op 1 januari 2016, worden er 71 procent minder van uitgegeven. De hoeveelheid plastic flesjes in het zwerfafval moet in 2020 met 70 tot 90 procent verminderd zijn en producenten doen er alles aan dat te halen – zodat ze geen statiegeld op kleine flesjes hoeven te heffen. „De afspraken die we in Nederland met de branche hebben gemaakt, gaan verder dan de Europese doelen en we halen ze allemaal”, zeg Hylke Brunt van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). En laten we, zegt Brunt, vooral niet vergeten dat plastic vooralsnog niet te evenaren kwaliteiten heeft: het houdt vers, is veilig, beschermt en helpt zo ook verspilling tegengaan.”

Bij groente- en fruitdistributeur Eosta laat Michaël Wilde zien dat er vóór het winkelschap ook nog een wereld te winnen is. En dat plastic niet altijd het probleem is. Hij wijst naar de stapels mango’s, ananassen, avocado’s en flespompoenen die in kartonnen dozen naar Nederland verscheept worden. „Die dozen zijn voor eenmalig gebruik, die gaan hierna naar de papierfabriek. Voor een Zweedse supermarkt gebruiken we EPS-kratjes die weer retour komen. Dat zou je met alle stromen moeten doen. Kratjes van plastic gaan eindeloos mee. Veel duurzamer dan karton.”