De Uitspraak: Kun je een actiegroep een terreinbezetting verbieden?

Kun je een actiegroep verbieden je terrein te blokkeren of je klanten te hinderen? Of horen acties erbij, als je omstreden activiteiten ontplooit? Met commentaar van NJB redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden en advocaat.

De Zaak. Actiegroep Greenpeace blokkeert half september tijdelijk de benzineverkoop van Shell. Actievoerders reizen langs 72 benzinestations en maken de vulpistolen onklaar met fietssloten en tiewraps. De politie en brandweer maken die kort daarna weer los. Het is een protest tegen olieboringen door Shell in de noordpoolgebieden. Shell vraagt de rechter in kort geding om een verbod op toekomstige acties.

Wat wordt precies geëist? Op straffe van een dwangsom van een 1 miljoen euro mag Greenpeace niet meer op de terreinen van de benzinepompen, in kantoren, gebouwen of op terreinen van Shell acties voeren die „de ongestoorde bedrijfsuitoefening verstoren dan wel bemoeilijken”. Het bedrijf zegt dat de olieboringen in het Noordpoolgebied legaal zijn en dat alle vergunningen in orde zijn. Dat Greenpeace daar anders over denkt „geeft haar niet het recht inbreuk te maken” op onze belangen, zegt het bedrijf.

Hoe verweert Greenpeace zich? De actiegroep zegt dat haar acties moeten worden gezien als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. Wat Shell doet op de Noordpool is schadelijk. Om dat standpunt breed bekend te maken zijn publieke acties nodig.

Is de actie geoorloofd? Daarover is de rechter kort. Het enkele feit dat een actie hinder oplevert maakt een actie niet onrechtmatig. Tegelijk is het recht op indringend actievoeren niet onbegrensd. Dat moet worden afgewogen tegen de belangen van de ondernemer, bijvoorbeeld het voorkomen van omzetverlies.

Welke grenzen zijn er dan?

1. Acties die schade berokkenen mogen pas als eerst is geprobeerd met minder vergaande acties hetzelfde doel te bereiken. Dat heet subsidiariteit.

2. Acties moeten in verhouding staan tot het doel. Er mag nadeel worden toegebracht, maar dat mag niet substantieel zijn. Een actie mag dus niet langer duren dan nodig is om het doel te bereiken. Naarmate anderen dan Shell er meer nadeel van ondervinden moet deze korter duren. Proportionaliteit dus. Verder moet Shell er rekening mee houden dat bij omstreden bedrijfsactiviteiten er acties zullen komen „om haar op andere gedachten te brengen”.

3. Actievoerders moeten maatregelen nemen om de veiligheid te waarborgen. Ze moeten dus op de plek van de actie aanwezig blijven en zich bekend maken.

4. De actievoerders moeten onnodige schade helpen voorkomen. Dus het bedrijf vertellen wat er gebeurt, met welke middelen en hoe lang het duurt.

Heeft Greenpeace zich daar aan gehouden? Ja, althans, de rechter verbiedt de milieuorganisatie in de toekomst actie te voeren tegen Shell als het zich niet aan deze maatstaven houdt. Er moet bij het begin van de actie aan de terreinbeheerder een brief worden gegeven waarin doel, werkwijze, duur, veiligheidsmaatregelen en naam en telefoonnummer van de actieleiding is opgeschreven. Het publiek verhinderen te tanken mag niet langer dan een uur duren. Als Greenpeace kantoren of bedrijventerreinen wil hinderen, dan mag dat niet langer dan twee uur. Duurt het toch langer dan moet de actiegroep 25000 euro betalen voor elk uur „of gedeelte daarvan” dat het langer duurt.

Lees de uitspraak (LJ BX9310) hier